De problemen van de politie-opleiding
15/04/'12
John de Wit
15 APRIL 2012 - De opleiding van de politie ligt onder vuur. De regeling is te rigide en het onderwijs zit teveel in de kazernes, de onderwijsmethodes van de docenten zijn te ouderwets, de cursussen worden onvoldoende gecontroleerd, zodat de ene school essentiële punten uit het strafrecht anders uitlegt dan de andere. De examens zijn te globaal en de studenten worden tijdens hun opleiding al statutair aangeworven en betaald, zodat het heel moeilijk is om ze te buizen. 98% van de studenten slaagt en dat gebeurt bij geen enkele beroepsgroep. In Vlaanderen scoort de Limburgse politieschool het beste en de Antwerpse met op liefst acht punten een onvoldoende het slechtst. Dat blijkt allemaal uit de doorlichtingsrapporten van de Belgische politiescholen die een onafhankelijke visitatiecommissie indiende bij de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Een overzicht van het debat.
Dit stuk heeft zes onderdelen: eerst brengen we een overzicht van de basisgegevens (aantal scholen, studenten en kostprijs); vervolgens leggen we uit hoe de politiescholen werden geëvalueerd. In een derde deel overlopen we met professor Sofie De Kimpe (VUB) de kritieken op de huidige opleiding. We gaan daarbij in op de problemen bij de selectie, het onderwijs en de eindverantwoordelijkheid over dit onderwijs. In dit onderdeel komt ook de mening van de studenten aan bod. In een vierde deel gaan we na wat moet veranderen, zowel volgens de Visitatiecommissie als volgens professor De Kimpe. In een vijfde deel geven we de "best practices" van iedere politieschool. Tenslotte geven we weer wat het rapport zegt over enkele politiescholen zelf, zoals die van Antwerpen en Limburg.
1. WAAROVER GAAT HET?
Wat zijn de basisgegevens in dit debat?
* België telt tien politiescholen: vijf in Vlaanderen, drie in Wallonië
en twee in Brussel. In principe is er dus één per provincie met uitzondering van Luxemburg. Het gaat
om onafhankelijke scholen met een eigen rechtspersoonlijkheid, een
eigen directie en een eigen personeelsbeleid. Deze scholen leiden alle
agenten (de vroegere hulpagenten), inspecteurs en hoofdinspecteurs op.
Daarnaast heb je nog drie federale scholen: de rechercheschool, de
federale politieschool en de
officierenschool, die politiecommissarissen opleidt.
* Ieder jaar melden zich zo'n 10.000 kandidaten om politieman of -vrouw te worden.
Hoewel jaarlijks zo'n 1.400 nieuwe politiemensen nodig zijn, worden uit deze groep om
budgettaire redenen toch maar 1.000 kandidaten geselecteerd door de
federale politie. Dat gebeurt op basis van vier proeven: een
kennisproef, een sportproef, een medische test en een gesprek met een selectiecommissie. Deze
selectie kan vier tot tien maanden duren.
Deze 1.000 kandidaten worden dan verdeeld over de tien politiescholen volgens een vastgelegde verdeelsleutel. In 2011 kreeg de Antwerpse politieschool (Campus Vesta) 120 nieuwe
kandidaten binnen, het Limburgse Plot 80.
* De opleiding tot inspecteur duurt 1 jaar, die tot hoofdinspecteur 9
maanden, die tot agent 5,5 maanden. De studenten zijn
statutair aangeworven en krijgen een wedde, die al naargelang hun
studie net iets lager is dan die van een gewone inspecteur, agent of
hoofdinspecteur. De opleiding loopt iedere weekdag tussen acht uur 's
morgens tot vijf uur 's avonds.
In de opleiding zit een stage (60 uren voor een agent en 420 uren voor
een inspecteur).
