Het asbestproces in Brussel
24/10/'11
John de Wit
24 OKTOBER 2011- Vanmorgen werd in Brussel een van de eerste asbestprocessen uit de Belgische geschiedenis gepleit. Voor de burgerlijke rechtbank vroegen de nakomelingen van Françoise Jonckheere uit Kapelle-op-den-Bos zo'n kleine 400.000 euro schadevergoeding van de firma Eternit. Die zou goed geweten hebben dat asbest schadelijk is, maar het product toch verder hebben geproduceerd en zelfs stevig gelobbied hebben tegen beperkende maatregelen. Een overzicht van de discussie.
Dit stuk bevat drie delen. Eerst schetsen we de algemene context: wat is asbest, wie produceert het, wat is er gevaarlijk aan, welke landen hebben het verboden, wat deed België eraan, hoeveel processen zijn er. In een tweede groot onderdeel gaan we in op het hangende proces in Brussel en op een grote Italiaanse zaak. In een derde deel leggen de initiatiefnemers van deze zaak, het Progress Lawyers Network, uit wat aan de wet moet veranderen om haar werkbaar te maken voor slachtoffers.
1. ASBEST IN VRAAGJES
1.1. WAT IS ASBEST?
Asbest is een vezelachtige delfstof met een uitzonderlijke weerstand tegen hitte en vuur. Het wordt gebruikt in de bouwnijverheid (buizen, leien, golfplaten, bloembakken) en vroeger ook als isolatiemateriaal (brandbeveiliging, thermische en akoestische isolatie). Witte asbest is het meest gebruikt, meestal in asbestcement.
1.2. WIE PRODUCEERT ASBEST?
Rusland was in 2010 met 1 miljoen ton de grootste producent. Daarna volgen China (350.000 ton), Brazilië (270.000 ton), Kazachstan (230.000 ton) en Canada (100.000 ton). De totale productie van asbest bedroeg 1,97 miljoen ton. De wereldreserves worden op 200 miljoen ton geschat. Canada produceert een grote hoeveelheid asbest, doch gebruikt deze niet in eigen land. De gehele productie is voor export bestemd.
1.3. WAT IS ER MIS MET ASBEST?
Asbestvezels hechten zich vast in de longen en kunnen de ademhaling ernstig bemoeilijken. Ze kunnen leiden tot asbestose, een ongeneeslijke stoflong. Maar ook tot mesothelioom (longvlieskanker). Die ziektes ontdekken artsen soms pas 30 jaar na de blootstelling aan asbest. Het aantal asbestdoden stijgt ieder jaar. De Internationale Arbeidsorganisatie schat dat jaarlijkse aantal doden in de hele wereld op 100.000. In België sterven volgens minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) nu jaarlijks zo’n 200 mensen aan mesothelioom alleen.
1.4. WAT DOET DE OVERHEID TEGEN ASBEST?
Al in 1906 werden de nadelige gevolgen van asbest aangeklaagd en sinds dan voeren diverse actiegroepen campagne tegen het product. In de Europese Unie is asbest verboden sinds 1 januari 2005, in België sinds 1998, maar de gevaarlijkere blauwe asbest werd in ons land reeds eerder verboden. Op 6 januari 2011 hadden 55 staten asbest verboden. Onder hen: de volledige Europese Unie, maar niet China, India, de VS en Rusland. Vooral in de derde wereld stijgt het verbruik van asbest enorm.
1.5. WAT DOET BELGIE?
In België werd asbestose in 1953 als beroepsziekte erkend. Elke loontrekkende van wie het bedrijf bijdragen in het Fonds voor Beroepsziekten stort, kan een schadevergoeding van dat Fonds krijgen. Hij moet wel bewijzen dat zijn ziekte verband houdt met asbest en dat hij via zijn werk relatief meer asbest heeft binnengekregen dan de gewone bevolking. De vergoedingen zijn betrekkelijk laag, het moreel nadeel wordt niet vergoed en echtgenoten of familie tellen niet mee, tenzij bij overlijden. Einde 2006, net voor de start van het Asbestfonds, waren al 2.450 overlijdens door asbestose op de werkvloer erkend door dit Fonds.
Mesothelioom werd in 1982 als beroepsziekte erkend.
