Lezersvraag: Wie bepaalt de rente op staatsleningen?
16/11/'11
Lezersvragen
De Belgische langetermijnrente is deze week gestegen tot 5%. Maar wat betekent dit nu concreet?
Ons land heeft heel wat schulden. Eind oktober bedroeg de federale staatsschuld 355.649.424.197,20 euro. Het ging om 355.265.706.566,89 euro aan schuld van de NV België zelf en om 383.717.630,31 euro aan schulden van instellingen waarvoor de federale Staat tussenkomt in de financiële lasten.
Het betreft hier een brutoschuld. Ons land heeft hier en daar ook nog geld op een rekening staan. Wordt dat van de brutoschuld afgetrokken, dan komen we tot een nettoschuld van 344.613.932.213,58 euro.
Die hoge schuld betekent dat ons land dus heel wat leningen heeft uitstaan. Eind oktober stond 84,3% van de schulden op middellange of lange termijn. 99,7% stond uit in euro.
Telkens een lening op vervaldag komt, moet ons land dus vers geld vinden om ze te kunnen terugbetalen. Zo diende het Agentschap voor de Schuld in 2011 in totaal voor 44,63 miljard euro aan verse financieringen te vinden.
In 2012 vervalt alvast voor meer dan 30 miljard euro aan staatsleningen. Bovenop komt nog het tekort dat ons land op zijn jaarbegroting zal hebben in 2012.
Om dat bedrag binnen te halen, houdt het Agentschap van de Schuld geregeld veilingen. Wie het goedkoopst geld wil lenen aan de Belgische staat, wordt geselecteerd. Daarnaast geeft het Agentschap op geregelde tijdstippen ook staatsbons en staatsobligaties uit voor het grote publiek.
De rente die ons land moet betalen, wordt op die momenten vastgelegd.
Beurs
Toch wordt elke dag de langetermijnrente vastgesteld. Dat gebeurt op de zogenaamde secundaire markten. Wie Belgische staatsobligaties heeft gekocht, kan die immers weer verkopen. Als men zegt dat de rente 5% bedraagt, dan betekent dit dat er op de secundaire markt (zeg maar beurs) kopers zijn die uw obligaties willen overnemen indien ze voor de resterende looptijd (bijvoorbeeld tien jaar) een opbrengst van 5% halen. Dat kunnen ze bijvoorbeeld bekomen door voor een stuk van 100.000 euro maar 98.000 euro te willen betalen.
De rente die op elk moment van de dag kan worden berekend, komt dus tot stand door de koop/verkoop van vroeger uitgegeven obligaties. Het is niet noodzakelijk de rente waartegen de Belgische staat effectief leent. Die percentages worden alleen bij de veilingen of bij de uitgifte van nieuwe staatsbons en staatsobligaties vastgelegd.
Uiteraard wordt de rente die de overheid effectief moet betalen wel beïnvloed door de rente op de secundaire markt. Een investeerder wil immers het hoogste rendement halen. Hij zal maar op nieuwe leningen inschrijven als die evenveel opbrengen als bij de overname van reeds lopende leningen.
De investeerders houden bij hun eisen rekening met de kredietwaardigheid van de ontlener. Hoe meer risico ze denken te nemen, hoe hoger de vergoeding ze willen om dat risico te compenseren. Daarom betalen Italië en Spanje momenteel een pak meer dan België en dat betaalt dan weer meer dan bijvoorbeeld Nederland en Duitsland.
Rentenfonds
Om ervoor de zorgen dat op de secundaire markt een correcte prijs tot stand komt voor wie staatsobligaties wil kopen of verkopen, heeft de overheid het Rentenfonds opgericht. Dat moet ervoor zorgen dat er steeds voldoende vraag en aanbod aan staatseffecten is.
Het Rentenfonds publiceert ook een overzicht van de rentevoeten voor de diverse periodes.
Johan VAN GEYTE