Het jaarrapport van het Kinderrechtencommissariaat van 2011
16/11/'11
John de Wit
16 NOVEMBER 2011 - Boetes voor het niet-betalen van trein- of tramtickets moeten lager worden voor minderjarigen en de jongeren moeten die door werkjes kunnen afbetalen. Minderjarigen moeten op eigen houtje naar de jeugdrechter kunnen stappen en de zittingen van de jeugdrechtbank moeten altijd achter gesloten deuren plaatsgrijpen. Iedere jongere in problemen moet een vaste "trajectbegeleider" krijgen. Minderjarige asielzoekers moeten na hun erkenning als vluchteling een statuut krijgen en ook huursubsidie, leefloon en een installatiepremie. De voetbalbond moet illegale voetballertjes laten meespelen in zijn clubs. Er moet geen nieuw decreet komen om geluidsoverlast door spelende kinderen te verbieden. Dat is slechts een greep uit de voorstellen van het Kinderrechtencommissariaat. Dat stelde zopas zijn nieuw jaarrapport voor.
In 2010 klaagden 1.077 mensen onrechten tegenover minderjarigen aan, even veel als in 2008, maar de helft meer dan in 2001. Een derde van die klachten kwam van kinderen zelf. Gezin (41,3%), onderwijs (22,8%) en hulpverlening (16%) blijven de drie belangrijkste domeinen waarover wordt geklaagd. Op basis van die klachten ontwikkelde het KRC een reeks aanbevelingen.
1. KINDERRECHTEN EN DE ZORGSECTOR
Het KRC heeft een resem voorstellen om de kinderrechten beter te garanderen in de zorgsector.
* Het KRC wil één herkenbaar en laagdrempelig meld- en contactpunt waar alle jongeren met hun problemen terecht kunnen. Dat moet hen dan naar de juiste dienst toeleiden.
* Hoewel Vlaanderen 5.900 verschillende zorgmodules kent, is er volgens het KRC onvoldoende zorg. Autistische kinderen met karakterproblemen kunnen nergens terecht: ze worden geweerd in de kinderpsychiatrie én in voorzieningen die met autisten werken. Ook in de ambulante zorg zijn er nog wachtlijsten.
* Soms zetten ouders de tijdelijke plaatsing van hun kind in een pleeggezin stop omdat ze vrezen dat dit kind zich te veel aan zijn pleegouders gaat hechten. Het kind moet dan tijdelijk in een instelling worden opgenomen. Kinderen die zich goed voelen in een pleeggezin moeten daar kunnen blijven: hun wensen zijn belangrijker dan die van hun ouders, meent het KRC.
* In de bijzondere jeugdzorg, waarover bijna negen op de tien klachten in de sector zorg gaan, is het niet duidelijk hoe de rechten van de minderjarigen zich verhouden tot het ouderlijk gezag of tot de meldplicht bij misdrijven.
* Minderjarigen klagen over het gebrek aan professionalisme en over de gebrekkige beschikbaarbheid van de consulenten van de bijzondere jeugdzorg. Sommigen moeten een week wachten vooraleer ze een afspraak kunnen maken. De consulenten wisselen ook te vaak. Daarom wil het KRC per kind een trajectbegeleider: één persoon die het hele kind begeleidt tijdens zijn moeilijke opvoeding.
* Er is te weinig steun voor jongeren die zelfstandig wonen. Heet KRC prijst weliswaar Vlaams minister voor Wonen Freya Van den Bossche (sp.a) omdat die minderjarigen toelaat als huurder bij een sociale woning. Ook gescheiden koppels die in verblijfsco-ouderschap hun kind opvoeden kunnen in de toekomst allebei een sociale woning krijgen. Tot nu toe kon alleen de ouder aan wie het kind was toegewezen dat. Deze maatregelen zijn goed, maar toch blijven er problemen. Zo kan de minderjarige niet zelf zijn ontvoogding opstarten en krijgt hij geen leefloon of huursubsidies en dat wil het KRC veranderd zien.
