vrijdag, 25 mei 2012
aanmelden registreren
 15° / 25° Helder

Professor Ackaert over het integratiebeleid

05/12/'11 John de Wit 5 DECEMBER Z011 - Een kwart van de Vlaamse Turken en een vijfde van de Marokkanen begrijpt weinig of niets van een Nederlandstalige folder en de helft van de Turken en een derde van de Marokkanen praat maar af en toe Nederlands, 15% van de Turken en 10% van de Marokkanen zelfs nooit. Het integratiebeleid door taal is voorlopig zeker geen succes. Beide groepen hangen ook enorm sterk vast aan hun herkomstland. Dat blijkt uit een nieuw boek over integratie van allochtonen. Het is van de hand van de professoren Johan Ackaert (politologie, Universiteit Hasselt) en Tine Van Regenmortel (sociale wetenschappen, Universiteit Leuven) en het werd vanmorgen in Gent voorgesteld. Uit de studie blijkt verder dat de Antwerpse Polen zich gediscrimineerd voelen door de stadsdiensten en door de media. Opmerkelijk is voorts dat liefst 99% van de Vlamingen achter een gelijke kansenbeleid voor gediscrimineerde groepen staat. Maar toch vindt een vierde van de Vlamingen dat werkgevers bij sollicitaties rekening mogen houden met de ethnische afstamming van een kandidaat-werknemer. Het boek becritiseert ook het Vlaamse eredienstenbeleid omdat het de islam discrimineert.

In Gelijk Oversteken brengen de professoren Johan Ackaert en Tine Van Regenmortel een reeks onderzoeken over integratie van allochtonen samen. We belichten vijf onderdelen uit dit boek: de taalkennis van allochtone Marokkanen en Turken; de gehechtheid aan het thuisland van beide groepen; de discriminaties van Polen in Antwerpen; de visie van de Vlamingen op discriminatie; de discriminatie van de islam. Daarna geven we enkele bedenkingen.

1. TAALKENNIS BIJ MAROKKANEN EN TURKEN

Kennis van de landstaal (in dit geval: het Nederlands) is dé voorwaarde voor integratie in de Vlaamse samenleving. Al jaren wordt een actief beleid in die zin gevoerd, maar dat is voorlopig zeker niet gelukt.

De Hasseltse onderzoekers Kris Vancluysen en Maarten Van Craen gingen bij 618 Marokkanen en Turken uit Antwerpen, Genk en Gent na hoe goed ze zeggen Nederlands te kennen. De Marokkanen scoren veel beter dan de Turken zo blijkt. Maar echt succesvol kan je hun taalkennis niet noemen. Het meest sprekende resultaat is dit: 53% van de Marokkanen kon in het Nederlands ondervraagd worden, tegen slechts 21% van de Turken. Eerder onderzoek van de Koning Boudewijnstichting toonde aan dat in Vlaanderen slechts 21% van de Marokkanen goed Nederlands kent, terwijl 56% in datzelfde Vlaanderen wel goed Frans spreekt! (Zie: hier, nvdr.

Wat bleek uit de ondervragingen?

* 29,8% van de Marokkanen zegt altijd Nederlands te praten, tegen slechts 7,3% van de Turken. Als we de groep die meestal Nederlands praat hierbij tellen dan komen de percentages op 53% en 44%.

* 14,9% van de Turken zegt nooit Nederlands te praten, tegen 10,5% van de Marokkanen. Als we de groep die slechts "soms" Nederlands praat hiermee samentellen komen we op 47,3% van de Turken en 31,8% van de Marokkanen.

* Bijna de helft van de Marokkanen zegt altijd Nederlands te gebruiken als ze schrijven, bij de Turken is dat 11%.

* Twee op de drie Turken gebruikt nooit of zelden Nederlands als ze schrijven, bij de Marokkanen is dat 38%.

* 22,9% van de Marokkanen en 25,3% van de Turken zegt heel weinig te verstaan van Nederlandstalige brieven of folders.

* Met de partner, de ouders en met de kinderen wordt het minste Nederlands gepraat, met de vrienden het meest.

* Marokkanen, mannen, jongeren, allochtonen die al lang in België wonen, hoog opgeleiden en allochtonen die werken, gebruiken veel meer Nederlands dan Turken, vrouwen, ouderen, allochtonen die pas zijn aangekomen, laag opgeleiden en niet-werkenden.

