Antwerps Hof wil straftoemetingsrichtlijnen
25/11/'08
John de Wit
25 NOVEMBER 2008 - Er komen straftoemetingsrichtlijnen voor de rechters in het rechtsgebied Antwerpen-Limburg. Die moeten de straffen voor dezelfde feiten eenvormiger maken dan nu het geval is. Dat zegt Michel Rozie, de nieuwe eerste voorzitter van het hof van beroep in Antwerpen (foto), in zijn eerste interview. Rozie deelt verder nog mee dat op 11 december de rechtbank in Hasselt start met een experiment met videoconferenties tussen de rechtbank van Hasselt en het Antwerpse hof. Vanaf 2009 volgt dan het echte werk. Bovendien zullen vanaf begin 2009 de assisenzaken op de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen ingescand worden. Antwerpen is nu al met twee lopende zaken bezig bij wijze van experiment.
Michel Rozie volgde in augustus 2008 Christian De Vel op als eerste voorzitter bij het hof van beroep in Antwerpen. Rozie wil zo snel mogelijk de rechtspraak in Antwerpen en Limburg eenvormig maken. Hij denkt aan straftoemetingsrichtlijnen. Dat systeem bestaat al meer dan twintig jaar in Nederland, maar in België is het onbekend. Ook richtlijnen over de manier waarop ingewikkelde en onduidelijke wetteksten moeten worden geïnterpreteerd, liggen in het verschiet.
Waarom?
De voorbije jaren legden ons hof en zijn rechtbanken terecht de nadruk op het wegwerken van de gerechtelijke achterstand en daardoor kwam de inhoudelijke kwaliteit van de rechtspraak onder druk. Dat heeft soms aanleiding gegeven tot incoherenties of tegenstrijdigheden in de rechtspraak. Het hoeft geen betoog dat onverklaarbare verschillen bij de oplossing van soortgelijke rechtsvragen binnen de kamers van eenzelfde hof de rechtszekerheid ondermijnen en hogere beroepen uitlokt.
Rechtspraak moet voorspelbaar, herkenbaar en coherent zijn. De kwaliteit van de rechtspraak moet dus beter worden bewaakt. Dat geldt voor iedere rechtbank, maar nog meer voor een hof van beroep, dat recht spreekt in laatste aanleg. Op alle echelons van de organisatie moeten inspanningen worden geleverd om een kwalitatief hoog niveau van de rechtspraak te waarborgen.
Daarom komt er overleg tussen de rechtbanken onderling en tussen de rechtbanken en het hof over een meer eenvormige interpretatie van onduidelijke of onsamenhangende wetten. Ook het Hof van Cassatie wordt bij dit overleg betrokken.
Terzake is er nog een tweede punt. Nog dit jaar start het hof van beroep in Antwerpen een overleg op met de rechtbanken van eerste aanleg om straftoemetingsrichtlijnen te ontwikkelen. Daardoor wordt een grotere eenheid in de bestraffing van misdrijven betracht. Daar is Cassatie niet bij betrokken.
Vreest u niet dat de rechters zullen klagen over een aanslag op hun onafhankelijkheid?
Die onafhankelijkheid wordt vaak verkeerd begrepen. Rechterlijke onafhankelijkheid betekent enkel dat geen enkele persoon of instantie kan of mag dicteren wat een rechter in een concreet vonnis of arrest moet beslissen. Uniforme rechtstoepassing sluit niet uit dat een rechter gemotiveerd afwijkt van de voorgestelde regeling.
U krijgt ook Justscan?
Justitieminister Jo Vandeurzen wil op termijn de grote dossiers digitaliseren, op computer laten zetten, zodat alle partijen de zaak makkelijk kunnen opvolgen. Dat gebeurt via Justscan, waarbij ingewikkelde zaken zoals Gellingen, Lernout en Hauspie, digitaal worden ingelezen.
Assisenzaken op computer
Ieder hof van beroep krijgt daarvoor een scanner en die staat bij ons al op de Antwerpse rechtbank. Wij willen de scanning starten met de assisenzaken. In plaats van een papieren kopie van het dossier krijg je dan een schijfje. Momenteel leiden wij daarvoor mensen op, en we zijn al bezig met de digitalisering van twee lopende assisenonderzoeken, bij wijze van experiment.
Daarna zullen we in een eerste fase voor nieuwe assisenzaken een schijfje aan alle partijen geven, zo gauw het dossier afgerond is. In een tweede fase zal de onderzoeksrechter kunnen beslissen om zulke schijfjes al in de loop van het onderzoek ter beschikking te stellen. Een exacte timing is er nog niet, maar we streven naar begin volgend jaar. De papieren versie van het dossier blijft bestaan.