* Illegale gehandicapte kinderen moeten ook thuisbegeleiding kunnen krijgen en ook zij moeten in een observatiecentrum kunnen worden opgenomen.
* Er is overigens te weinig geld voor gehandicapte kinderen.
* Kinderen die vanuit de bijzondere jeugdzorg in een pleeggezin terecht komen hebben recht op zakgeld, kinderen die vanuit de gehandicaptenzorg komen niét. Die discriminatie moet weggewerkt worden.
* Het inclusief onderwijs, waarbij gehandicapten tussen de niet-gehandicapten naar school gaan, werkt in het basisonderwijs, maar niet in het secundair.
* Kinderen met ADHD krijgen te vaak medicatie voorgeschreven. De scholen zetten hen onderdruk om pillen te nemen, zelfs zonder duidelijke diagnose. Jongeren krijgen te snel het etiket "ongepast" opgeplakt. Het KRC heeft nu een onderzoek laten doen om na te gaan hoe kinderen zelf tegen dit pillengebruik aankijken.
* De bijzondere jeugdzorg heeft geen degelijk diversiteitsbeleid en dat is zeker nodig, omdat de cliënteel meer en meer van allochtone herkomst is. Er zijn namelijk amper allochtone hulpverleners in deze sector!
* Er blijven ook veel problemen met niet-begeleide minderjarige asielzoekers. Hier signaleert het KRC vier problemen:
== Soms moeten ze tijdens het schooljaar van het ene opvangcentrum naar het andere verhuizen. Dat kan niet, ook niet als ze erkend worden als vluchteling.
== Er is helemaal geen statuut als ze erkend worden als vluchteling. Ze moeten dan plots het opvancentrum verlaten. Om hen daarbij te helpen moeten ze recht krijgen op een huursubsidie, een installatiepremie en toegang tot sociale woningen. Ze moeten ook recht krijgen op leefloon, kinderbijslag en studiebeurs.
== Het KRC keert zich tegen "de campagne die de open terugkeerwoningen voor illegalen met kinderen in diskrediet wil brengen", omdat te veel illegalen, die uit het land verwijderd moeten worden, van daaruit in de natuur verdwijnen. Volgens het KRC duikt slechts 20% onder. Het KRC is gewonnen voor het gesloten terugkeercentrum voor illegalen met kinderen, die niet willen vertrekken, maar de zorg mag daar niet onder lijden.
== Niet-begeleide minderjarigen uit de Europese Unie kunnen geen voogd krijgen. Dat moet veranderen, meent het KRC.
2. KINDERRECHTEN EN GEZIN
* Er is te weinig plaats in de voorschoolse opvang van kinderen in de grootsteden. De kwaliteit van deze opvang laat soms ook te wensen over. Het KRC wil daarom dat al wie aan kinderopvang doet dezelfde opleiding, hetzelfde statuut, hetzelfde loon en hetzelfde toezicht moet hebben als leraars in het onderwijs.
* Problemen zijn er ook met erkenning van natuurlijke kinderen van wie één ouder illegaal in het land is. Als het koppel wil trouwen en de gemeente vermoedt een schijnhuwelijk, dan wil ze de kinderen niet inschrijven in het bevolkingsregister. Daardoor valt de erkenningsprocedure stil. Niet goed, meent het KRC.
* Het KRC keert zich tegen anoniem bevallen. Een kind moet altijd de identiteit van zijn moeder kunnen achterhalen.
* Het KRC liet een grootschalig onderzoek bij 2000 kinderen naar geweld in het gezin doen. Liefst 70% van de kinderen was thuis getuige geweest van fysiek en verbaal geweld, voornamelijk door ouders, maar ook door broers. Extreme vormen van geweld (slaan met een hard voorwerp of dreigen met een mes) werd door 5% van de kinderen ervaren.