* Wie vaker de Vlaamse media volgt, kent beter Nederlands.

* Tussen allochtonen die werken en allochtonen die studeren zijn er geen verschillen.

* Allochtonen uit Antwerpen en Gent spreken minder Nederlands dan die uit Genk. Meer Antwerpse allochtonen zeggen bovendien dat ze niet goed Nederlands kennen dan in Gent of Genk. De Genkse allochtonen kennen maar even goed Nederlands als die van Gent, maar ze spreken het veel meer. Dat komt volgens de onderzoekers omdat ze meer naar de Nederlandstalige televisie kijken en meer Vlaamse kranten lezen.

2. BANDEN MET HET HERKOMSTLAND BIJ TURKEN EN MAROKKANEN

Hoe sterk hangen Marokkanen en Turken nog vast aan hun herkomstland? Heel sterk, zo blijkt uit een tudie van Kris Vancluysen en Maarten Van Craen. Turken hebben veel meer contacten met hun familie dan Marokkanen, maar deze laatsten sturen hen meer geld, zo blijkt. Uit eerder onderzoek van de Koning Boudewijnstichting bleek al dat de grote meerderheid van de Marokkanen in België zich eerst en vooral Marokkaan voelt. Volgens dat onderzoek vindt 55% van de Marokkanen dat ze eerst en vooral Marokkaan zijn en nog eens 19% vindt dat ze alléén Marokkaan zijn. Slechts 7,7% noemt zich eerst en vooral Belg. (Zie voor dit onderzoek: hier, nvdr.). De studie van Vanclusyen en Van Craen lijkt deze visie te bevestigen, ook voor de groep van de Turken.

2.1. CONTACTEN

58% van de Turken en 47% van de Marokkanen heeft minstens één keer per week contact met zijn familie in het herkomstland. Slechts 9% van de Turken en 13% van de Marokkanen heeft nooit contact met deze familie.

Twee op de drie Turken en één op de twee Marokkanen gaat minstens één keer per jaar op familiebezoek in het herkomstland. De onderzoekers verklaren het verschil tussen Turken en Marokkanen door de veel traditionelere opvatting van het gezin bij Turken.

De onderzoekers beklemtonen verder dat frequente contacten met de familie in het herkomstland niet gepaard gaan met een slechtere kennis van het Nederlands. Er is geen verband.

Liefst 77% van de Turken en 45% van de Marokkanen kijkt dagelijks naar de "eigen" (Turkse of Marokkaanse) televisie.

2.2. GELD

De helft van de Turken en twee op de drie Marokkanen zegt minstens één keer per jaar geld op te sturen naar hun familie in het herkomstland. Het verschil tussen Turken en Marokkanen verklaren de onderzoekers door een verschillend overheidsbeleid. Marokko stimuleert deze geldtransfers veel meer dan Turkije. In 2006 waren ze in Marokko goed voor 9,5% van het Bruto Nationaal Product, in Turkije voor 0,3% van het BNP.

3. DISCRIMINATIE VAN POLEN

Interessant is ook het onderzoek naar de Polen. Voelen zij zich gediscrimineerd in België of niet? Dat was tot nu toe nog niet onderzocht. Kris Vancluysen en Sofie Henneau onderzochten het in Antwerpen bij 418 Polen. Antwerpen heeft in Vlaanderen de grootste Poolse gemeenschap. In Vlaanderen is de Poolse gemeenschap zelfs de derde grootste geregistreerde bevolkingsgroep van buiten de EU15. Meer dan een kwart van hen overweegt langer dan tien jaar in België te blijven en ruim één op vijf is van plan zich hier definitief te vestigen.

Polen hebben volgens de onderzoekers een zeer positieve beeld van Belgen. Toch voelen de meeste Antwerpse Polen zich nog steeds Pool (84%), Europeaan (81%) of Antwerpenaar (39%). Slechts 6% voelt zich Belg. Opmerkelijk: Polen hebben meer vertrouwen in de Belgische regering dan in de Poolse.