Sinds 1 april 2007 kunnen slachtoffers van asbest een beroep doen op het Asbestfonds van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Het Asbestfonds is een onderdeel van het Fonds voor Beroepsziekten, hoewel beide fondsen tegelijkertijd geld uitkeren aan asbestslachtoffers. Het asbestfonds is slechts voor twee ziekten bevoegd: asbestose en mesothelioom. Het Fonds voor Beroepszieketen voor zeven ziekten die door asbest worden veroorzaakt.
Wie door asbest een stoflong kreeg, krijgt van het Asbestfonds maandelijks zo'n 16 euro per percentage arbeidsongeschiktheid. Slachtoffers van mesothelioom (longvlieskanker) krijgen 1.656 euro per maand. Het speelt geen rol of je werknemer, zelfstandige, echtgenote van een werknemer of gewoon bewoner van een buurt rond een asbestbedrijf bent. Ook de nabestaanden kunnen van het Asbestfonds een vergoeding krijgen, terwijl alleen (ex)-werknemers naar het Fonds voor Beroepsziekten kunnen stappen.
Ze kunnen dan geen beroep meer doen op het gerecht om meer kosten vergoed te krijgen. Het fonds wordt voor tien miljoen gespijsd door de belastingbetaler via de BTW en voor tien miljoen door bijdragen van bedrijven en zelfstandigen.
Sinds het asbestfonds bestaat kregen 831 slachtoffers van mesothelioom een schadevergoeding naast 584 slachtoffers van asbestose. Samen zijn dat 1.415 erkende slachtoffers. De slachtoffers van asbestose hebben een gemiddelde arbeidsongeschiktheid van 32%. De gemiddelde levensverwachting nadat de diagnose van mesothelioom is gesteld bedraagt slechts 12 maanden. Volksgezondheid schat het aantal jaarlijkse doden door mesothelioom in ons land op 200. De vereniging voor asbestslachtoffers ABEVA schat het totale aantal asbestdoden in België op 800 per jaar.
Vorig jaar keerde het Fonds voor Arbeidsziekten nog 24,9 miljoen euro uit aan één van de zeven ziekten, veroorzaakt door asbest, waarvoor ex-werknemers naar dat Fonds konden stappen. Daarnaast keerde het Asbestfonds zelf ook nog eens 9,626 miljoen euro uit aan asbestslachtoffers of hun nabestaanden.
1.6. ZIJN ER VEEL RECHTSZAKEN?
Wereldwijd dateert de eerste rechtzaak uit 1932. Het betrof een klacht tegen de Johns Manville Company in de Verenigde Staten. Ze eindigde in 1982 (!) met het failliet van die firma én de oprichting van een schadefonds. In Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië heb je duizenden rechtszaken per jaar, in België loopt momenteel slechts één zaak. Het gaat om een zaak tegen de firma Eternit uit Kapelle-op-den-Bos bij de burgerlijke rechtbank van Brussel.
België kent weinig processen om drie redenen:
* Het slachtoffer moet bewijzen dat de werkgever een opzettelijke fout maakte en dat is zeer moeilijk.
* De lange incubatieperiode - soms tot 45 jaar - leidt vaak tot verjaring, zodat geen schadeclaim meer kan worden ingediend.
* Wie naar het fonds voor beroepsziekten of naar het asbestfonds stapt kan later niet meer naar de rechter.
2. HET PROCES IN BRUSSEL
2.1. WAAROVER GAAT HET PROCES IN BRUSSEL?
Piloot Eric Jonckheere dagvaardt samen met enkele familieleden de NV Eternit uit Kapelle-op-den-Bos. Bij hun moeder werd in december 1999 mesothelioom vastgesteld, op 3 juli 2000 overleed ze. Ook hun vader was al in 1987 overleden aan mesothelioom. Ze vragen een schadevergoeding van 399.500 euro van Eternit. De firma produceerde asbest tot 1998. Volgens de eisers maakte de firma een fout (productie van kankerverwekkend materiaal, terwijl ze de schadelijke effecten kende) dat tot schade (het overlijden van hun moeder) heeft geleid. De moeder werkte niet in Eternit, maar ze was volgens de expertsie toch een dubbel slachtoffer: paraprofessioneel, omdat ze de kleren van iemand die wel in Eternit werkte waste en zo in contact kwam met asbest; ze was ook een milieuslachtoffer omdat ze in de buurt van Eternit woonde.