Moet assisen niet afgeschaft worden?
Ofwel schaf je het af, maar dat acht ik in de eerstkomende jaren politiek niet haalbaar, ofwel laat je het voor wat het is.
Het is wel verdedigbaar dat het verdict van de jury (schuldig of onschuldig) gemotiveerd moet worden. Die motivering kan opgesteld worden door het hof en de jury samen, nadat de jury haar verdict heeft bekend gemaakt.
Ik ben tegen voorstellen om de jury te beperken tot acht leden, de beroepsrechters te laten deelnemen aan de beraadslaging over de schuldvraag, beroep mogelijk te maken (zoals de tweede Commissie Verstraeten en voormalig justitieminister Laurette Onkelinx hadden voorgesteld, nvdr).
Daarnaast zou het onderzoek dat op assisen voorbereidt, drastisch korter kunnen door het verslag en het aantal getuigen over de moraliteit van alle betrokkenen te beperken. Als we dat kunnen realiseren, zullen de assisenzittingen ook minder lang duren.
In 2007 deed ons hof 39 weken over 16 assisenzaken. Dat is 2,44 werkweken per zaak. In 2006 was dat nog maar 2,13 werkweken. Het moet dus toch efficiënter worden.
U wil geen apart Hof in Limburg?
Nee. Dat zou ingaan tegen de tendens van schaalvergroting, die voor de rechtbanken van eerste aanleg het beheer situeert op het niveau van de provincie. Door een apart hof in Limburg of de oprichting van een Limburgse afdeling van het Antwerpse beroepshof, dreigen bovendien de soms moeizaam opgebouwde specialismen teloor te gaan, met een versnippering van de rechtspraak tot gevolg.
Mijn oplossing voor het mobiliteitsprobleem van de Limburgse advocaten: videoconferenties en periodieke zittingen van het Antwerpse beroepshof in Hasselt.
Vanaf volgend jaar start uw hof met zulke videoconferenties. Limburgse advocaten zullen hun burgerlijke, fiscale en handelszaken vanuit Hasselt voor het Antwerpse hof kunnen pleiten zonder zich te moeten verplaatsen?
Ze houden hun pleidooien voor een camerasysteem in Hasselt en de raadsheren van het hof volgen die pleidooien in Antwerpen. De apparatuur staat er en er zijn al zes nieuwe zaken die we zo kunnen afhandelen. Er is dus zeker wel belangstelling, aangezien de advocaten pas sinds half oktober kunnen verzoeken om hun zaak via videoconferentie te behandelen.
Rechtbank van Koophandel in Hasselt
Maar we gaan eerst proefdraaien met een aantal zaken die al afgehandeld zijn. We starten met een kleinere zitting op 11 december. En dan trekken we twee volle dagen uit voor telkens 6 dossiers: één voor Tongerse zaken (18 december) en één voor Hasseltse zaken (19 december). Op deze negentiende december zou minister Vandeurzen trouwens een kijkje komen nemen.
We zullen dan met een vijftiental zaken geëxperimenteerd hebben om begin volgend jaar te starten met het echte werk.
Voorlopig dienen de videoconferenties alleen nog maar voor burgerlijke, fiscale en handelszaken. Maar in een tweede fase zou ik ze willen uitbreiden naar de Kamer van Inbeschuldigingstelling. De voorlopig gehechte wordt dan naar de videozaal in Hasselt gebracht en van daaruit kan de zaak worden gepleit voor het Antwerpse hof. Om dat mogelijk te maken moet evenwel de wet op de voorlopige hechtenis worden gewijzigd.
Het systeem zou ook zijn vruchten kunnen afwerpen voor internationale rogatoire commissies: de onderzoeksrechters kunnen hier blijven en hun verdachten of getuigen rechtstreeks per video horen.
U gaat ook in Hasselt zetelen?
Om het de Limburgers nog gemakkelijker te maken zullen wij in de loop van 2009 met een experiment starten waarbij één burgerlijke en één strafkamer van het hof om de zes weken in Hasselt zitting houden om Hasseltse en Tongerse dossiers te behandelen.
Dat betekent natuurlijk een bijkomende belasting voor het hof en men moet nog nagaan wat het kostenplaatje zal zijn. Misschien zal het aantal hogere beroepen in Limburgse zaken wel stijgen door dit systeem. Maar het is toch moeilijk te verantwoorden dat advocaten en partijen afzien van hoger beroep omdat er een groot mobiliteitsprobleem bestaat.