Uit eerder onderzoek bleek dat 48% van de Marokkanen en 43% van de Turken in Antwerpen, Gent en Genk zich gediscrimineerd voelen. De Turken klaagden vooral over discriminatie op het werk en in hun contacten met de politie, de Marokkanen over discriminatie op het openbaar vervoer en bij het zoeken naar werk.

Ook 33% van de autochtonen voelen zich gediscrimineerd. De Polen, die eenzelfde godsdienst en huidskleur hebben als de autochtonen, blijken niet af te wijken van de Marokkanen en de Turken als het op aanvoelen van discriminatie aankomt. 45% van de Polen voelden zich in het jaar dat het interview vooraf ging minstens één keer gediscrimineerd, 10% zelfs dikwijls.

Vooral de stadsdiensten (districtshuis, OCMW, VDAB) zijn de schuldigen. 13% van de Polen voelt zich door hen gediscrimineerd. Ze klagen over onbeleefd personeel en negatieve reacties op hun taal. 11% voelt zich bovendien onheus behandeld op het werk, ze denken dat ze harder moeten werken of zwaarder werk krijgen dan autochtonen. Nog eens 7,2% voelde zich het voorbije jaar ongelijk behandeld in winkels, banken of bij de post.

De Polen voelen zich volgens de onderzoekers gediscrimineerd omdat ambtenaren hen niet willen verder helpen in het Frans of het Engels, maar uitsluitend in het Nederlands. Dat geldt voor 7%. De onderzoekers raden de ambtenaren daarom aan om hen voort te helpen in één van deze talen. (Dat advies is echter volkomen onwettelijk, nvdr).

Hoe ouder de Polen zijn en hoe langer ze in België wonen, hoe minder ze persoonlijk discriminatie hebben ervaren in het jaar dat aan het onderzoek vooraf ging. Ook de Polen die meer Belgische vrienden hebben zeggen minder discriminatie te ervaren. Er is merkwaardig genoeg geen enkel verband tussen de beroepssituatie (werk of geen werk) en de kennis van het Nederlands enerzijds en het ervaren van discriminatie in het jaar voor het onderzoek anderzijds. Er is ook geen verband met het geslacht of met de opleiding van de Polen.

Hoewel "slechts" 45% van de Polen zegt zelf gediscrimineerd te zijn gedurende het voorbije jaar, toch denken 9 op de 10 Polen dat Polen in België wel eens gediscrimineerd worden. Ruim twee op de drie Polen vinden dat de media Polen negatiever voorstellen dan Belgen, ongeveer evenveel denken dat huiseigenaren Polen veel sneller afwijzen als huurder dan Belgen en de helft meent dat Polen op het werk slechter worden behandeld dan Belgen.

4. VLAMINGEN OVER HET GELIJKE KANSENBELEID

Hoe denken de Vlamingen over het gelijke kansenbeleid? Eerder al liet het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding nagaan hoe de Belgen over ethnische minderheden denken (zie: hier, nvdr.). Dat onderzoek was deels ruimer (het ging over Belgen en splitste de allochtonen op in groepen), maar deels ook beperkter (het onderzocht alleen discriminaties van allochtonen, niet van vrouwen en homo's). Elke Valgaeren (Universiteit Hasselt) onderzocht het Vlaamse gelijke kansenbeleid bij 2.405 inwoners van Vlaanderen. Wat denken zij over het gelijke kansenbeleid van Pascal Smet? Vinden de deelnemers dat er gediscrimineerd wordt en worden ze zelf gediscrimineerd? En hoe is hun feitelijke situatie? Is er een draagvlak voor een gelijke kansenbeleid? Dat waren de vragen van de studie.

4.1. WAT BLIJKT?

* Een beleid dat gelijke kansen moet bevorderen geniet een massale, "stalinistische" steun bij de bevolking. Slechts 1,4% is er tegen en liefst 72,5% geeft zo'n beleid "veel" of "heel veel" steun.

* Allochtonen van buiten de EU hebben twee keer meer kans op een lager diploma dan autochtonen, ze zijn drie keer zoveel huurder als autochtonen, komen veel minder buiten voor sociale activiteiten, zijn vaker werkloos en werken vaker als arbeider.

* Er zijn geen verschillen tussen allochtonen en autochtonen op het vlak van gezondheid.

