Binnenvaart werkt aan schepen zonder woongelegenheid
30/06/'10
Er lopen een aantal projecten om de binnenvaart efficiënter te laten verlopen. Zo wordt het monteren van een kraan op het schip zelf gestimuleerd, waardoor op meer plaatsen kan worden geladen of gelost. Voorts wordt gewerkt aan schepen zonder wooneenheid van een schipper. Die laten toe om meer vracht mee te nemen. En schepen kunnen voor een groot traject aan elkaar worden geklonken zodat ze minder verbruiken.
Europa wil de binnenvaart stimuleren. Via het Inlanav-project wordt het gebruik van de kleine waterwegen in Nederland, Vlaanderen en Frankrijk aangemoedigd. In ons land gaat het onder meer om de Kempische kanalen of om het kanaal Leuven-Dijle. Er moet ruimte zijn om paketten tot 600 ton via deze weg te vervoeren, heet het.
Er zijn diverse manier waarop dit wordt gestimuleerd. Een ervan is het gekoppeld varen, waarbij twee of meer vaartuigen aan elkaar worden vastgeklonken. Zij kunnen dan een deel van de vaarweg gezamenlijk afleggen, waarbij ze minder motorvermogen moeten inzetten. Aan sluizen en op het laatste deel van het traject kan elk vaartuig dan op eigen kracht varen. Twee schepen van 600 ton koppelen, levert een verdubbeling van de laadcapaciteit op, terwijl de kosten maar met 50% toenemen.
Eigen kranen
Een tweede piste is het monteren van kranen op de schepen zelf, zodat die op meer plaatsen kunnen laden en lossen en niet meer afhankelijk zijn van specifieke laad- en losinfrastructuur. Tot nog toe spitste men zich daarbij voornamelijk toe op bulk en containers. Nu wordt ook gekeken naar het vervoer van big bags en paletten.
Zonder woongelegenheid
Een andere denkoefening is het bouwen van binnenschepen zonder woonfunctie voor de schipper. "Steeds meer jongeren willen niet meer de hele dag bezig zijn op hun werk. Daarom moeten we komen tot systemen waarbij iemand 's ochtends aan boord gaat en er 's avonds weer wordt afgehaald om hem te vervangen door iemand anders", zegt gedelegeerd bestuurder Leo Clinckers van Waterwegen en Zeekanaal, dat mee in het project zit. Dat betekent dat er minder ruimte moet zijn om te wonen aan boord en er meer lading kan worden meegenomen.
Problemen
Een deel van het project slaat ook op de inventarisatie van de problemen rond bemanning. "In Nederland moet ik voor 500 ton maar één schipper inzetten. Kom ik in België, dan moet er een tweede man bij. En in Frankrijk mag die er dan weer af", zegt de Nederlandse logistieker Johan Overmeer.
Een probleem blijkt ook dat heel wat reglementering gekoppeld is aan de lengte van het schip, die evenwel niet is afgestemd op gekoppelde vaart.
Het Inlanav-project krijgt voor 950.000 euro aan subsidies. De helft ervan komt van Europa. De andere helft komt van Vlaamse, Nederlandse en Franse deelnemers aan de projecten. Voor ons land gaat het om de dienst Waterwegen en Zeekanaal, de nv De Scheepvaart en de Universiteit Antwerpen.
Lees ook:
Binnenvaart klimt uit dal
JVG