Turnhout geeft nalatige ouders overlastboetes
20/06/'08
John de Wit
20 JUNI 2008 - De politiezone waartoe Turnhout behoort wil gemeentelijke administratieve sancties (overlastboetes) opleggen aan ouders die hun kinderen van minder dan twaalf jaar tussen middernacht en zes uur 's ochtends onbegeleid laten ronddolen. Zo wil de politie de zomerse overlast aan het Turnhoutse Justitiepaleis aanpakken. De gemeenteraden van Turnhout en Lille stemmen alvast volgende week dit nieuwe politiereglement, de andere gemeenten van de zone volgen na de zomer. Deskundigen reageren verdeeld op deze werkwijze.
De Turnhoutse korpschef Roger Leys legt uit wat het doel van de maatregel is. "In de zomer hebben wij last van hangjongeren op het pleintje voor het justitiepaleis. Daar liggen 's avonds tot 200 jongeren op het gras, er wordt gedronken, rapmuziek gespeeld en dat leidt tot overlast, zoals nachtlawaai, vuilnis dat rondslingert... Wij kregen vele klachten binnen, verhoogden onze patrouilles, maar konden niet echt veel criminele feiten vaststellen, buiten wat drugsfeiten."
Leys zegt dat Turnhout een hele reeks preventieve maatregelen nam om de overlast op dit pleintje tegen te gaan. "Er was overleg met de jongerenorganisaties en met de omwonenden. Met de jongeren werd afgesproken dat ze op andere plaatsen kunnen rappen, er werden voor hen optredens georganiseerd om hun creativiteit te kanaliseren. Bepaalde activiteiten werden zelfs gesubsidieerd. "Uit de Marge" begeleidt de jongeren."
"Op piekdagen zijn er speciale politiekoppels die ingezet worden als er klachten zijn: ze kennen de jongeren goed en proberen eventuele geschillen eerst zelf op te lossen, vooraleer ze te verbaliseren. Er werden afspraken gemaakt zodat de jongeren vanaf 1 uur uitsluitend nog aan die kant van de vijver met de minste bewoning gaan liggen. Er is veel geïnvesteerd in preventie, maar er moet een stok achter de deur zijn en dat is ons reglement."
"Het politiereglement verbiedt nu al gebruik van alcohol door minderjarigen op het openbaar domein tijdens de zomermaanden in de stad Turnhout zelf na 12 uur, voor zover dat niet op de terrassen gebeurt natuurlijk. Maar nu komt er ook een regel om ervoor te zorgen dat kinderen zich niet door pubers op sleeptouw laten nemen en zo in de criminaliteit terecht komen. Wij willen de ouders die hun kinderen onbegeleid laten ronddolen na middernacht en voor 6 uur 's ochtends administratief beboeten met een maximum van 250 euro".
Dat kan op basis van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (de GAS-wet). Die maakt het mogelijk dat gemeenten aan meerderjarigen die overlast veroorzaken zelf boetes tot 250 euro opleggen. Voor minderjarigen is het tarief 125 euro. Ook voor een reeks kleinere misdrijven (nachtlawaai, sluikstorting, klein geweld…) kan de gemeente die boetes opleggen, tenminste als het parket niet vervolgt.
"Het reglement moet van kracht worden in alle gemeenten van de politiezone. Turnhout zelf en Lille stemmen er al volgende week over, de meeste andere gemeenten uit de zone (Beerse, Kasterlee, Oud-Turnhout en Vosselaar) pas na de zomer. En voor Baarle-Hertog moet nog van alles geregeld worden."
Leys beklemtoont dat het niet de bedoeling is om ouders te beboeten als de kinderen helemaal niets hebben gedaan. "In de veiligheidscommissie van Turnhout stond iedereen achter het reglement, er was zelfs kritiek dat de leeftijd wat hoger mocht (14 jaar in plaats van 12 jaar) en dat het uur wat vroeger mocht (22 uur in plaats van 24 uur). Maar eigenlijk staat iedereen achter dit reglement", aldus de korpschef.
Wat vinden de deskundigen?
Er zijn drie experts die menen dat het systeem juridisch gezien mogelijk is binnen de wet op de overlastboetes.
