Wie vroeg start met roken, heeft grotere krans op beenbreuk
05/06/'10
Wie rookt, heeft meer kans om een been, arm, of pols te breken. Dat heeft een onderzoek van de Universiteit Gent aangetoond.
Mensen die al op jonge leeftijd de sigaret niet kunnen laten, hebben twee keer zoveel kans om met een breuk op de spoedafdeling te belanden dan een niet-roker. "Dat rokers op latere leeftijd een zwakker beendergestel hebben, wisten we al. Wij hebben nu echter ontdekt dat de aantasting van de beenderen veel vroeger begint", aldus onderzoeker Youri Taes.
Broers
De Universiteit nam duizend mannen (25-45 jaar oud) uit de omgeving van Gent onder de loep. Er werd rekening gehouden met een aantal genetisch bepaalde factoren. Aan het onderzoek namen dan ook heel wat broers mee.
De rokers bleken vaker in het gips te hebben gezeten dan zij die geen asbakken vulden. Bij zij die nog altijd rookten, was er een verschil van 81 procent.
Oestradiol
Van de mannen die voor hun zestiende al geregeld aan een sigaret trokken, had 96 procent al eens vaker iets gebroken. Bij de binken die pas op latere leeftijd verslaafd raakten, ging het maar om 11 procent.
"Met een speciaal toestel hebben wij de beenderen van de deelnemende mannen onderzocht. Zij die vroeg begonnen te roken, bleken veel slechtere botten te hebben", aldus Youri Taes in Het Nieuwsblad. "Hun beenderen zijn niet alleen dunner, de dichtheid van het bot is ook lager. Het gevolg is dat zij sneller een been breken."
De oorzaak? Roken heeft een negatief effect op het vrouwelijke hormoon oestradiol, dat een belangrijke rol speelt bij de botontwikkeling tijdens de puberteit en het behoud van de botmassa op latere leeftijd.