* Vrouwen gaan minder uit dan mannen, hebben minder kans op een leidinggevende positie en werken gemiddeld tien uur minder per week dan mannen.

* Homo's hebben twee keer zoveel kans op een slechte gezondheid als hetero's, ze werken minder en hebben ook veel minder een eigen huis.

4.2. WIE VOELT ZICH GEDISCRIMINEERD?

* Vrouwen zijn even tevreden over hun loopbaan als mannen. Ze vinden zelfs minder dat ze kansen hebben gemist door hun geslacht dan mannen. Maar de vrouwen die zeggen kansen gemist te hebben, wijten dat voor een derde aan het feit dat ze voor hun gezin moesten zorgen. Bij mannen is dat percentage slechts 10%. Volgens Valgaeren is er dus wel degelijk ongelijke behandeling van de geslachten.

* 40% van de niet-Europese allochtonen vinden dat ze kansen op de arbeidsmarkt gemist hebben door hun etnische afkomst. 9% van de homo's vinden dat ze kansen hebben gemist op de arbeidsmarkt door hun seksuele voorkeur.

* 81,4% van de Vlamingen denkt dat autochtonen makkelijker werk vinden dan allochtonen en 84,5% denkt dat dit geldt voor jongeren. 30% van de Vlamingen denkt dat hetero's sneller werk vinden dan homo's.

4.3. MAG MEN GROEPEN VERSCHILLEND BEHANDELEN?

* Een vierde van de inwoners van Vlaanderen vindt het aanvaardbaar dat een werkgever bij sollicitaties rekening houden met de nationaliteit van de sollicitant. Een derde vindt dit normaal voor de leeftijd van de sollicitant, 14% voor zijn godsdienst, 14% voor zijn geslacht. Waarom deze mensen dat vinden, wordt niet bevraagd.

* In het onderzoek mochten de deelnemers enkele sollicitatiesituaties beoordelen. Prestaties bij de vorige werkgever en kennis van het Nederlands zijn de doorslaggevende factoren om iemand aan te werven. Maar toch werden mensen met een vreemde naam en alleenstaanden negatiever beoordeeld.

4.5. HOE REAGEERT DE MINISTER?

Vlaams minister voor Gelijke Kansen Pascal Smet (sp.a) reageerde al op dit onderdeel van de studie. Hij wil een Centrum dat bevoegd is voor klachten over discriminatie bij de uitoefening van de Vlaamse bevoegdheden: in het onderwijs, op de Lijn, bij de VDAB, in de welzijnssector. Dat moet ook naar de rechter kunnen stappen. Nu is niemand bevoegd voor discriminatie in die sectoren.

In principe blijft Smet (zoals over het algemeen het federale Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, de socialisten en de groenen) voorstander van een "interfederaal centrum", dat dus bevoegd is voor àlle klachten over discriminatie en racisme in heel België. Het CGKR van Jozef Dewitte zou in die zin kunnen evolueren. "Maar de onderhandelingen daarover zijn al vijf jaar bezig en ondertussen blijven rolstoelgebruikers die niet in een school binnenkunnen in de kou. Als er geen schot in komt, dan moet er maar een apart Vlaamse Centrum komen. Dat zou ook overtreders voor de rechter moeten kunnen brengen."

5. DE DISCRIMINATIE VAN DE ISLAM

De islam wordt wel in theorie gelijk behandeld, maar niet in de praktijk. Hij werd nooit op een echte, multiculturele wijze erkend. Dat meent onderzoeker Jonathan Debeer (Steunpunt Gelijke Kansenbeleid, Universiteit Antwerpen).

Hij ziet ongelijke behandelingen op vele vlakken:

== De islam werd al in 1974 erkend, maar het duurde nog tot 2007 vooraleer dat ook tot erkende moskeeën leidde.

== De nieuw-erkende geloofsgemeenschappen moeten bovendien aan allerlei formaliteiten voldoen, die niet gelden voor de oude (zoals jaarlijks budgetten voorleggen).

== Ook moet de Moslimexecutieve de hele islam vertegenwoordigen, maar alle kandidaten voor de Moslimraad werden gescreend door de staatsveiligheid en een grote hoop van deze democratisch verkozenen geweerd. Dat gebeurde bij andere godsdiensten niet.