Professor Tom Vander Beken (strafrecht) deed een onderzoek naar de toepassing van de GAS-wet: "Overlast is niet gedefinieerd in deze wet. Als de gemeente dit (ouders die hun kinderen onbegeleid op straat laten rondlopen na middernacht, nvdr) 'overlast' noemt, dan kunnen die sancties. De vraag is echter of de Raad van State in die definitie van overlast zal meegaan."
"Een ander probleem is dat het reglement misschien iets regelt dat eigenlijk al door de jeugdbeschermingswet is geregeld. Het gaat immers mogelijk om verwaarloosde kinderen, kinderen in gevaar."
Tom Vander Beken
Koen Van Heddeghem (Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten en auteur van een handboek over de GAS-wet) wijst er eveneens op dat het begrip "overlast" niet gedefinieerd is in de GAS-wet en dat de gemeente dit begrip zelf mag invullen. Het reglement kan volgens hem juridisch door de beugel.
"Maar bij de toepassing in een concrete situatie zal Turnhout moeten bewijzen dat de dolende minderjarige ook effectief overlast heeft veroorzaakt, anders kan men de ouders niet beboeten".
Volgens Binnenlandse Zaken gaat het om een soort van straatverbod en dat kan juridisch ook.
"Als dit straatverbod kadert in een algemeen beleid ter bestrijding van de overlast én als alle andere mogelijkheden zoals versterkt politietoezicht en preventie al uitgevoerd zijn en toch niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, dan kan een gemeente een straatverbod overwegen. Het is niet aan de minister om zich in de plaats van de gemeente te stellen."
"Als de gemeente een straatverbod oplegt, moet ze rekening houden met de principes van proportionaliteit (het verbod moet in verhouding staan tot het doel dat men wil bereiken), subsidiariteit (andere, minder ernstige ingrepen moeten eerst uitgeprobeerd zijn en niet tot het gewenste resultaat hebben geleid) en noodzakelijheid. Er is over deze thematiek een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van Straatsburg (Oliveira en Landvreugd van 4 juni 2002) en daarin vond het mensenrechtenhof dat het instellen van een avondklok niet in strijd was met artikel 5 van het mensenrechtenverdrag dat willekeurige vrijheidsberoving verbiedt", aldus Paul Van Tigchelt van het kabinet Binnenlandse Zaken.
Juridische sceptici
Er zijn ook drie deskundigen die denken dat het Turnhoutse voorstel niét kan binnen de wet op de overlastboetes of best op een andere manier zou worden gerealiseerd.
Professor Brice De Ruyver (criminologie, Universiteit Gent, voormalig veiligheidsadviseur van premier Guy Verhofstadt) staat "volledig achter de idee van Turnhout, maar vindt dat dit probleem best door de wet op de jeugdbescherming wordt aangepakt. "Het gaat om verwaarloosde jongeren. Minderjarigen in een problematische opvoedingssituatie moeten naar de jeugdrechter. De GAS-wet dient hier niet voor".
Brice De Ruyver
Professor Marc Boes (administratief recht, Kuleuven): "Een avondklok instellen zou kunnen op basis van de artikelen 133 en 135 van de Gemeentewet, die de gemeenteraad de mogelijkheid bieden om alle nodige maatregelen te nemen in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid, de hygiëne e.d."
Het Turnhoutse reglement steunt echter op de GAS-wet en dan rijzen er juridische twijfels, aldus Boes.
"Minderjarigen kan men geen overlastboetes geven, tenzij vanaf 16 jaar. Kan men de ouders beboeten voor iets wat hun minderjarige kinderen deden? Kan men die ouders altijd iets verwijten als hun kinderen onbegeleid worden aangetroffen? Het zal niet makkelijk zijn om die verwijtbaarheid te bewijzen. Maar hoe jonger een kind is, hoe makkelijker dit bewijs geleverd zal kunnen worden".
Volgens Boes zal men "in ieder geval de maatregel serieus moeten motiveren. Men zal moeten aantonen dat er ernstige problemen aan de basis van de maatregel liggen: niet zomaar wat rondhangjongeren, maar concrete klachten en vaststellingen van criminele feiten."
"En men zal ook moeten aantonen dat de maatregel in verhouding staat tot het beoogde doel: een algemene maatregel voor alle gemeenten in de politiezone, terwijl de problemen zich maar op een klein deel van het grondgebied afspelen, lijkt moeilijk haalbaar bij de Raad van State".