* De studenten worden tijdens de opleiding regelmatig geëvalueerd. Of ze uiteindelijk slagen of niet, wordt bepaald door een commissie die een eindexamen organiseert. De opleiding stopt dus met één globaal examen, niet vak per vak dus. Een deel van dat examen wordt niet door de lesgevers zelf afgenomen maar door een jury. Een gebuisde student kan in beroep gaan. Dat gebeurt systematisch. Daardoor komen alle dossiers van de niet-geslaagden op het bureau van de directeur-generaal van de federale politie in Brussel. Die moet dan vanuit Brussel oordelen over slagen of niet slagen. Dan wordt vaak in het belang van de werknemer beslist. De aspirant werd immers tijdens de gehele opleiding betaald, waardoor hij al veel geld heeft gekost. Kortom, dit systeem leidt er toe dat 98% van de aspiranten slaagt, wat zeer veel is.
Wie slaagt wordt onmiddellijk als inspecteur of hoofdinspecteur benoemd en krijgt een "certificaat" (géén diploma), waarmee hij/zij alleen bij de politie kan werken.
* De opleiding van inspecteurs en agenten kostte in 2011 30 miljoen aan
lonen en 5,5 miljoen aan uitrusting. Die van hoofdinspecteurs 2,15
miljoen, die van commissarissen, die van buiten het korps komen,
785.000 euro. De scholen kregen in 2011 een gezamenlijke subsidie van
11,4 miljoen. Daarmee komt de totale kostprijs van de opleiding, die
de federale politie moet betalen, op 53,7 miljoen. In deze som zitten
een aantal dingen niet in: de kostprijs van de gebouwen, het
meubilair, ICT e.d. Vaak betalen de lokale korpsen of de provincies
mee: zo worden de gebouwen van de Antwerpse campus Vesta in Emblem
grotendeels door de provincie betaald. De scholen worden dus overal anders gefinancierd.
2. HOE WERDEN DE SCHOLEN GEEVALUEERD?
In 2009 startten de politiediensten met een project om de opleiding te
evalueren. Men wilde de kwaliteit van het onderwijs verbeteren en het
onderwijs ook "vermaatschappelijken". Professor criminologie Sofie De Kimpe (VUB),
projectleider, nam een motto van de Antwerpse burgemeester Patrick
Janssens over: "Gooi de deuren en ramen van het politieonderwijs
open", want nu zit men veel te veel in zijn kazernes.
De Kimpe: "De opleiding staat nu volledig in functie van de
politie-organisatie. Alles gebeurt binnen, voor en door de politie. Je
kan met je certificaat nergens anders naartoe dan bij de politie. Je
kan niet naar het gewone onderwijs, noch naar de gewone arbeidsmarkt.
Bovendien heerst op het terrein nog al te veel de idee dat het echte
werk op straat wordt geleerd en dat je je opleiding zo snel mogelijk
moet vergeten. En dat doet vragen rijzen naar de rol en de functie van een opleiding, die toch veel geld en tijd kost."
De Kimpe liet de opleiding evalueren net zoals dit momenteel bij de universiteiten en de hogescholen gebeurt. In een eerste fase (in 2010) moesten de politiescholen zelf zeggen wat
hun sterktes en zwaktes waren en dit neerschrijven in een "zelfevaluatierapport". Alleen de school van Namen deed dit niet, zogenaamd wegens personeels- en geldgebrek.
In een tweede fase (in 2011) ging een onafhankelijke "visitatiecommissie" op
bezoek in de scholen om na te gaan of die analyse wel klopte en om
positieve en negatieve punten vast te stellen. Die commissies bevatten
telkens iemand van het buitenland, een pedagoog, een student, een
expert van de politie, een domeindeskundige (vaak een universiteitsprofessor). Die schreven een
rapport dat enkele weken terug werd besproken in de Kamercommissie
Binnenlandse Zaken. De scholen krijgen per deelonderwerp een klassificatie in: excellent,
goed, voldoende en onvoldoende. In het rapport van de visitatiecommissie staan ook een aantal aanbevelingen.