* In echtscheidingszaken verzette het KRC zich vorig jaar tegen het co-schoolschap. Daarbij zitten de kinderen van gescheiden ouders op twee verschillende scholen al naargelang ze in de woning van hun vader of hun moder verblijven. Vlaams Onderwijsminister liet de problemen in kaart brengen. Slechts 696 scholen (of 27%) deden mee aan het onderzoek en daarvan hadden 17 (2,4%) leerlingen die op twee scholen les volgden. Het gaat vooral om kleuters. Sommige scholen laten de dubbele schoolkeuze niet toe, andere werken het systeem tegen. Minister Smet onderzoekt nu of hij het co-schoolschap niet kan verbieden en het KRC is daarvan een groot voorstander
.
* Het KRC is gewonnen voor de oprichting van een familierechtbank, die alle geschillen in het gezin moet behandelen behalve de strafrechtelijke. (Wat deze wet precies zegt, vindt U hier, nvdr.) Maar ook hier gaat de nieuw goedgekeurde wet niet ver genoeg. Het KRC hoopt dat de Senaat deze wet nog aanpast. Wat moet er veranderen?
== Zo wil het KRC dat de jeugdrechter kinderen boven de 12 jaar automatisch moet oproepen om te zeggen dat ze in een echtscheidingsprocedure kunnen worden gehoord. In het voorstel dat de Kamer goedkeurde moet de minderjarige alleen maar met een formulier van dit hoorrecht worden ingelicht.
== Het recht om gehoord te worden moet gelden in àlle situaties. In het voorstel geldt dat recht alleen maar voor drie zaken: het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijke relaties.
== De kinderen moeten zich kunnen laten bijstaan door een persoon die ze vertrouwen. In het voorstel is dat niet zo. Wel is er bijstand van een advocaat als het kind dat wil.
== Er moet een recht op terugkoppeling zijn. De rechter moet achteraf het kind inlichten van zijn beslissing en meedelen hoe hij rekening hield met wat het kind heeft gezegd. Dit punt zit niet in de wet op de familierechtbank.
== Er is nog altijd geen statuut voor de jeugdadvocaten. De Vlaamse balies zijn evenwel tegen een apart statuut omdat er dan het hele beroep dreigt opgedeeld te worden. Waarom dan ook geen fiscale advocaten bv.
== Zittingen van de jeugdrechtbank moeten in principe met gesloten deuren zijn. Dat is in het voorstel niet zo. Wel kunnen de deuren gesloten worden.
3. KINDERRECHTEN EN ONDERWIJS
In het onderwijs wordt nog altijd lichamelijk geweld gebruikt door leraars. Uit een onderzoek van het KRC bij 225 kinderen bleek dat 85% geconfronteerd werd met vormen van vernedering, 73% met fysieke agressie en bestraffing. Leraars zetten gestrafte leerlingen nog altijd buiten in de kou, dwingen hen iets gevaarlijks te doen of laten hen in een pijnlijke positie staan, hoewel dat wettelijk verboden is. 7% van de leerlingen heeft hiermee te maken. 34% krijgt kwetsende opmerkingen over een lichamelijk probleem (huidskleur, geslacht, geloof), 33% ervaart ongewenst seksueel gedrag. Dat laatste gebeurt vooral door leeftijdsgenoten. (Opmerkelijk is dat in de sector van de sport al deze percentages behoorlijk lager liggen (2% ervaart ongewenst seksueel gedrag, 2% ervaart extreme straffen, 53% ervaart vernedering). De jeugdbescherming neemt een tussenpositie in.)
Er is nog altijd geen duidelijke regeling voor de tijdelijke schorsing van lastige leerlingen. Zo'n schorsing (de laatste stap voor het buitengooien uit de school) kan enkele dagen of enkele weken duren. Er is geen procedure die scholen moeten volgen en er is ook geen beperking in de tijd. Dat moet zeker veranderen.
Er moet ook een duidelijk plan tegen pesten op school komen.
Positieve evoluties sinds vorig jaar zijn:
== Er is een regeling in de maak voor de controle op het thuisonderwijs
== Kinderen die in het ziekenhuis liggen zullen ook leraars krijgen om het secundair onderwijs te volgen. Tot voor kort konden ze alleen maar basisonderwijs volgen in de kliniek.