2.2. WAT ZIJN DE GESCHILPUNTEN?
Er zijn drie geschilpunten tussen de slachtoffers en Eternit. Er is een hiërarchie in de argumenten, waarbij het eerste het belangrijkste is en het tweede pas wordt gepleit als het eerste door de rechter wordt verworpen.
2.2.1. Wat vindt Eternit?
* De verdediging vindt de vordering verjaard.
Momenteel verjaart dit soort eisen bij de burgerlijke rechter vijf jaar nadat de schade is vastgesteld én twintig jaar nadat de schade is veroorzaakt. Maar in deze concrete zaak geldt nog een overgangsregel. Daardoor moet de eis worden ingesteld ten laatste dertig jaar nadat de schade is veroorzaakt. Dat is hier niet gebeurd, zo betoogt Mr. Johan Verbist namens de verdediging. De deskundige zegt volgens Mr. Verbist dat de schade met grote waarschijnlijkheid is veroorzaakt voor 1970 en de incubatietijd voor mesothelioom is gemiddeld 45 jaar. De eis is in mei 2000 ingediend.
* Eternit maakte geen fout. En dus is het juridisch gezien dus niet aansprakelijk voor de schade.
Eerst schetst Verbist de situatie van Eternit. Eternit-België was alleen actief in asbestcement in de vorm van golfplaten, leien, buizen en bloembakken. Daarbij werd circa 10% asbest gebruikt als versteviging. Sinds 1982 gebruikt Eternit nog slechts witte asbest, die minder gevaarlijk is.
Volgens Mr. Verbist werd het verband tussen mesothelioom en asbest pas einde jaren zeventig ontdekt, jaren na de besmetting van de moeder van de eisers. Bovendien heeft de bedrijfsleiding van Eternit altijd de nodige maatregelen genomen om schade te vermijden en het bedrijf heeft altijd de wet gerespecteerd. “Zodra Eternit wist dat asbest schadelijk was, nam het maatregelen. Al in de jaren zeventig werden de arbeiders verplicht om maskers te dragen en werd de asbest nat verwerkt (zodat de stofdeeltjes minder konden ronddwarrelen). Daarin werd toen 25 miljoen euro in geïnvesteerd. Er is nooit enige proces-verbaal van de arbeidsinspectie tegen Eternit geweest. Begin jaren tachtig werd de lucht in de omgeving van de fabriek gemeten en men vond nergens verhoogde asbestconcentraties.”
Eternit liep volgens Verbist vooruit op het nationale verbod van asbest in 1998: in Kapelle-op-den-Bos werd het gebruik van asbest stopgezet in 1996, in Tisselt in 1997. Dat kostte het bedrijf 55.000 euro investering. Het bedrijf kreeg in 1997 zelfs een milieucertificaat. "Voor 1970 was helemaal niet geweten dat asbest mesothelioom kon veroorzaken. Eternit kon dat dus ook niet weten. De grootvader van de eiser en de vader waren respectievelijk directeur en diensthoofd bij Eternit. Zo overleden aan mesothelioom. Als iedereen toen geweten had dat asbest mesothelioom veroorzaakte, zouden ze daar zeker nooit gaan werken zijn. Mesothelioom werd trouwens pas in 1982 als beroepsziekte erkend".
* De schade wordt slechts gedeeltelijk bewezen. De verdediging vraagt dat slechts 6.332 euro wordt toegekend.
2.2.2. Wat vinden de eisers hiervan?
* De feiten zijn verjaard?
Mr. Jan Fermon (Progress Lawyers Network): “Néé, de feiten zijn helemaal niet verjaard. 35 jaar incubatietijd is een gemiddelde voor mesothelioom, maar er zijn al mesotheliomen vastgesteld na twintig jaar en zelfs al eerder. Dat zou hier ook het geval kunnen zijn. Eternit moet bewijzen dat dit niet zo is en met een gemiddelde bewijs je dat niet. Bovendien is er overmacht: de eisers konden de schade gewoon niet kennen omdat de incubatietijd te lang duurt.” Mr. Fermon geeft toe dat de rechtsleer verdeeld is over de vraag of de theorie van overmacht kan gebruikt worden om de verjaringstermijn te verlengen, maar hij wil het toch doen. Hij stelt dat alleen een “absolute en blinde interpretatie, louter en alleen gesteund op de termijnen”, hier tot verjaring zou kunnen leiden.
* Eternit maakte geen fout?
