Buiten spelen vermindert kans op bijziendheid
06/08/'12
Wetenschap
Kinderen die weinig buiten spelen, hebben meer kans om op rijpere leeftijd minder goed te zien. Dat zeggen Brits onderzoekers na een analyse van de dagdagelijkse bezigheden van 7.000 jongens en meisjes.
Wetenschappers van de Bristol University en de Cardiff University stelden vast dat kinderen die voor hun achtste en negende jaar regelmatig buiten spelen, bijna vijftig procent minder kans hebben op hun vijftiende jaar bijziend te zijn. De onderzoekers vroegen aan de ouders van 7.000 jongens en meisjes hoe lang hun kind op een 'normale' dag buiten speelt. Het bleek dat de kans op bijziendheid vooral samenhangt met de tijdsduur die kinderen buiten doorbrengen. De aard van de fysieke inspanning heeft minder invloed.
Myopie of bijziendheid komt in het westen voor bij twee tot drie kinderen op tien. In Azië is dat bij meer dan vijf op tien kinderen het geval, terwijl de aandoening eerder zeldzaam is bij kinderen in Afrika. Volgens de Britse onderzoekers is een en ander het gevolg van het feit dat de Afrikaanse kinderen meer buiten zijn.
"Als we erachter komen hoeveel tijd kinderen precies buiten moeten doorbrengen om de voordelen te voelen en hoe de buitenlucht precies invloed heeft op de ogen, kunnen we het aantal gevallen van bijziendheid flink beperken", stelt onderzoekster Cathy Williams.
"Er is inderdaad een bijna evident verband tussen slecht zien en kantoorwerk. Op een redactie kom je meer mensen met slechte ogen tegen dan bij de para's", zegt Professor oogheelkunde Peter Stalmans (UZLeuven). "Maar het onderzoek bewijst niet wat oorzaak en gevolg is. Mogelijk komen mensen met een uitstekend ver zicht makkelijker in een beroep terecht dat zich buiten afspeelt. Een jongere met slechte ogen kiest dan weer mogelijk sneller voor de boeken, omdat zijn zicht hem nu eenmaal belet om een uitstekende voetballer te zijn."
GW
Foto Joren De Weerdt