In afwachting dat dit allemaal wordt gerealiseerd, proberen we de zaken uit andere arrondissementen dan Antwerpen nu al op een later uur te laten beginnen.
U wil ook expertisekamers?
Voor sommige misdrijven, zoals financiële en milieucriminaliteit, en ook voor intellectuele rechten en maritiem recht kan ik me indenken dat in eerste aanleg nog slechts één rechtbank deze materies behandelt. Niet elke rechtbank hoeft zich immers in alle zaken te specialiseren.
Zaken die tot het gemeenrecht behoren, met andere woorden zaken die elke burger kunnen raken, moeten echter wel in de meest nabije rechtbank worden behandeld.
Hoe staat het met de gerechtelijke achterstand in het hof van beroep in Antwerpen?
Die is in vergelijking met 1998 gehalveerd, terwijl het aantal arresten toch gestegen is met 16 procent tot 10.485 in 2007. Einde 2007 was de wachttijd, de tijd tussen het instellen van het beroep en de dag waarop de zaak voor de eerste keer voor het hof komt, in burgerlijke zaken gemiddeld 7,78 maanden (6,4 maanden voor enkelvoudige kamers) met een maximum van tien maanden.
We deden het gevoelig beter dan de voorbije jaren, dank zij het beleid van mijn voorganger, Christian De Vel.
Christian De Vel (rechts)
Wij hadden gehoopt om die achterstand helemaal weggewerkt te hebben tegen einde 2008, maar dat lukt niet door de nieuwe wet van 26 april 2007, die de rechter verplicht om in alle zaken een rechtsdag én termijnen voor het indienen van besluiten vast te leggen. Wij hebben trouwens aan de minister van Justitie voorgesteld om dit aspect van deze wet zo vlug mogelijk te wijzigen.
Is dat het enige probleem?
Nee, natuurlijk niet. De dossiers worden dikker en complexer. Er zijn nog al te veel uitstellen, ondanks een strikt beleid daartegen. De verzoeken tot uitstel komen bovendien te laat binnen. 15 procent van de burgerlijke zaken wordt op de eerste zitting uitgesteld, in strafzaken is dat zelfs 30 procent. Dat is te veel.
Ik zal zeker het beleid van mijn voorganger, om minder uitstellen toe te staan, voortzetten. Dat kan - in strafzaken - door een nauwer overleg tussen de Kamervoorzitter en het parket-generaal te organiseren over de samenstelling van de rol.
Maar er zijn ook wetgevende initiatieven nodig.
In burgerlijke zaken moeten de advocaten minstens 15 dagen voor de zitting alle nodige stukken indienen. In bijna de helft van de gevallen gebeurt dat bij ons nog op de zitting zelf. Gevolg daarvan is dat een echt debat vrijwel onmogelijk wordt en dat heropeningen van de debatten in vele gevallen onvermijdelijk zijn. Zo gaat veel tijd verloren. Er is echter geen sanctie voor partijen die hun stukken te laat indienen bij de rechtbank. De rechter zou laattijdig ingediende stukken uit de debatten moeten kunnen weren: niet automatisch, maar wel als de goede procesorde erdoor wordt verstoord.
Duurt het niet te lang vooraleer rechters vonnissen?
Inderdaad, soms is dat zo, maar dat komt voor een groot deel omdat onze magistraten op alle elementen, zowel juridisch als feitelijk, moeten antwoorden. Door de ellenlange conclusies neemt ook de redactie van een arrest meer tijd in beslag.
In Antwerpen pleiten wij al lang voor een 'positieve motiveringsplicht' waarbij de rechter alleen nog maar zijn beslissing juridisch en feitelijk grondig motiveert, maar niet meer op alle elementen uit alle conclusies antwoorden.
Zijn er nog recruteringsproblemen?
Ik betreur dat het hof van beroep verantwerpt. Nu komen al 35 van de 63 magistraten van het hof uit de rechtbank van Antwerpen. We hebben slechts vier magistraten uit Mechelen, zes uit Turnhout, drie uit Tongeren en tien uit Hasselt. Bij de laatste dertien benoemingen hadden wij geen enkele kandidaat uit Tongeren, Hasselt, Mechelen of Turnhout.
Voor de Limburgers spelen de afstand en de files zeker een rol, maar dat geldt niet voor de Mechelaars. Ik denk dat het geringe verschil in wedde tussen leden van het hof en leden van de rechtbank belangrijker is. De loonspanning tussen eerste aanleg en het Hof is te klein.
Bijkomend probleem is dat de rechtbank in Antwerpen als het ware wordt leeggemolken.
