Wet-Renault voor mensen van Opel
22/01/'10
De recente aankondigingen van collectief ontslag en sluiting bij AB Inbev en Opel Antwerpen hebben weer genadeloos het licht gericht op de Wet Renault.
Volgens deze wetgeving moet een werkgever die de intentie heeft om tot een collectief ontslag en/of sluiting over te gaan, dit eerst officieel meedelen aan de ondernemingsraad van de onderneming. Aldus wil men vermijden dat werknemers uit de pers moeten vernemen wat met hun onderneming gaat gebeuren. Dit is precies wat bij de sluiting van Renault Vilvoorde gebeurde en uiteindelijk aanleiding heeft gegeven tot de huidige wetgeving.
Deze wet legt zeer sterk de nadruk op het feit dat een werkgever in een eerste fase enkel en alleen maar een loutere intentie tot collectief ontslag mag aankondigen en geen staalharde onmiddellijke beslissing.
Het is precies dit aspect dat heel vaak sterk onder vuur ligt. Velen oordelen dat bij die aankondiging van een intentie, zoals bij
Opel Antwerpen, de hakbijl hoe dan ook toch al onherroepelijk is gevallen is en de werkgever enkel en alleen omwille van de Renaultwetgeving zich beperkt tot het aankondigen van een loutere intentie.
Het kan niet ontkend worden dat uiteindelijk in heel wat dossiers er ook effectief een collectief ontslag of sluiting komt, maar het belang van de opgelegde Renaultprocedure blijft ook in die dossiers fundamenteel. Immers, na de aankondiging van de intentie kunnen de leden van de ondernemingsraad aan de werkgever vragen stellen over de motivering, de logica, de omvang van de intentie.
Intens
In de praktijk zijn dit vaak vele en zeer intensieve vragensessies. Het verplicht een onderneming dan ook om heel diep te gaan nadenken over de geplande operatie. De werknemers kennen het reilen en zeilen op de werkvloer zeer goed en kunnen dus ook vaak met pertinente opmerkingen bij een onderneming het besef doen groeien dat de geplande operatie misschien te ver gaat en moet bijgestuurd worden en er minder ontslagen moeten vallen.
De werknemersvertegenwoordigers kunnen tevens die intentiefase tevens alle mogelijke alternatieven naar voor schuiven om het collectief ontslag gewoonweg resoluut te vermijden of qua omvang fundamenteel af te zwakken.
Kennis
Ook hier zien we dat door hun doorgedreven kennis van de onderneming werknemers er in slagen om alternatieven voor te stellen waardoor de onderneming exact hetzelfde streefdoel aan noodzakelijke besparingen kan bereiken, maar met minder ontslagen.
Ook de onderneming zelf komt in die intentiefase heel vaak nog met alternatieven op de proppen met minder ontslagen. In deze context is elke geredde arbeidsplaats toch van goud waarde. Dit zou allemaal niet mogelijk zijn, indien de door de Wet Renault opgelegde intentiefase er niet zou zijn en onmiddellijk en onherroepelijk een beslissing tot sluiting zou kunnen getroffen worden door de bedrijven.
Filip Tilleman
Advocaat
Tilleman van Hoogenbemt, Antwerpen