4. KINDERRECHTEN EN VRIJE TIJD
Voetbalclubs weigeren nog steeds minderjarigen omdat ze illegaal in het land zijn. Dat kan niet, want daardoor hebben die jongeren ook geen recht op medische zorg bij sportongevallen. Het KRC begrijpt dat de voetbalbond mensenhandel in de sport wil bestrijden, maar de clubs moeten ook niet te streng zijn. Eerder hekelde het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, dat nochtans jarenlang de voetbalbond heeft aangeklaagd wegens een te laks gedrag in de strijd tegen de mensenhandel, deze praktijken.
Het KRC keert zich tegen het voorstel van decreet dat zegt dat lawaai van spelende kinderen nooit geluidsoverlast kan zijn. Naar aanleiding van enkele incidenten met luidruchtige kinderen op speelpleinen in Poperinge en in creches in Brugge hadden Open Vld-parlementsleden een voorstel in die zin ingediend. Eerder al had Mieke Vogels (Groen!) hiervoor gepleit. Maar het KRC wil geen nieuwe regels. Het pleit voor overleg met de buurt in ieder individueeel geval en bovendien moet er genoeg speelruimte gecreëerd worden door de gemeenten. Dàt zijn de prioriteiten, meent het KRC. De organisatie vindt wel dat "overlast" een term is die veel te vlug wordt gebruikt voor alles en nog wat. Dit begrip moet beter worden gedefinieerd. Ook wil het KRC dat de mosquito, die officieel verboden is, in de praktijk niet meer wordt gebruikt. Mosquito's zijn toestelletjes die een irritant geluid verspreiden dat alleen door jongeren kan worden gehoord. Ze werden gebruikt om hangjongeren te verjagen, maar zijn nu verboden. Maar men benut ze nog steeds.
5. KINDERRECHTEN EN GEWELD
Het KRC pleit voor een integrale aanpak van geweld tegen minderjarigen. Wat stelt het onder andere voor?
* Er moet één centraal meldpunt komen voor alle vormen van geweld tegen kinderen. De bestaande Vertrouwensartsencentra kunnen in die zin worden uitgebouwd.
* Minderjarigen moeten op eigen houtje naar de jeugdrechter kunnen stappen om hun rechten op te eisen. Momenteel kunnen ze alleen maar naar de politie gaan.
* Lijfstraffen moeten bij wet verboden worden.
6. ANDERE KINDERRECHTEN
* De huidige wet vindt dat minderjarigen onder de 16 jaar niet geldig kunnen toestemmen in seksuele contacten. Voor een penetratie is die leeftijd 14 jaar. Het KRC vindt dat die wet seksualiteit te negatief ziet. Ook alle seks tussen minderjarigen onderling is hierdoor strafbaar en daardoor zijn experimenten tussen jongeren onmogelijk. De huidige wet is bovendien een juridische warboel.
Het KRC wil daarom dat het vak 'relationele en seksuele vorming' in de scholen ook de positieve aspecten van seks belicht. Er moet onderwezen worden dat je aan seks plezier kan hebben en dat er meerdere vormen van seksualiteit zijn. Aan de kinderen moet geleerd worden wat de aanwijzingen van seksueel misbruik zijn. Dat laatste is des te meer nodig omdat onderzoek van het KRC uitwees dat liefst 7% van de kinderen slachtoffer was van seksueel overschrijdend gedrag, meestal door leeftijdsgenoten buiten het gezien. Meestal ging het om kussen en strelingen.
* Het KRC wil een aparte televisiezender voor jongeren, want nu is het aanbod voor deze groep te klein en vooral voor de groep tussen 14 en 18 te versnipperd.
