Niet altijd dopgeld bij ontslag
24/02/'09
Filip Tilleman
Als een werknemer zijn vaste job verliest kan hij in principe aanspraak maken op werkloosheidsuitkeringen. Men dient echter ten volle te beseffen dat er ter zake geen absolute garantie bestaat.
Het basisprincipe is dat men om uitkeringen te kunnen genieten onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon moet zijn. In de werkloosheidsreglementering is dit niet het geval als de werknemer zijn dienstbetrekking heeft verlaten zonder wettige redenen. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer hij zelf ontslag heeft genomen of indien bij gemeenschappelijk akkoord tussen werkgever en werknemer een einde werd gesteld aan de arbeidsovereenkomst. De RVA kan betrokkene dan uitsluiten van werkloosheidsvergoedingen voor een periode van 4 tot 52 weken. In uitzonderlijke gevallen zal de RVA toch werkloosheidsvergoedingen toekennen. Bijvoorbeeld indien een werknemer zelf het werk heeft verlaten om een zelfstandige activiteit uit te oefenen, die minstens 6 maanden heeft geduurd. Of indien de werknemer het werk heeft verlaten wegens pesterijen en hiervoor een formele klacht heeft ingediend conform de pestwetgeving.
Ook als een werknemer ontslagen wordt door zijn werkgever heeft hij niet automatisch recht op werkloosheidsvergoedingen. In de mate de werknemer fout heeft aan zijn ontslag door de werkgever kan de RVA hem schorsen van het recht op werkloosheidsvergoedingen voor 4 tot 26 weken. Bij herhaling van dergelijke foutieve gedragingen kan de schorsing oplopen van
8 weken tot 52 weken.
De hamvraag die hier rijst is, wanneer heeft de werknemer fout aan zijn ontslag door de werkgever? Een aantal gevallen kunnen quasi nooit een fout impliceren van de werknemer. Bijvoorbeeld een ontslag in het kader van een sluiting van een afdeling of het verstrijken van de termijn van een contract van bepaalde duur.
Bij een individueel ontslag mits een te presteren opzeggingstermijn of betaling van een verbrekingsvergoeding, zal de RVA de achterliggende redenen van deze beslissing zorgvuldig uitvlooien op zoek naar fouten van de werknemer. Zo zullen er tijdelijk geen werkloosheidsuitkeringen betaald worden indien blijkt dat de werknemer uiteindelijk ontslagen is wegens het feit dat hij veelvuldig onwettig afwezig was of dat er verschillende ingebrekestellingen waren wegens te weinig inzet of dat er sprake was van alcoholisme.
Als de werknemer ontslagen is om dringende redenen zal hij logischerwijze het recht op werkloosheidsuitkeringen ontzegd worden. Hij zal dit in de ogen van de RVA enkel kunnen weerleggen door effectief zijn werkgever te dagvaarden voor de arbeidsrechtbank om deze redenen aan te vechten en alsnog een verbrekingsvergoeding te bekomen
Filip Tilleman
Advocaat Tilleman,van Hoogenbemt, Antwerpen