Fermon: “Nee, natuurlijk niet. Eternit heeft jarenlang de wereld overspoeld met asbestproducten terwijl ze wisten dat dit schadelijk was. Dat je van asbest een stoflong kon krijgen wist men al sinds het begin van de twintigste eeuw. De dodelijke gevolgen van mesothelioom zijn definitief bekend sinds de studie van longspecialist Selikoff uit 1964. Maar ook eerder waren er al studies. Toch bleef Eternit maar voort asbest produceren, terwijl ze die studie kenden. Het bedrijf overspoelde ons land nog minstens twintig jaar lang met zijn giftige producten.”
“De firma is geen klein bedrijfje met twee vestigingen, zoals de verdediging wil laten uitschijnen. Ze is een internationaal vertakte multinational met vele deelbedrijven. In het verleden remde ze via allerlei lobbyclubs de uitbouw van alternatieve technologieën actief af. Als die technologieën toch werden bepleit, dan kwam dat niet uit een bekommernis voor de volksgezondheid, maar omdat er – tijdelijk – een grondstoffenschaarste dreigde op de markt. Een afgevaardigd beheerder van Eternit voerde via AIA, de Internationale Vereniging voor Asbest, campagne tegen het verbod op blauw asbest dat op dat moment in Eternit-België werd gebruikt. In deze en andere lobby’s nam het Belgische Eternit altijd een extremistisch standpunt in.” In zijn besluiten citeert Fermon uitvoerig uit vergaderingen van die lobby’s.
“Bovendien: in het verleden betaalde Eternit aan slachtoffers die zich bij hen meldden 40.000 euro uit. Die slachtoffers moesten dan wel een contract tekenen dat ze het daarbij zouden laten en dat ze met niemand over dit contract zouden spreken. Vandaar dat je in Kapelle-op-den-Bos zo weinig slachtoffers vindt die er iets willen over zeggen. Er heerst een omerta.”
“Het feit dat ook de grootvader en vader van de eisers bij Eternit werkten en later aan mesothelioom overleden zijn bewijst niets. Het kan best zijn dat de top van de multinational op de hoogte is terwijl het lager kader dat niet is”.
Voor Fermon is het duidelijk: Eternit-België maakte wel degelijk een fout en gedroeg zich allerminst als een goede en bezorgde bedrijfsleider in een soortgelijk geval zou doen.
* De schadevergoeding is te hoog?
Fermon: "Néé. Eternit biedt ons alleen maar schadevergoeding voor de dagen dat mevrouw Jonckheere gehospitaliseerd en ziek was. Maar dat is niet voldoende. Ze zag haar leven met ettelijke jaren bekort door de schuld van Eternit en wist dat ook voor haar kinderen hetzelfde gevaar dreigde. Ze kon die jaren niet met haar gezinsleden doorbrengen dat leidt tot een immense morele schade. Bovendien werden haar grondrechten hierdoor geschonden: niet alleen het zecht op een gezinsleven, maar ook dat op een gezond leefmilieu. In Italië en Frankrijk worden al deze elementen in rekening gebracht bij de berekening van de schadevergoeding, wij moeten dat ook doen".
2.3. DE ANDERE PROCEDURES
Het Progress Lawyers Network, waarvan zowel Fermon als zijn confrater Emmanuelle Schouten deel uitmaken, voert nog andere processen over asbest tegen “takken van het Eternit-imperium”. Zo zitten ze ook in de Italiaanse procedure.
Emmanuelle Schouten: “Het parket van Turijn heeft echt werk gemaakt van de asbestvervuiling in Italië. Het startte een indrukwekkend dossier op met wel 3.000 burgerlijke partijen die zich in zes zittingszalen tegelijk moesten komen registreren in december 2009. Ook vakbonden en gemeenten zijn burgerlijke partij, omdat Eternit in Italië zijn productieafval vermalen heeft en gratis uitgedeeld aan allerlei mensen en gemeenten. Asbestgrind werd gebruikt voor oprijlanen, tennisvelden, dorpspleinen en zelfs een kunstmatig eilandje waarop mensen liggen te zonnen. Al deze betrokkenen zijn nu burgerlijke partij. In Nederland werd overigens dezelfde afvalstoffenpolitiek gevoerd door Eternit.”
