La Esterella (88) herstelt van hartritmestoornissen
07/02/'08
La Esterella ligt in het Antwerpse Stuivenbergziekenhuis.
De oermoeder van de Vlaamse showbizz, zangeres
van onder meer Oh Lieve Vrouwe Toren, kwam vorige
week door hartritmestoornissen ongelukkig ten val en
kreeg dinsdag een pacemaker. Haar goed humeur verliest
ze er niet bij. “Ik heb onderweg voor de ambulanciers
My way van Frank Sinatra gezongen.”
“Ik zit hier schoon, tussen de druiven”,
vervolgt de Antwerpse muzieklegende
droog. “Ik heb zelfs geen tijd om ze op te
eten. Heel de tijd zijn er onderzoeken.
Daarstraks nog mijn longen, maar die
zijn goed. Dat wist ik wel. Als ge zo kunt
zingen, zijn uw longen goed.”
Het begon allemaal met die stomme val,
waarbij ze gelukkig niets brak, in haar
appartementje in de Antwerpse Kerkstraat.
“Ik kan niet goed staan, mijn benen
zitten vol water. Gelukkig hebben
mijn buren mij horen roepen. Ge hebt
een uurke om uw valies te pakken, zeiden
ze aan de telefoon, maar een kwartierke
later waren de ambulanciers er
al. Mijne manager is dan maar japonnekes
gaan kopen.”
Veel klachten heeft ze niet. Van de antibiotica
is ze af, alleen wat pijnstillers
moet ze nemen. En veel oefeningen
doen met de kinesist. “Voor die benen,
hé. Ik moet sjotten tegen zijn hand. Ik
zit precies bij den Beerschot.”
Ze mag dan net geopereerd zijn, La Esterella
is alweer de levendigheid zelve.
En ze is blij dat ze kan babbelen.
“De madam naast mij is Bosnisch. Die
spreekt niks Nederlands”, zegt ze met
een beteuterd gezicht. “Haar bezoek
wel. Soms staan ze hier met tien man,
allemaal Bosniërs, en enorm vriendelijk
en behulpzaam.”
89, oud?
Op 7 mei wordt ze 89. Oud? Het lijkt
of ze er niet bij stilstaat. “Ik heb nog
veel te goed. Mijn vader is 100 jaar en
6 maanden geworden. Zolang ik niet te
veel afhankelijk ben, ben ik content. Ik
heb zeven jaar tournees gedaan langs
bejaardentehuizen, da’s zo zielig. Die
mensjes zitten daar maar. Ik geef liever
dan dat ik krijg.”
Met haar hoofd is niks mis. Namen,
data... dat gaat allemaal nog vanzelf.
“Ik ken ook nog alle muziekteksten
vanbuiten, in alle talen als het moet.”
Dat komt natuurlijk omdat ze zoveel
gereisd heeft. La Esterella heeft een
mooie buitenlandse carrière gehad. Europa
vooral, zegt ze, “maar ik ben ook
eens in New York geweest. Met Jos Ghysen,
toen die met pensioen ging.”
De jonge Esther Lambrechts, zoals La
Esterella echt heet, begon haar carrière
als naaister, maar leerde tijdens een
zangwedstrijd in 1940 Charly Schleimovitz
kennen, de man die haar eerste
echtgenoot en manager zou worden. La
Esterella zou uitgroeien tot de Vlaamse
Zarah Leander, de stem die generaties
deed wegzwijmelen bij Oh Lieve Vrouwe
Toren of Voor een kusje van jou. In
1948 was ze de eerste Belgische artieste
die op de Britse televisie kwam.
Haar mooiste tijd?
“Dat was toen in
Engeland. Zeven jaar heb ik daar tournees
gedaan. Overdag tv-opnames, ‘s
avonds optreden. En contacten gelegd
met mensen als Hoagy Carmichael, The
Andrew Sisters, Deborah Kerr... Wie
kan dat zeggen?”
Mindere tijden waren er natuurlijk ook.
De oorlog. “De vliegende bommen in
Antwerpen, dat was wat. Vlak bij mij,
op de Teniersplaats. Ik was juist binnen,
anders was ik erbij. Die V1’s, die
hoorden we komen. Als het geluid stopte,
vielen ze. De V2’s vielen ineens. In
1943 werd ik opgeëist door de Duitsers.
Als ik niet in de Berlijnse theaters ging
zingen, moest ik naar de fabriek. Dat
was rap gekozen.”
Pacemaker
Nu de pacemaker geplaatst is, hoopt
La Esterella dat ze snel weer naar
huis kan. Al zijn er nog andere klachten.
“Bloedarmoede, incontinentie... ze
moeten mij oplappen hier. Maar als ik
weer goe ben, wil ik naar huis.” Tot nu
toe woonde La Esterella zelfstandig.
Ze heeft goeie buren die voor haar koken,
af en toe een wasje doen of komen
stofzuigen. “Met de pacemaker ben ik
weer voor jaren goed, maar als ze zeggen
dat ik naar een home moet, doe ik
dat. Yvonneke (Verbeeck, red.) is toch
ook content.”
Het zingen is ook niet meer echt een
must. “Ik doe het omdat ze me vragen.
Ik stamp geen deuren in. Ik heb van
Q-Music pas nog ne schonen award gekregen.
Normaal gezien moet ge daarvoor
naar Vilvoorde, maar Vilvoorde is
naar mij gekomen. Ze blijven me vragen
voor van alles.” Nog altijd een ster,
zeg ik. En het wordt dan toch even stil.
“Een Esterellita”, verbetert ze. “Een
kleine ster.”
Eefje RAMPART