Ook het Vlaamse eredienstendecreet krijgt er van langs. Het is volgens hem volledig geschoeid op een katholieke leest met zijn hiërarchische structuur en het is niet aangepast aan de islam. Zo moet het aantal gelovigen geteld worden om het kader voor de imams te creëren. Maar volgens Debeer is dat bij de islam zeker niet zo makkelijk. Gaat het om de gelovigen die elke dag komen bidden of alleen om zij die tijdens de ramadan komen?

Uit zijn onderzoek bleek ook dat de moslims zelf veel kritiek hebben op de Moslimexecutieve. Ze zijn het niet eens over haar functie (administratief of ook religieus?), ze vinden haar onefficiënt, ze menen dat ze erkenning van nieuwe moskeeën en imams vertraagt. Bovendien is de Excutieve niét representatief, zo zeggen de moslims. De Turken en de Marokkanen slagen er binnen de Executieve niet in om het eens te worden.

Debeer becritiseert ook het rapport-Magits, dat een nieuwe structuur voor de erediensten moet uitdenken. Dat rapport pleit voor één representatief orgaan per erkende godsdienst. Niet goed, meent Debeer, te veel geschoeid op katholieke leest. Hij vindt dat er meerdere organen per godsdienst mogelijk moeten zijn.

6. BEDENKINGEN

6.1. Het boek levert een schat aan waardevol nieuw materiaal op. Maar toch rijzen hier en daar vragen bij de methode. Zo lijkt het onmogelijk dat tegelijkertijd 99% van de Vlaamse bevolking achter het gelijke kansenbeleid staat, terwijl een vierde vindt dat werkgevers bij sollicitaties rekening mogen houden met iemands ethnische herkomst. Beide dingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Het blijft spijtig dat de vraagstelling hier duidelijk onzuiver was en dat niet is nagegaan waarom werkgevers dergelijke meningen hebben. Zijn die meningen gestoeld op persoonlijke ervaringen? Hebben ze te maken met de ethnische afstamming as such of met een falende arbeidsethiek bij de sollicitanten? Hier zou zeker aanvullend onderzoek nodig zijn.

Over het algemeen zou wel eens onderzoek mogen worden gedaan over het verschil tussen het aanvoelen van discriminatie ("subjectieve discriminatie") en de feitelijke discriminatie ("objectieve discriminatie") zelf. De meeste onderzoeken gaan alleen over het eerste en de politici hebben nogal eens de neiging om beide vormen van discriminatie door elkaar te warren en hun beleid dus vooral op het eerste te steunen. Dat is geen goed idee.

6.2. De meeste onderzoeken in dit boek vertrekken van hetzelfde uitgangspunt als het beleid. Ze gaan ervan uit dat allochtonen Nederlands willen leren, zich in de Vlaamse maatschappij willen integreren, met Vlamingen willen omgaan, zich aan het Vlaamse arbeidsethos willen aanpassen en dat (wat het beleid betreft) illegalen willen terugkeren naar hun herkomstland. Maar is dit wel zo? Dat illegalen niet vrijwillig willen terugkeren is voor iedereen, behalve voor de politici, duidelijk. Want waarom zouden ze anders nog niet vertrokken zijn vooraleer ze gevat werden? Maar hoe zit het met de bereidheid van allochtonen om Nederlands te leren en om daadwerkelijk te integreren in de Vlaamse maatschappij, om buiten het eigen getto te treden kortom? Bij die vrijwilligheid kunnen in bepaalde gevallen vraagtekens worden geplaatst, hoewel dat niet mag worden veralgemeend. Een beleid dat efficiënt wil zijn, moet evenwel vertrekken vanuit de slechtst mogelijk hypothese(nl. dat niemand wil integreren of Nederlands wil leren), omdat het alleen zo voorbereid kan zijn op mogelijk nefaste gevolgen. Momenteel gaat het beleid uit van de best mogelijke hypothese (dat iedereen in onze samenleving wil integreren, dat iedereen Nederlands wil leren) en het stelt dan tot zijn verbazing vast dat dit toch niet lukt.