“Ondertussen is tegen de twee beklaagden, Louis de Cartier de Marchienne en Stephan Schmidheiny van respectievelijke de Belgische en de Zwitserse afdelingen van Eternit twintig jaar cel gevorderd omdat ze opzettelijk iets gedaan hebben dat een catastrofe kon veroorzaken. Dat is in Italië een misdrijf en wel een voortdurend misdrijf: zolang de gevolgen niet gestopt zijn, kan de verjaring dus niet eens starten.”
Fermon: “De twee beklaagden hebben een verschillende verdedigingsstrategie. De Belgische verdachte zegt dat hij alleen maar de financiële holding Compagnie Financière Eternit leidde en niets wist van de productie van asbest, hij deed alleen maar de cijfertjes. Hij zegt verder dat hij een Italiaan had aangesteld voor de productie en dat hij die hij niet in de hand had. De Italiaan werd Little Mussolini genoemd wegens zijn autoritair en oncontroleerbaar gedrag. De Zwitser, die het Italiaanse bedrijf leidde na de Belg (in de jaren 60 deden de Belgen dat, in de jaren 70 de Zwitsers) geeft toe dat de gevolgen van asbest ernstig zijn. Hij zegt dat hij alles had gedaan wat hij kon om er iets aan te veranderen. Hij steekt de schuld op de Belgen die de firma voor hem bestuurden. En op de Italiaan die de zaak namens de Belgen leidde. De uitspraak in deze zaak wordt toch begin volgend jaar verwacht”.
Fermon en Schouten beklemtonen dat er in Frankrijk en Nederland meerdere duizenden rechtszaken tegen asbestproducenten en tegen onderdelen van het Eternitimperium lopen én gewonnen zijn. “Argumenten die hier door de verdediging van Eternit worden betwist zijn in Nederland en Frankrijk al lang aanvaard. Alleen in België en Zwitserland lukt het niet om Eternit veroordeeld te krijgen”, zo zeggen ze.
3. WAT MOET VERANDEREN?
Wat willen de advocaten van de slachtoffers wettelijk veranderen? Meesters Jan Fermon en Emmanuelle Schouten zien meerdere dingen:
* Momenteel kan je dit soort rechtszaken starten tot ten laatste twintig jaar nadat de schade is veroorzaakt. In Nederland kan de rechter die termijn om billijkheidsredenen verlengen, hier niet. Dat moet veranderen. Reden: de incubatietijd van mesothelioom is bijzonder lang, gemiddeld 45 jaar. Door een al te strikte interpretatie van de Belgische verjaringswet kan een vervuilend bedrijf zo de dans ontspringen.
* Wie een beroep doet op het asbestfonds kan daarna niet meer naar de rechter stappen om nog meer schadevergoeding te krijgen. Fermon wil dat de gerechtelijke weg ook open blijft en dat slachtoffers dus beide wegen tegelijk kunnen bewandelen. N-VA-Senator Louis Ide heeft een wetsvoorstel ingediend om dat mogelijk te maken.
* Het Asbestfonds moet op een andere manier worden gespijsd. Nu komt de helft van het geld van de belastingbetaler (via de BTW), de andere helft van alle bedrijfsleiders. Fermon: “De vervuiler moet betalen. Het kan niet dat àlle bedrijven een klein percentage van hun omzet aan dat fonds moeten storten, ook bakkers en slagers die helemaal niets met asbest te maken hebben. Het fonds moet gespijsd worden door de asbestproducenten en door de industrie die asbest gebruikte of verwerk heeft”. Een andere piste die Fermon oppert is dat het fonds een “voorschotfonds” wordt: het schiet de schadevergoedingen voor en vordert het geld later terug van de bedrijven die er verantwoordelijk voor waren. N-VA-senator Louis Ide wil de wet ook op dit vlak aanpassen. Hij weet echter nog niet goed of hij een van de pistes van Fermon zal gebruiken. “Een andere mogelijkheid is om aan rechter die een vervuiler veroordeelt de mogelijkheid zou geven om een bepaald bedrag in het asbestfonds te storten”.
* Er moet een nieuw misdrijf komen, waardoor het veroorzaken van een ramp strafbaar wordt. In Italië is dat al zo. De strafbaarstelling geldt voor mensen en bedrijven die zo nalatig zijn dat uit hun gedrag een grote ramp kan volgen. Ze nemen zo’n loopje met de veiligheidsvoorschriften, ze minimaliseren de risico’s dermate dat er een ramp uit gevolgd is.