* Boetes omdat je je trein- of tramticket niet betaald hebt zijn eigenlijk onwettelijk. Minderjarigen zijn immers "handelingsonbekwaam" en dus zullen de boetes altijd door de ouders moeten worden betaald. Dat besluit het KRC uit een onderzoek van de Gentse Universiteit. Met de Lijn en de NMBS zijn onderhandelingen gestart om aan minderjarigen zonder ticket lagere boetes op te leggen dan aan meerderjarigen. Verder moet er beroep bij de jeugdrechter mogelijk zijn tegen zo'n boete. De ouders moeten betrokken worden in de procedure en de minderjarige moet de mogelijkheid krijgen om door kleine werkjes de boete zelf te betalen. Op de omstreden discussie of de overlastboetes moeten kunnen worden opgelegd vanaf 12, 14 of 16 jaar, zegt het KRC niets en dat is verbazend. (Voor deze discussie zie hier, nvdr.)
* Over rechten van minderjarigen tegen de politie is er volgens het KRC maar weinig informatie. Over geweld van de politie tegen minderjarigen zijn er geen aparte cijfers, terwijl dat wel nodig is. Het KRC pleit voor aparte jeugdbrigades in ieder politiekorps en voor een permanente opleiding van àlle politiemensen in kinderrechten en kinderpsychologie.
* Het KRC is blij dat de gevangenisdirectie van Tongeren met heel wat kritieken van het KRC rekening heeft gehouden. Vorig jaar nog eiste het KRC de sluiting van Tongeren, waar toen criminele minderjarigen verbleven voor wie in Everberg geen plaats was én criminele jongeren die naar de rechter voor volwassenen waren gestuurd. De zwaarste gevallen dus. (Zie hier, nvdr.) Maar er is veel veranderd, meent het KRC: "De jongeren hebben nu meer dagactiviteiten, ze zitten minder op hun kamer, kunnen weer gebruik maken van de beveiligde koer buiten, er is extra onderwijs. Maar de essentiële kritiek blijft: het gebouw van de gevangenis dwarsboomt al die goede bedoelingen. Tongeren was beter een gevangenismuseum geworden in plaats van een jeugdgevangenis".
7. BEDENKINGEN
Het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat bevat een massa interessante aanbevelingen. Maar
Maar dat mag een aantal pijnpunten niet verbergen.
7.1. Het rapport steunt zich voor zijn voorstellen vooral op zijn klachten. Of deze klachten waar zijn, weten we niet. Hoe groot het basisprobleem achter deze klachten is weten we meestal ook niet. Daardoor blijven de voorstellen gestoeld op "indrukken", die met emotionele voorbeelden worden ondersteund. Onderzoek naar de ware toedracht van de feiten besteedt het KRC uit aan de universiteiten. Het KRC is nog te veel een aanhangsel van de hulpverlening zelf, het wil zelf bemiddelen en problemen op het veld oplossen. Dat is heel lovenswaardig, maar daar is de hulpverlening al voor. Het KRC is een adviserende beleidsinstelling en dan mag het sérieux niet ondermijnd worden.
7.2. Nergens becijfert het rapport de financiële gevolgen van zijn voorstellen. Zo wil het een trajectbegeleider voor de kinderen in de bijzondere jeugdzorg. Dat zijn er in Vlaanderen alleen al een kleine 25.000. We mogen aannemen dat het om vrijwilligers gaat. Waar gaat men die vinden? Wie gaat ze selecteren en hoe? Hoe zullen ze vergoed worden? Bij zo'n belangrijk voorstel verwacht je een verdere uitwerking. Maar die is er niet. Een kostenberekening is er evenmin bij het voorstel om alle mensen die kinderen opvangen het statuut en loon van leraars te geven. En al evenmin bij het voorstel om àlle politiemensen permanent te scholen in kinderrechten en kinderpsychiatrie. Dit zijn potentieel dure voorstellen.
Het rapport stelt een "personeelstekort" in de jeugdzorg vast. Ok, maar er zijn wel alleen al in de bijzondere jeugdzorg 5.900 verschillende zorgmodules. Waarom is dat niet genoeg? Hoeveel personeelstekort is, waar is dat (twee sectoren worden genoemd, maar dat wordt niet cijfermatig ondersteund), hoe kunnen we dat tekort aanpakken in tijden van crisis, hoeveel gaat dat kosten, mag er ook iets afgebouwd worden? Die vragen hadden wat verder mogen worden uitgewerkt.