3. WAT LEERT HET RAPPORT?
In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken belichtten de auteurs net voor het Paasreces de belangrijkste resultaten van de visitaties op het vlak van selectie van studenten, onderwijs (cursussen, docenten en evaluatie). Ze wezen op de afwezigheid van een eindverantwoordelijke en gaven de mening van de studenten weer.
3.1. SELECTIE
Eerst en vooral zijn er problemen met de manier waarop scholen
studenten binnen krijgen.
* De selectie duurt te lang (soms tot tien maanden) zodat goede
kandidaten afhaken omdat ze elders een baan hebben gevonden.
Bij de selectie van het aantal kandidaten moet volgens de Commissie meer rekening worden
gehouden met het aantal vacatures bij de politiediensten en niet
alleen met de huidige verdeelsleutel voor de politiescholen.
* De eenmalige jaarlijkse instroom leidt tot te grote klassen.
* De scholen beschikken niet op tijd over de informatie over welke
studenten ze gaan binnenkrijgen. Ze moeten eerder een beter zicht
krijgen op de leeftijd, de kwalificaties en de vooropleiding van hun
toekomstige studenten.
3.2. ONDERWIJS
Welke problemen zijn er dan bij het politie-onderwijs zelf?
De Kimpe: "De kloof tussen het politie-onderwijs en het gewone
onderwijs is erg groot. Het politieonderwijs zit opgesloten in
kazernes en de pedagogische methodes zijn verouderd. Men geeft nog
altijd grotendeels ex cathedra les en hanteert weinig moderne
onderwijsmethodes. Zo stimuleert men het zelfstandig leren niet, maar spuit men enkel kennis naar de studenten. Is er dan wel wel kennisoverdracht?"
"Het politieonderwijs werkt verkleuterend. Er wordt nog altijd een
militaire discipline aangekweekt: de studenten moeten stipt aanwezig
zijn, opstaan als de leerkracht binnenkomt, luisteren naar wat de
docent te zeggen heeft. Toepassingen naar concrete situaties in
werkcolleges worden onvoldoende gemaakt. Maar later komen de
inspecteurs wel alleen op straat en dan moeten ze zelf deontologische
vragen beantwoorden zoals: zal ik deze fles wijn aanvaarden of niet?, moet ik iemand een proces-verbaal geven of niet? Dat zal men niet van hogerhand in hun plaats doen. En die
zelfredzaamheid - zeker op deontologisch vlak - wordt te weinig
aangeleerd."
"De oplossing voor de problemen van deze top-down-benadering en deze
verkleuterende aanpak kan je met een voorbeeld goed illustreren. De
politiemensen kennen het strafrecht onvoldoende, zo blijkt uit
evaluaties. Al naargelang de school hebben ze een andere invulling van
hoe een huiszoeking moet gebeuren of hoe een proces-verbaal moet worden opgesteld.
De voorzitter van de Federale Politieraad, Willy Bruggeman, klaagde
dat al enkele keren aan. De oplossing daarvoor is echter niet: alle
scholen dezelfde cursussen geven, maar wel een combinatie van drie
factoren: een goede cursus, een goede lesgever en een goed
evaluatiesysteem. En deze combinatie ontbreekt bijna overal."
3.2.1. Goede cursussen?
"Over het algemeen gaat het onderwijs te weinig in de diepte, men geeft
van alles een beetje en daardoor is specialisatie onmogelijk. Dat komt
echter omdat alles vastligt in de wet. Op sommige scholen geeft men alleen les op basis van slides en zijn er
geen cursussen. Op de meeste scholen wordt de inhoud van de cursussen
niet getoetst aan de recente wetenschappelijke of juridische evoluties
op het terrein. In de hogescholen of universiteiten worden cursussen gepubliceerd in boekvorm waardoor ze ook worden gecontroleerd op hun inhoud."