6.3. Het boek wil een kritiek (of liever: "een aanvulling en verrijking") zijn op het adagium "Voor wat hoort wat", dat de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (sp.a) wil toepassen op het integratiebeleid. De auteurs noemen die visie in navolging van professor Bea Cantillon "kil", "te weinig empathisch" en waarschuwen voor een "te economische afweging van rechten en plichten". Ze vrezen dat een beleid dat op dit beginsel is gebaseerd tot "zorgmijding" zal leiden: de meest kwetsbare burgers dreigen de nodige bescherming te verliezen. Ze pleiten voor een "burgerschap waarbij basisvertrouwen en respect voor anderen belangrijk zijn in een super-diverse samenleving". Ze beklemtonen dat allochtonen zich niet moeten assimileren, ook de Vlamingen moeten veranderen.

De onderzoeken over taalkennis en dat over de banden met de herkomstlanden, geven Janssens gelijk. Beide onderzoeken tonen aan dat Marokkanen en Turken zich nog vooral op hun eigen land richten: ze kennen onvoldoende Nederlands en ze voelen zich Marokkaan of Turk, eerder van Vlaming of Belg. Dat bleek trouwens ook al uit een eerder onderzoek van de Koning Boudewijnstichting over Marokkanen. De vraag van de Antwerpse burgemeester is helemaal niet onterecht of discriminerend. Integendeel: buitenlandse burgers worden alleen als gelijken behandeld als men hen ook beschouwd als wezens met een eigen wil, die zelf initiatief moeten nemen om te integreren en die deze bereidheid moeten bewijzen. Het huidige migratiebeleid is daar nog lang niet aan toe, noch in België, noch in Vlaanderen. Beide beleiden slagen er niet in om allochtonen te integreren. Het migratiebeleid van Di Rupo I brengt hierin geen verandering: het is een overdrukje van wat de regering-Leterme I al deed, het bevat geen nieuwe aanzetten, alles werd al eerder door de veel becritiseerde Melchior Wathelet (cdH) opgestart.


**************************


ACKAERT, JOHAN EN VAN REGENMORTEL, TINE, Gelijk oversteken. Een staalkaart van bevindingen rond integratie, 2011, Vanden Broele, 244 p.


**************************


Lees ook:


Liégeois: "Het migratiebeleid is volkomen mislukt"

De hoorzitting over de rede van Liégeois over het migratiebeleid

Het asiel- en migratiebeleid van de voorbije drie jaar

Hoe denken Belgen over ethnische minderheden?

Wie zijn de Belgische Marokkanen?

Het multiculturele drama van Paul Scheffer

Het eindverslag van de Interculturele Dialoog



22/05 John de Wit 22 MEI 2012 - Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) kreeg in 2011 4.162 meldingen van racisme en discriminatie binnen, 15% meer dan in 2010. Maar liefst 609 meldingen gingen over filmpjes van Sharia4Belgium, de …

11/05 John de Wit 11 MEI 2012 - Morgen betogen duizenden homo's en lesbiennes tegen gaybashing. De jaarlijkse 'Gay Pride', die traditioneel rond 17 mei plaatsvindt omdat dit de Internationale Dag tegen Homofobie is, staat dit jaar in het teken van homofoob …

07/05 John de Wit 7 MEI 2012 - Moet Vlaanderen een eigen instelling krijgen om discriminatie te bestrijden? Of moet Vlaanderen daarvoor het federale Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR) bevoegd maken? Deze vraag stond vorige week …

15/04 John de Wit 15 APRIL 2012 - De opleiding van de politie ligt onder vuur. De regeling is te rigide en het onderwijs zit teveel in de kazernes, de onderwijsmethodes van de docenten zijn te ouderwets, de cursussen worden onvoldoende gecontroleerd, zodat de ene …

29/03 John de Wit 29 MAART 2011 - Morgen, vrijdag, heeft in de Antwerpse correctionele rechtbank de tweede zitting plaats van het proces tegen Fouad Belkacem, de leider van de salafistische organisatie Sharia4Belgium. Een overzicht van de feiten en het eerste …

19/03 John de Wit 19 MAART 2012 - De Kamer keurde vorige donderdag "in alle sereniteit" een herziening goed van artikel 195 van de Grondwet. Dat artikel regelt de procedure om de grondwet zelf te herzien. Het wetsvoorstel van Thierry Giet (PS) wordt een eerste …