Professor Ludo Vény (administratief recht, Universiteit Gent): "Het gaat hier om een misbruik van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-wet). Men kan de minderjarigen zelf niet treffen, want de GAS-wet legt hen slechts boetes op vanaf 16 jaar. Dan treft men maar de ouders: die zouden hun opvoedingsplicht niet nakomen door minderjarigen zomaar 's nachts te laten rondhangen. Dat ligt juridisch zeer moeilijk. Maar er bestaan al soortgelijke reglementen en er is er voorlopig nog geen enkel vernietigd door de Raad van State".
Wat doet het parlement?
Momenteel zijn geen wetsvoorstellen ingediend om de Turnhoutse methode uitdrukkelijk te legaliseren, voor zover ze niet zou kunnnen.
Het laatste voorstel tot het instellen van een 'avondklok' dateert van 22 december 1999. Filip De Man en Jan Mortelmans (beiden VB) wilden toen dat de oude artikelen 133 en 135 uit de gemeentewet uitdrukkelijk zouden mogelijk maken dat een gemeenteraad een avondklok instelt voor minderjarigen tot zestien jaar.
Op 1 juli 2005 diende Denis Ducarme (MR) een voorstel tot resolutie in om avondklokken voor minderjarigen uitdrukkelijk te verbieden. Ducarme had vastgesteld dat "meerdere Waalse gemeenten tijdelijk een verbod uitvaardigden voor minderjarigen om 's nachts op straat rond te hangen". Volgens Ducarme druisten al die verboden in tegen de Grondwettelijke artikels 10 en 11, die iedere discriminatie verbieden, omdat ze slechts op minderjarigen van toepassing zijn.
Denis Ducarme
Beide voorstellen werden nooit wet en zijn voorlopig ook niet heringediend.
Bedenkingen
Eigenlijk zou het de doodgewoonste zaak van de wereld moeten zijn dat kinderen onder de twaalf jaar in het holst van de nacht niet onbegeleid door de stad rondzwerven. Het zou verbazing moeten wekken dat een stad een reglement moet uitvaardigen om zo'n probleem aan te pakken. Het zou verbazing moeten wekken dat dit reglement daarna juridisch betwist wordt omdat het misschien met haken en ogen aan elkaar hangt.
De doodgewoonste zaak van de wereld is in België nog geen realiteit. De mogelijke problemen met het Turnhoutse reglement komen eigenlijk voort uit het falen van de wet op de jeugdbescherming van 1965. Deze wet dateert nog uit een monoculturele samenleving, toen drie vierde van de bevolking nog naar de mis ging, de culturen nog niet botsten en het gezag nog niet betwist werd.
Ze gaat uit van de totale onschuld van het kind, dat onstrafbaar is tot zijn achttiende.
Ondertussen is de wereld veranderd, maar de leeftijdsgrenzen uit de jeugdbeschermingswet van 1965 staan nog altijd pal overeind. "Kinderen" onder de achttien jaar kunnen in principe niet gestraft worden, laat staan "kinderen" onder de twaalf jaar. En in de praktijk wordt ook te weinig opgetreden tegen ouders die hun kinderen slecht opvoeden: er zijn nauwelijks ontzettingen uit de ouderlijke macht en ouders zijn niet meer de "baas" over hun kinderen, maar moeten ermee "onderhandelen".
Die kinderen zijn al veel vroeger volwassen en door de ongebreidelde consumptiemaatschappij ook veel vrijer. Dat leidt tot incidenten, maar de jeugdbeschermingswet kan niet straffen en de jeugdrechters zijn te betuttelend zowel tegenover de ouders als tegenover hun kinderen. Steden die met overlast geconfronteerd worden en die - zoals Turnhout - nog bereid zijn om hun verantwoordelijkheid op te nemen om in de toekomst erger te voorkomen, moeten zich dan in duizend en één juridische bochten wringen om toch maar een soort strafje te verzinnen. Deze situatie is juridisch ongelukkig, maar ook maatschappelijk ongezond. Het wordt tijd dat het parlement een wet maakt waardoor minderjarigen ook effectief gestraft kunnen worden.