3.2.2. Goede lesgevers?
"Lesgevers worden weliswaar meestal uit de praktijk geselecteerd en dat
is heel positief, maar de vraag of ze "hun praktijk" wel echt ook goed
doen, wordt meestal niet gesteld. Wat heb je aan een lesgever uit de
praktijk die veel huiszoekingen doet, maar dat stelselmatig foutief
doet? De expertise van de lesgevers wordt niet geëvalueerd en evenmin gewaardeerd! Ook de goede docenten kunnen dus niet schitteren. De meeste lesgevers hebben echter geen pedagogische bekwaamheden. Hierdoor worden weinig nieuwe methoden toegepast, die we in het onderwijs al lang kennen."
"Bovendien: in vele scholen geven de docenten gewoon hun les en gaan gewoon weer naar huis. Meestal
is er geen overleg met andere lesgevers. In sommige scholen (bv.
Antwerpen) heb je meer dan honderd docenten: hun cursussen overlappen
en spreken elkaar soms tegen. Voor sommige belangrijke competenties
zijn er geen of amper vakken: zo is er overal te weinig
leiderschapstraining in de opleiding van hoofdinspecteurs."
"Er is meestal ook geen overleg met elkaar. Op de nieuwe Antwerpse
campus Vesta zitten nu wel de brandweer, de politie en de ambulanciers
samen, maar ze werken bitter weinig samen. Dit geldt overigens voor alle scholen. De eerste hulp bij
ongevallen bijvoorbeeld wordt aan de politie aangeleerd door politiemensen van de medische dienst, niét door ambulanciers, die nochtans het meeste ervaring hebben op het terrein en later met de politiemensen in contact komen als er een ongeval gebeurd is. Men kijkt te weinig over het muurtje, niet naar de ander
actoren uit de veiligheidssector, maar ook niet naar het hoger onderwijs. Men zou de studenten perfect daar een aantal
managementsvakken (vergadertechnieken, coaching) kunnen laten volgen,
men moet dit niet allemaal zelf willen organiseren. Campus Vesta zou
bv. kunnen samenwerken met de universiteit op het gebied van
rampenplannen, maar helaas gebeurt dat momenteel niet."
"Een oplossing die de visitatiecommissie hiervoor voorstelt is de
invoering van ECTS-fiches (European Credit Transfer System, nvdr). Daarop staat per vak: wat de cursus inhoudt, wat de leerdoelstellingen van de cursus zijn, wat de student na de cursus zeker moet kennen, wie de lesgever is, hoe er examen wordt afgenomen, wat de werkopdrachten bij het vak inhouden, welke literatuur moet worden gelezen, enzovoort. Men kan dan al die
fiches naast elkaar leggen, vergelijken en aanpassen. Dan verloopt de samenwerking tussen de lesgevers vlotter. Maar die samenwerking wordt dan ook makkelijker met andere scholen en zelfs met andere politiescholen in Europa omdat je dan vakken inhoudelijk kan bekijken en uitwisselen. Bij de Oost-Vlaamse Politieacademie (OPAC) werken ze al met ECTS-fiches."
3.2.3. Goede evaluatie?
"Er is geen goed evaluatiesysteem. 98% van de studenten slaagt
Dat heb je nergens, ook niet bij
de geneeskunde waar je zelfs een loodzwaar ingangsexamen moet doen. Dat komt omdat de politiescholen
eigenlijk niet zelf kunnen buizen. Eerst en vooral is er slechts één
globale proef, geen examen per vak, waarop je telkens een duidelijk
minimum aan punten moet halen. Hierdoor kan iemand die goed scoort
voor sport en schieten, maar slecht is in geweldbeheersing en
deontologie toch geslaagd zijn. In de jury die dat examen afneemt
zitten leraars die de studenten kennen, maar ook leraars die hen niét
kennen."
"Er is dan ook nogal wat frustratie omdat studenten die niet slagen voor een
bepaald onderdeel (theorie of stage) nadien opduiken op een andere
politieschool of later in een politiekorps."