7.3. Merkwaardig is dat het rapport helemaal geen evaluatie maakt van het verslag van de Commissie Bijzondere Jeugdzorg van het Vlaams Parlement en van de aanbevelingen die de verschillende partijen naar aanleiding daarvan hebben gedaan. (Zie hier, nvdr.) Het KRC beperkt zich tot zijn visie tijdens de hoorzittingen, maar een evaluatie van de resultaten is er niet bij. Dat verbaast, te meer daar negen op de tien klachten over hulpverlening aan minderjarigen nu net over die bijzondere jeugdzorg gaan. Het verbaast ook dat het KRC geen evaluatie maakt van de wetsvoorstellen van de Kamercommissie Seksueel Misbruik in Pastorale Relaties. (Voor deze voorstellen, zie hier, nvdr.) Het vermeldt deze commissie, die zich tijdens het voorbije jaar toch bezighield met rechten van minderjarigen, niet eens.
Het rapport behandelt een aantal belangrijke problemen niet: het heeft geen concreet voorstel tegen pesten op school; het gaat niet in op de pedagogisch nefaste gevolgen van gewelddadige games, het vermeldt deze problematiek niet eens omdat deze blijkbaar niet uit de klachten blijkt; het heeft geen preventieplan voor de toenemende geweldscriminaliteit van minderjarigen, zelfs geen concreet voorstel; het racisme van de jeugdbeschermingswet, die vertrekt van een westers cultuurmodel uit de monoculturele jaren van voor mei 68, én van haar toepassing in de bijzondere jeugdzorg, komen niet aan bod. Uiteraard kan het KRC niet alles bespreken en moet het een selectie maken. Maar toch. Een aantal voorstellen uit het huidige jaarrapport stond ook al in vorige rapporten. Het KRC had dus wel eens wat nieuwe thema's kunnen aansnijden.
7.4. Het rapport is bij momenten schizofreen: enerzijds zijn de minderjarigen het slachtoffer van allerlei misbruiken van ouders, school en hulpverleningen en worden ze dus onvoldoende beschermd, anderzijds hebben ze onvoldoende rechten. In de eerste versie zijn ze onverantwoordelijk voor hun daden, in de tweede zijn ze wel verantwoordelijk voor hun daden en worden ze soms zelfs gezien als "volwassenen-in-het-klein", die net als de grote mensen naar de rechter moeten kunnen stappen en de school mee besturen. Beide visies gaan niet samen. Het is goed om kinderen meer rechten te geven, maar daaraan is ook een verantwoordelijkheid gekoppeld en dat punt wordt onvoldoende ontwikkeld. Bovendien veronderstelt opvoeding nu eenmaal een gezagsrelatie. Gezag is niet altijd automatisch fout. Zonder gezag is opvoeding niet mogelijk en er bestaan nu eenmaal kinderen die krachtig moeten worden aangepakt omdat andere opvoedkundige methodes niet helpen.
Baadt het KRC-rapport bij momenten niet in een gelukzalig rousseauïstisch geloof in de spontane goedheid van het kind? Een minderjarige kan blijkbaar nooit worden opgegeven of afgeschreven, ook niet als hij al 80 gewelddaden heeft gepleegd, zo leert dit geloof. Dit geloof, dat in de nogal verstarde jeugdbeschermingssector welig tiert, denkt dat iedereen altijd opvoedbaar is. Dat is is de overspannen ijdelheid van de pedagogie uit de jaren zestig, die zin voor realiteit mist. Het KRC moet er zich voor te hoeden niet in deze val te trappen.
Lees ook:
Het jaarrapport van het Kinderrechtencommissariaat van 2010
Het rapport van de Commissie Bijzondere Jeugdzorg
Het jaarrapport van het Kinderrechtencommissariaat van 2009
Het jaarrapport van het Kinderrechtencommissariaat van 2007
Jeugdcriminaliteit steeg lichtjes in 2008