Alex Berenson, Het Beijing complot
30/01/'09
Geert D'Hulster
Journalist Alex Berenson, die voor de New Tork Times diverse, niet van gevaar gespeende, opdrachten in onder meer Irak uitvoerde, behaalde met zijn debuutthriller ‘De betrouwbare terrorist’ over de strijd tegen Al Qaeda meteen de Edgar Award, een van de belangrijkste onderscheidingen in het genre. Ook zijn tweede boek ‘Het Beijing complot’ wordt met lovende kritieken overladen.
CIA-agent John Wells, die in het eerste boek op het nippertje aan de dood ontsnapte, wacht in Washington op zijn volgende missie, hoewel zijn oversten ernstige twijfels koesteren over zijn mentale evenwicht. Als kenner van de Taliban wordt hij alsnog ingeschakeld, wanneer berichten over verhoogde en gesofistikeerde activiteiten van deze religieuze terroristen het hoofdwartier bereiken.
Intussen hebben de Amerikaanse veiligheidsdiensten nog andere katten te geselen, zowel met Noord-Korea als het machtige China dreigen er bijzonder ernstige conflicten te zijn gerezen, die tot een wereldbrand van ongeziene schaal kunnen leiden. Het spel van spionnen, mollen en mollenjagers is nog nooit zo dodelijk geweest.
Berenson is nog lang geen John Le Carré, maar met deze twee eerste, goed gedocumenteerde en geloofwaardige, thrillers heeft hij zich al een eind voorbij Ludlum, Clancy en co gehesen.
GeD