"Daarom is de vraag dus: werkt de politieopleiding wel als een
mechanisme om de juiste personen voor de functie van politieman te
selecteren? Dat weten we momenteel dus niet zeker. We weten dus niet met zekerheid of de
afgestudeerden wel alle nodige kennis, vaardigheden en attitudes en competenties hebben voor het
politieberoep. In een aantal gevallen is dat momenteel niet zo. En dan
is er een probleem, want het politieonderwijs kost heel veel, maar de
resultaten zijn onzeker."
3.3. EINDVERANTWOORDELIJKHEID
Maar is er dan geen eindverantwoordelijke?
De Kimpe: "Dat is een ander belangrijk probleem. Het opleidingssysteem
is te rigide, te strikt, alles wordt vanuit Brussel geregeld. Als je
in de basisopleiding een vak over de Salduzwetgeving wil inlassen als
politieschool, moet er eerst een Ministerieel Besluit worden gewijzigd. De
scholen vinden dat ze in orde zijn, als ze de regels van Brussel
hebben toegepast. Het systeem beheert, maar richt zich niet op
kwaliteit. In Brussel zegt men: er moet 30 uur strafrecht worden gegeven, want dat ligt vast in een Ministerieel Besluit. In de scholen zorgen ze ervoor dat er 30 uur strafrecht wordt gegeven.
Iedereen is in orde met de wet en alles is ok, zo luidt het. Maar of die cursus aangepast is aan de
behoeften in de praktijk, of hij de recente rechtspraak volgt of oog
heeft voor wetenschappelijke evoluties, en vooral of die goed gegeven wordt door de lesgevers wordt door niemand gecontroleerd en daar zijn ook geen normen over. Op die manier is er ook nooit een probleem, want iedereen is in orde met de regels. Niemand kan dus verantwoordelijk worden gesteld… niet de federale politie en niet de politiescholen. Maar ja… het zijn de regels die natuurlijk verkeerd zijn."
"Toch zijn de scholen heel creatief. Als je bedolven wordt onder een
overtal aan regeltjes, dan proberen sommigen de gaten te vinden om toch nog zelf iets in de opleiding in te brengen zodat de kwaliteit kan verbeteren en het onderwijs kan vernieuwen. Anderen doen dat helemaal niet. Vandaar de verschillen tussen de scholen. Sommige scholen, zoals bv. Plot, nemen een pedagoog aan om nieuwe
methoden uit te testen, Limburg scoort trouwens zeer goed in het begeleiden, coachen en opvolgen van hun leraren. West- en Oost-Vlaaanderen zijn dan weer goed in het
gebruik van ICT."
"West-Vlaanderen besteedt ook veel aandacht aan het portfolio. Dat is een persoonlijke map van iedere student waarin al zijn verslagen en bedenkingen over zijn opleiding kunnen komen:
evaluaties, stageverslagen, persoonlijke opmerkingen. In West-Vlaanderen nemen ze dat heel serieus, terwijl het in andere scholen soms gewoon een foto-album is. In sommige scholen, bv. Antwerpen, is dan weer niet duidelijk of dat portfolio een middel is om de studenten te begeleiden tijdens hun opleiding, dan wel een
middel om de studenten op het einde te beoordelen. En dat geeft dan
weer aanleiding tot "valse" portfolio's."
"Er is dus bij de scholen veel creativiteit, maar die stopt waar de
regels in werking treden. Men zou de creativiteit van de scholen meer
moeten stimuleren. Op die manier kan men het politieonderwijs vernieuwen en dus ook verbeteren in kwaliteit."
3.4. WAT VINDEN DE STUDENTEN?
De Kimpe: "Over het algemeen vinden ze de opleiding te zwaar en daarmee bedoelen ze dat het lange lesdagen zijn en dat men veel - soms nutteloze - werken moet maken. Vooral
de militaire discipline werkt verkleuterend en staat ver af van de discipline die in de dagelijkse praktijk aan de dag moet gelegd worden. Ze vinden ook dat er te weinig
aandacht is voor zelfstudie en zelfredzaamheid en dat is
eigenlijk wel cruciaal. Maar in wezen zijn de studenten tijdens hun
opleiding wel tevreden hierover. Ik vrees echter dat ze na tien jaar
praktijk anders tegen hun opleiding aankijken. En als het resultaat
van een opleiding is dat men later vindt dat je alles maar moet
vergeten omdat je het vak op straat moet leren, dan zijn we ver van
huis".