Moeten hof en rechtbank niet in één gebouw?
Hof van Beroep
Daar ben ik absoluut voorstander van. Het is al zo in Brussel, Bergen en Luik. Maar veel logica zit er niet in het beleid, want in Gent zaten hof en rechtbank samen en gaan ze nu apart.
In Antwerpen zitten rechtbank en hof apart. Ze samenzetten zorgt voor een vlotter verloop van de zittingen. Het is voor iedereen een tijdsbesparing en op termijn kunnen een aantal diensten gemakkelijker gezamenlijk worden aangeboden. Niets dan voordelen dus.
Het is onbegrijpelijk dat men bij de bouw van het Vlinderpaleis daaraan niet heeft gedacht. De vrees van het stadsbestuur dat de buurt rond het paleis aan de Britselei zou verloederen als de rechtbank helemaal uit dit paleis zou verdwijnen, is er wellicht niet vreemd aan. Maar voor Justitie was één gezamenlijk gebouw natuurlijk beter geweest.
*****************
Verlanglijstje
In oktober stelde Michel Rozie in een brief aan de (nog niet samengestelde) Commissie Wetsevaluatie van het parlement een aantal hervormingen voor. Een overzicht.
* De rechter moet de mogelijkheid hebben om stukken die zonder noodzaak of laattijdig worden neergelegd buiten beschouwing te laten.
* De rechter moet ook in strafzaken aan alle partijen, behalve de verdachte of beklaagde, een geldboete kunnen opleggen wegens procesmisbruik.
* De installatievergadering van de deskundige moet worden afgeschaft. Op het moment van die vergadering heeft de deskundige nog geen enkel zicht op de opdracht die hij krijgt en op de duurtijd en de kosten ervan. Het heeft dan ook geen zin om dat op dat moment al vast te leggen. In de praktijk wordt de regeling trouwens bijna niet toegepast.
Michel Rozie
* De regeling voor de bijzondere verbeurdverklaring moet worden vereenvoudigd. Alleen al artikel 505 van het strafwetboek, dat betrekking heeft op het witwassen, kent verschillende regimes van verbeurdverklaring zonder redelijke verantwoording.
* De nieuwe wet op de voorlopige hechtenis van 31 mei 2005 moet worden aangepast. De verschillende regimes voor criminele feiten die wel en niet correctionaliseerbaar zijn, hebben het systeem bijzonder ingewikkeld gemaakt.
De sanctie van de invrijheidstelling van de verdachte als bepaalde vormvereisten niet zijn nageleefd (bijvoorbeeld de onderzoeksrechter vergeet aan de verdachte mee te delen dat hij kan worden aangehouden) is buitensporig.
Om de onderzoeksgerechten niet buiten spel te zetten, zouden de onderzoeksrechters slechts een verdachte in vrijheid moeten kunnen stellen als nieuwe en ernstige omstandigheden dat rechtvaardigen.
* Als de internering wordt uitgesproken, moet volgens de nieuwe wet ook de verbeurdverklaring worden opgelegd. Hetzelfde gebeurt als de redelijke termijn voor behandeling van een zaak is overschreden. De indruk wordt gewekt dat verbeurdverklaring dan altijd verplicht is, terwijl ze ook facultatief kan zijn.
* Als het parket bij een opschorting ook een verbeurdverklaring wil vorderen, dan moet het dat schriftelijk doen. Dat is overdreven, want vaak gaat het maar om kleine zaken (bijvoorbeeld een dief die een schroevendraaier heeft gestolen).
*****************
Biografie
Michel Rozie is geboren in 1948 en woont in Deurne.
Hij studeerde vanaf 1967 rechten en criminologie aan de VUB. Hij was advocaat-stagiair bij de Antwerpse balie tussen 1971 en 1973. Toen werd hij assistent strafrecht en strafprocesrecht aan de UIA tot 1979. Sinds 1973 tot op heden is hij ook assistent criminologie aan de VUB en sinds 1986 docent fiscaal straf- en strafprocesrecht eveneens aan de VUB.
Zijn loopbaan als magistraat startte hij als rechter in Dendermonde in 1979. In 1981 werd hij rechter in Antwerpen, waar hij ook de probatiecommissie voorzat en lid was van de Krijgsraad. In 1986 werd hij raadsheer in het Antwerpse Hof van Beroep, waar hij in augustus Christian De Vel opvolgde als eerste voorzitter.
Rozie was voorzitter van de Hoge Raad voor Penitentiair beleid en later van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen. Hij heeft een managementsopleiding gevolgd en houdt van lezen en van reizen in de Provence.