Uithandengeving doet Wallonië en Vlaanderen botsen
27/09/'07
John de Wit
18 APRIL 2005 - Woensdag start de Kamercommissie Justitie opnieuw met de discussie over de hervorming van de jeugdbescherming. Centraal in het ontwerp van minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) staat de uithandengeving. Daarbij worden onhandelbare criminele jongeren van boven de zestien jaar naar de correctionele rechter voor volwassenen gestuurd, omdat alle andere middelen hebben gefaald. Per jaar telt België zo'n 135 uithandengevingen. An Nuytiens (VUB, criminologie) onderzocht wie die jongeren waren tussen 1999 en 2001. En ze kwam tot een aantal verrassende conclusies.
Vlaanderen en Wallonië hebben een totaal verschillende praktijk op het vlak van uithandengeving.
* Uithandengeving is een Franstalige aangelegenheid. Liefst 79,3 procent van de uithandengeving betreft Franstalige jongeren. In Brussel, waar de helft van de uithandengevingen gebeuren, is 98 procent van de dossiers Franstalig.
* De Vlaamse jeugdrechters doen beroep op onafhankelijke experts om hun criminele jongeren te bestuderen. Die raden nog al eens een uithandengeving aan, maar ze worden daarin maar zelden gevolgd. De Waalse jeugdrechters laten zich adviseren door multidisciplinaire teams uit de instellingen voor criminele jongeren. Die bevelen nooit een uithandengeving aan, maar toch gebeurt het vaak.
* De Vlaamse jongeren die uithandengegeven worden, verschillen erg van de Franstalige. De Vlaamse komen op jongere leeftijd in contact met de jeugdrechter, worden veroordeeld voor meer feiten en kregen eerder al meer maatregelen van de jeugdrechter. Op het moment van de uithandengeving zijn ze dan ook het oudst. Met andere woorden: Franstalige jeugdrechters sturen criminele jongeren sneller naar de volwassenenrechter.
* Gevolg: de correctionele rechter voor volwassenen die over de uithandengegegeven jongeren oordeelt, doet de meeste vrijspraken in Wallonië, maar de meeste effectieve straffen (gevangenis, werkstraf en internering) vallen in Vlaanderen, wellicht omdat Vlaanderen alleen de allerzwaarste gevallen naar de correctionele rechter stuurt.
Het is duidelijk dat het ontwerp-Onkelinx te eenzijdig gericht is op de noden van de Franstalige jeugdrechters.

Wie zijn de uithandengegeven jongeren?
In principe is uithandengeving bedoeld voor een kleine harde kern van multirecidivisten met wie je niet veel kan beginnen. Maar hoe is de praktijk? Nuytiens schetst een ander beeld. Wie zijn de uithandengegeven jongeren?
* Het gaat om jongens (94,3%). Antwerpen heeft de meeste meisjes (14,3%).
* 74,7% is van buitenlandse origine. Bovenaan prijken de Marokkanen (41,4%). In Wallonië is slechts 10% van de uithandengegevenen van Marokkaanse origine, maar in Vlaanderen loopt dit op tot 61%, in Mechelen zelfs tot 75%. Maar het zou fout zijn hieruit overhaaste conclusies te trekken. Eerder onderzoek van Charlotte Vanneste toonde aan dat allochtonen twee keer zoveel kans lopen als autochtonen om naar de jeugdrechter te worden gestuurd voor hetzelfde feit. En eens ze bij die jeugdrechter zijn, lopen ze nog eens tweemaal zoveel kans als autochtonen om in een gesloten instelling geplaatst te worden als alle andere factoren gelijk blijven. Men spreekt daarom van een trechter, die almaar smaller wordt voor dezelfde bevolkingsgroep.
* 64,7% volgde alleen beroepsonderwijs en nog eens 7,1% bijzonder onderwijs. 44,8% is al eens van school gestuurd en 29,9% heeft gedubbeld.
* 53,3% woont niet meer bij beide ouders. De jongeren komen uit grote gezinnen (61,4% komt uit een gezin met 4 of meer kinderen) en binnen een derde van deze gezinnen kwamen al meerdere kinderen in contact met het gerecht. Bovendien heeft ook 14,2% van de vaders een gerechtelijk verleden.
* Uit de medische onderzoeken van de jonge boefjes blijkt dat slechts 4,7% spijt heeft van de feiten. De helft onkent, minimaliseert, verrechtvaardigt of banaliseert zijn feiten. Eén op de zes jongeren heeft te weinig zelfvertrouwen en één op de drie is minstens één keer uit een instelling weggevlucht.
* Welke feiten pleegden de jongeren vóór ze uithandengegeven werden? Hier valt op dat een vijfde nog nooit veroordeeld was vooraleer ze naar de correctionele rechter werden gestuurd! In Wallonië ligt dit percentage veel hoger, in Charleroi zelfs 58,8%. Zeker geen multirecidivisten dus. Die vormen een minderheid: minderjarigen met maximum 10 veroordelingen tekenen voor 13,8% van de groep en minderjarigen met meer dan 20 veroordelingen voor 7,6%.
Om welke feiten gaat het? 77,1% zijn vermogensdelicten: inbraken, diefstallen met geweld. Zedendelicten vertegenwoordigen slechts 0,8%.
* Voor welke feiten werden de minderjarigen nu naar de correctionele rechter gestuurd? Een derde voor maximum 3 feiten, maar toch nog 7,5% voor meer dan 20 feiten. De multirecidivisten zijn ook hier een minderheid. Het gaat in drie vierde van de gevallen om vermogensmisdrijven, bij een vijfde is het diefstal met geweld of in bende. In Mechelen wordt drie keer zoveel naar de correctionele rechter gestuurd voor smaad aan de politie dan elders in het land (9,1%).
* Slechts 14% gaat in beroep tegen de uithandengeving en drie vierde van deze vonnissen wordt in beroep gewoon bevestigd. In Antwerpen en Mechelen werden ze allemaal bevestigd.
* Welke straffen krijgen de minderjarigen van de volwassenenrechter? Opvallend is vooral dat liefst 9,5% wordt vrijgesproken! Drie vierde krijgt een straf, maar meestal is die voorwaardelijk. Slechts 16,5% krijgt een effectieve gevangenisstraf en die is meestal kort: 64% van de straffen is lager dan drie jaar. De Antwerpse correctionele rechter is het mildst: hij legt slechts in 8% van de zaken een effectieve celstraf op, de helft van het nationaal gemiddelde. In Mechelen daarentegen krijgt 25,9% een effectieve gevangenisstraf. Er worden weinig werkstraffen opgelegd (2,4%), hoewel dat de ideale sanctie voor jongeren is.
Er zijn bijna geen interneringen (1,1%) en dat verbaast omdat toch heel wat psychische stoornissen werden vastgesteld.
De auteur besluit dat uithandengeving vaak wordt gebruikt omdat er elders geen plaats is voor de criminele jongere. In ieder geval vormt de multirecidivist een kleine minderheid onder de uithandengegeven jongeren en ook het aandeel van ernstige feiten is beperkt. Onderzoeker Nuytiens is daarom tegen uitbreiding van de uithandengeving.