"Een ander probleem is de stage. Die vindt iedereen te kort. Maar de
rapporten van de visitatiecommissies toonden ook aan dat de stagiairs
in een aantal politiekorpsen eerder als goedkope werkkrachten worden
gebruikt en onvoldoende opgeleid. De stage is dus te kort, maar ze moet ook anders. De stage wordt overal verschillend begeleid. Soms gebeurt dat goed, soms zeer erbarmelijk. Niet altijd wordt de stagiair aanzien als een student die nog moet leren. Ander probleem is dat men de stages niet zelf kan inplannen in het curriculum. Ook dat ligt weer vast in een KB. Hierdoor moeten studenten hun stage doen tijdens de zomermaanden en dan gebeurt er in sommige politiezones gewoonweg niets."
4. WAT MOET VERANDEREN?
Wat moet er veranderen? We gaan hierbij in op de voorstellen van de commissie zelf én op die van professor De Kimpe.
4.1. Voorstellen van de visitatiecommissie.
Wat stelt de Visitatiecommissie zoal voor?
De Commissie wil:
* De selectieperiodes inkorten en de klassen verkleinen.
* Het lessenrooster versoepelen en de scholen meer autonomie geven.
* De opleiding van agenten en inspecteurs scheiden, zoals Vesta al doet.
* De vooropleiding honoreren door sommige studenten vrijstellingen te geven.
* Specialisatie mogelijk maken.
* De stage verlengen en er een echt leerproces van maken.
* De examenregeling hervormen, zodat iedere student weet waar hij aan
toe is en zodat bovendien ieder aspect van de opleiding getoetst wordt
in de opleiding.
* De scholen moeten de eindverantwoordelijkheid krijgen over het al dan niet slagen van de student.
4.2. Voorstellen van professor De Kimpe
Naast deze commissie-aanbevelingen heeft professor De Kimpe een eigen
kijk op hoe de opleiding moet evolueren.
"Er zijn twee mogelijkheden: ofwel behoudt men het huidige systeem met
zijn strikt wettelijk kader, waarbij de scholen slechts uitvoerders
zijn en functioneren binnen het politievak en dan moet men werken op
de kwaliteit van het onderwijs. Dat zal wel wat vruchten op lange
termijn afwerpen, maar in feite blijft het weinig innoverend."
"Ofwel kiest men voor een volledig nieuw systeem. Dan moet de
structuur worden veranderd en een diploma worden ingevoerd."
"In mijn visie zouden de politiescholen erkend moeten worden als
onderwijsinstelling. Ze zouden autonoom worden, zelf hun studenten
kunnen selecteren, zelf hun programma opstellen, zelf vrijstelling
kunnen geven en specialisaties uitwerken en zelf kunnen buizen. De
scholen zullen dan meer van elkaar verschillen dan nu, maar dat is
niet erg, als een aantal politiecompetenties maar vastliggen als
eindtermen. Ik denk dan aan schieten, een proces-verbaal opstellen,
geweldbeheersing e.d. Iedere school moet die kunnen meegeven aan zijn studenten."
"De scholen zouden moeten worden aangestuurd door een
politie-onderwijsraad, die niet alleen de subsidies toekent en de
eindtermen en minimale kwaliteitsnormen vastlegt, maar ze ook
controleert. Er zou ook meer stage moeten mogelijk zijn. De opleiding
tot inspecteur zou van een jaar naar anderhalf of twee jaar moeten
gaan, die van hoofdinspecteur naar drie jaar."
