Jeugdrechter kan nu toch straffen
27/09/'07
John de Wit
3 APRIL 2006 - De Senaat keurde de nieuwe wet op de jeugdbescherming goed. Ze wijzigde nogal wat aan het ontwerp dat de Kamer eerder al stemde. Er komt nu toch een beperkt jeugdsanctierecht voor jongeren boven de zestien jaar, zoals de Vlamingen hadden gewild.
De jeugdbeschermingswet van 1965 is verouderd: in 1965 was er nog geen georganiseerde misdaad, geen illegalenvraagstuk en 'het Gezag' stond nog pal overeind. Minderjarigen die een crimineel feit plegen moesten worden beschermd: niét straffen maar heropvoeden. Dat is vandaag niet meer realistisch. Tussen 2001 en 2005 steeg het aantal nieuwe zaken tegen criminele minderjarigen bij de jeugdrechtbank met twee derde tot 13.456. Steeds meer moesten criminele minderjarigen vrijgelaten worden omdat er geen plaats was in de opvoedingsinstellingen van de Gemeenschappen. Er is nu een nieuwe wet.
* Een belangrijke aspect daarvan is dat de jeugdrechters hun maatregelen beter moeten motiveren op grond van een lijst criteria (leeftijd dader, gezinssituatie, aard feit, recidive, opvoeding, therapie...) die in de wet komen. Er komt ook een hiërarchie in de maatregelen: een minderjarige blijft bij voorkeur in zijn gezin. Bij minderjarigen onder de twaalf jaar kan alleen een vermaning of een opvoedkundige tussenkomst. Daarna staat de herstelgerichte aanpak (een onderhandeld akkoord met het slachtoffer) voorop, dan volgen de behandeling in een open centrum (vanaf 12 jaar) en tenslotte de behandeling in een gesloten centrum zoals in Mol (in principe vanaf 14 jaar en onder strikte voorwaarden).
Momenteel kunnen jeugdrechters nog altijd voor een klein feit een zware maatregel nemen en andersom. Dat verandert dus en dat was wel nodig, want uit een studie van Charlotte Vanneste van het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek bleek dat de aard van het misdrijf geen enkele rol speelt in de beslissing die jeugdrechters nemen. Het feit dat een jong boefje zwaar geweld gebruikte of dat hij meerdere criminele feiten tegelijkertijd pleegde: onbelangrijk voor de jeugdrechter! Om iemand naar een gesloten instelling (zoals Mol) te sturen hielden jeugdrechters met heel ándere dingen rekening. Wie van huis wegliep, loopt vier keer zoveel kans op dit soort plaatsing. Wie slecht met zijn ouders opschiet en gewoon wie allochtoon is, loopt twee keer zoveel kans.

De jeugdrechters proberen evenmin eerst een lichte maatregel uit en als ze hetzelfde boefje meerdere keren zien verschijnen een zwaardere. Hoe jonger de crimineel, hoe meer kans op een plaatsing in een gesloten instelling. Hoe ouder, hoe meer kans op een berisping. Een beetje de omgekeerde wereld, vond Vanneste. Dat zal nu dus veranderen.
* De herstelgerichte bemiddeling komt uitdrukkelijk in de wet. Daarbij overleggen dader, slachtoffer en hun vrienden met elkaar over de feiten. Dat kan leiden tot een excuus, tot een afspraak over vergoeding van de schade of over hun toekomstige relatie.
* De minderjarige krijgt meer rechten in de procedure. Hij zal zich op meer momenten kunnen laten bijstaan door een advocaat.
* Ouders die hun kinderen verwaarlozen, kunnen worden gedwongen tot een begeleiding, de ouderstage. Wie dat niet doet kan tot 7 dagen cel krijgen.
* Het belangrijkste discussiepunt betrof de
uithandengeving: de jeugdrechter kan momenteel criminele minderjarigen van boven de 16 jaar naar de gewone strafrechter voor volwassenen sturen, uit handen geven, als alles mislukt is. Onkelinx wilde hieraan weinig veranderen, maar de Senaat deed dat toch.
Jaarlijks heb je zo'n 135 uithandengevingen. 84 procent van de uit handen gegeven jongeren is Franstalig, bijna de helft is Marokkaan. Wallonië wilde de uithandengeving absoluut behouden, Vlaanderen wilde ze afschaffen, maar tegelijkertijd de jeugdrechter zelf de mogelijkheid geven om straffen op te leggen.
In de Kamer bleef de uithandengeving wat ze was, zij het dan wel dat de straf in de toekomst in een aparte, nieuw op te richten jeugdgevangenis moet worden uitgezeten.
Maar in de Senaat veranderde dat. De Gemeenschappen, die de jeugdbeschermingswet moeten uitvoeren, wilden nl. plots hun zeg over de nieuwe wet. Een beetje een onorthodoxe procedure: de Gemeenschappen die gaan beslissen wat in een federale wet moet komen, nadat die al is goedgekeurd in één Kamer! De Gemeenschappen geraakten het niet eens, dan weer wel, en uiteindelijk toch niet.
Daarom besloot de federale regering - en dus ook de Senaat - tot de volgende regeling:
1. Uithandengeving zal kunnen voor jongeren vanaf 16 jaar (zoals nu dus). Een gemiste kans, want al in 1993 pleitte de Commissie-Cornelis ervoor om die leeftijd op 15 jaar te brengen.
2. De uithandengegeven jongeren gaan niet naar de gewone correctionele rechter, maar naar een aparte kamer binnen de jeugdrechtbank van twee jeugdrechters en een correctionele rechter. Ze kan alle gewone straffen voor volwassenen opleggen.
3. Voor niet-correctionaliseerbare misdaden, zoals moord, verkrachting van minderjarigen, foltering met de dood tot gevolg, gaan de minderjarigen naar assisen. Maar dan is de maximumstraf 30 jaar in plaats van levenslang.
4. Het systeem kan alleen voor minderjarige recidivisten, tegen wie vroeger dus al eens een maatregel werd genomen. Het kan ook voor jongeren die voor het eerst voor de jeugdrechter komen voor moord, verkrachting, slagen met de dood tot gevolg, foltering, inbraak met verzwarende omstandigheden.
5. Om uithandengeving te voorkomen, zal de jeugdrechter de gewone maatregelen kunnen verlengen tot de jongere 23 jaar is. Nu is die leeftijd 20 jaar. Maar die verandering gaat maar pas in nadat de federale overheid met de drie Gemeenschappen een akkoord heeft uitgewerkt om die verlenging mee te financieren. Want nu betalen de gemeenschappen maar tot 20 jaar.
6. De wet treedt ten laatste volledig in werking op 1 januari 2009 omdat men eerst nog jeugdgevangenissen moet bouwen. Die datum is handig, omdat een volgende regering de wet kan wijzigen nog voor ze van kracht is.