"Daarnaast moet het curriculum veranderd worden zodat het
politieonderwijs zich volledig kan inschakelen in "Bologna". Bologna
is de Europese hervorming van het hoger onderwijs, waardoor op dat
vlak de vrije markt wordt ingevoerd. Europa creërt een Europese
onderwijsruimte, zodat iedereen overal kan gaan studeren en diploma's
overal geldig zijn. Het Belgische politieonderwijs is bijna het enige land dat niet in Bologna zit
en dat is op termijn een serieuze bedreiging voor de kwaliteit en de concurrentiepositie van dat
onderwijs. Als je in Bologna zit, kan je internationale opleidingen
volgen, expertise uitwisselen e.d. De criminaliteit stopt nu eenmaal
niet aan de Belgische grens."
"Om het Belgische politieonderwijs in Bologna te krijgen, moeten de
afgestudeerden een diploma krijgen, waarmee ze niet alleen bij de
politie terecht kunnen maar ook elders. Een diploma is voor de
studenten ook belangrijk als bewijs van waardering voor het
gepresteerde werk."
"De politiescholen zouden kunnen blijven bestaan als hoger
beroepsonderwijs, tussen het middelbaar onderwijs en de bachelors in.
De provincies verliezen hun scholen dus niet, want wij kunnen die ook
niet overhevelen naar de ministers van onderwijs, want dat zou een
grondwetsherziening vereisen."
"Kortom: de politie blijft in mijn voorstel het onderwijs aansturen,
de opleiding wordt niét geïntegreerd in het reguliere onderwijs en de
provincies verliezen geen macht, want de scholen worden autonomer en
kunnen de provincies er dus bij blijven betrekken."
En de financiering?
"Er is momenteel geld genoeg voor een degelijke politieopleiding, maar
dat is er niet meer als je mijn model invoert en de studenten
tegelijkertijd als werknemers van de politie blijft beschouwen en ze
een volwaardige wedde blijft uitbetalen. Zoals de vakbonden willen. De
politiek zal hier knopen moeten doorhakken: worden de studenten in het
politieonderwijs betaald of krijgen ze gewoon zoals iedere andere
student een studiebeurs? Moeten de studenten van de politiescholen nog
werknemer blijven? Dat zal de politiek moeten oplossen.
Er is dus momenteel een groot budget voor opleiding, maar dat zal
anders moeten worden verdeeld. Mogelijk zullen daarbij een aantal
heilige huisjes moeten sneuvelen."
5. WAT ZIJN DE BESTE PRAKTIJKEN PER SCHOOL?
Het rapport van de visitatiecommissie gaat ook in op de beste praktijken per school.
== Antwerpen organiseert de opleiding van agenten (de vroegere
hulpagenten) en inspecteurs in gescheiden klassen. Hierdoor kan men
inspelen op de vaardigheden in iedere klas, de leerstof en de snelheid
van lesgeven aanpassen aan het niveau van de studenten.
== Limburg evalueert de studenten heel goed gedurende de hele opleiding en stemt de
examens goed af op de doelstellingen van zijn onderwijs. De docenten
worden hierbij goed betrokken.
== Oost-Vlaanderen schakelt ICT goed in zijn onderwijs in.
== Vlaams-Brabant geeft elke nieuwe docent een docentengids en een
docentenkrant, die hem een houvast bieden. De docenten worden zo
gestimuleerd tot nieuwe actieve onderwijsmethodes (rollenspel,
gastsprekers…).
== West-Vlaanderen maakt goed gebruik van het portfolio om de studenten
op te volgen. Dat wordt door de studenten heel sterk gewaardeerd.
6. WAT VINDT HET RAPPORT VAN DE ANTWERPSE POLITIESCHOOL?
Tot slot belichten we wat het rapport van de visitatiecommissie zegt over twee politiescholen: die van Antwerpen en die van Limburg.
6.1. Campus Vesta in Antwerpen
De Antwerpse politieschool werd begin maart 2011 als eerste school
bezocht. Het rapport van de visitatiecommissie geeft de Antwerpse school maar
liefst op acht punten een onvoldoende. Op geen enkel punt krijgt ze de
waardering "excellent" mee en op slechts één punt de waardering "goed"
(voor de eerlijkheid van haar communicatie en de initiatieven om alles
te verbeteren). Daarmee bengelt de school onderaan in Vlaanderen, net voor Opac van Oost-Vlaanderen.
Positieve punten:
* Er is een aparte opleiding van agenten en inspecteurs, waardoor men meer
gericht kan werken.
* De nieuwe (op het moment van het bezoek nog toekomstige) campus, met
zijn mooie gebouwen en talloze onderwijsfaciliteiten.
* De openheid waarmee de directie communiceert over haar problemen en
de manier waarop zij verbetervoorstellen aanvaardt en in werking
stelt
.
Negatieve punten:
* De samenhang tussen de vakken. Ze zijn niet op elkaar afgestemd.
Cursussen overlappen elkaar en er zijn hiaten.
* De binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen op gebied van het
onderwijs worden niet gevolgd. De opleiding moet meer relaties leggen
met de universiteiten.
* Er is onvoldoende structuur in het personeelsbeleid. Sommige docenten
missen didactische kwaliteiten en geven alleen les op basis van
powerpointpresentaties. Dit laatste kan zeker niet. De docenten worden
maar weinig pedagogisch ondersteund. Het rapport beveelt aan om de
studenten te betrekken bij de evaluatie van de cursussen, de leraren
en hun onderwijsmethodes.
* Er is onvoldoende personeel bij de basisopleiding. Weliswaar zijn er
128 free lance docenten, die bijna allemaal uit de politiewereld "en
aanverwanten" komen. maar die zijn onvoldoende aanspreekbaar. Er zijn
ook te weinig vrouwen onder de docenten.
* De studiebegeleiding is onvoldoende. Zeker die met het oog op het
examen. De commissie raadt aan om een klachten- of ombudsdienst uit te
bouwen en de studiebegeleiding te zien als een coaching naar
zelfredzaamheid. De tijd tussen de stage en het eindexamen is te kort:
het examen is onmiddellijk na de stage, zodat voorbereiding
bemoeilijkt wordt.
* Er is geen structurele bewaking van de kwaliteit van de opleiding. De
commissie wil regelmatige metingen van de tevredenheid van de
studenten, regelmatige evaluaties van de docenten en de cursusen, een
studentenraad waarin docenten, stagebegeleiders en studenten
samenzitten.
* De studenten vinden dat ze niet vrijuit kunnen spreken.
* Er is verwarring over het portfolio: omdat het te veel gezien wordt
als een beoordelingselement en omdat er bij het examen te zwaar wordt
aan getild, wordt het soms nogal eens "aangepast" met het oog op het
examen.
6.2. Plot in Limburg
De Limburgse politieschool Plot scoort het beste van de Vlaamse politiescholen, ze krijgt van de commissie geen enkele onvoldoende en zelfs twee "excellente" vermeldingen.
* De studiebegeleiding is excellent. Studenten worden aangemoedigd om zelf te leren, ze weten ook precies wat ze moeten kennen.
* De manier waarop les wordt gegeven is ook excellent. De docenten worden heel goed geselecteerd en grondig pedagogisch gecoached. Ze worden aangeworven door een pedagogische cel en moeten een proefles geven. Ze kunnen een gratis didactische cursus volgen vooraf en hanteren voldoende moderne werkmethodes en de studenten kunnen hen én hun cursussen evalueren. Er is ook een brede waaier aan specialisten onder de docenten.
* De vakken zijn goed op elkaar afgestemd. De opleiding heeft een brede kijk op de maatschappij en benut elke kans om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek. De cursussen worden voldoende geactualiseerd.
* Ook het permanente evaluatiesysteem geniet de instemming van de visitatiecommissie.
*****************************************
De volledige visitatierapporten van alle scholen vindt U hier.
*****************************************
Lees ook:
Politieraad evalueert tien jaar politiehervorming
Politiebonden: "Er is nu minder blauw op straat dan vroeger"
*****************************************
Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.
*****************************************