"Jongeren Twitteren niet, niemand bekijkt ons profiel"
14/07/'09
Twitter is hot, maar misschien meer bij mensen van middelbare leeftijd dan bij tieners. Een jonge Brit van 15 schreef een rapport over de mediabehoeften van zijn vrienden en zijn conclusies zijn ingeslagen als een bom. Kids Twitteren niet, want dat is te duur. "Ze realiseren zich dat niemand hun profiel bekijkt en dat hun berichtjes, 'tweets', zinloos zijn."
Dat schrijft de 15-jarige Matthew Robson. Hij werd in het kader van een schoolstage bij het gerenommeerde marktonderzoeksbureau Morgan Stanley gevraagd te beschrijven hoe hij en zijn vrienden gebruik maken van media. De media-analisten van Morgan Stanley vonden het rapport zo openbarend dat ze het besloten te publiceren. Het haalde gisteren zelfs de voorpagina van de Financial Times en slaat in de mediawereld in als een bom.
Volgens Matthew hebben bijna alle jongeren een Twitter-account, maar doen ze er na een tijdje niets meer mee. Het bijhouden van de miniblog via telefoon kost beltegoed en dat gebruiken tieners liever om vrienden direct een sms’je te sturen.
Traditionele media?
Matthew Robson kent geen enkele leeftijdsgenoot die de krant leest: "Ze gaan niet al die pagina’s zitten lezen, als ze net zo goed het nieuws samengevat op televisie of internet kunnen zien."
Aan opdringerige reclame op internet, zoals banners en pop-ups, ergeren jongeren zich volgens Robson mateloos. Jongeren luisteren ook liever naar advertentievrije muziek op websites dan naar de radio. En jongeren willen niet betalen voor media, in plaats daaraan hun geld te besteden, gaan ze liever naar de bioscoop, concerten of geven ze het uit aan games en spelcomputers.
Hallo investeerders
Heren op middelbare leeftijd, zoals mediamanagers en investeerders dachten dat ze hun doelgroep dankzij Twitter en andere hypes mooi in het vizier hadden. Maar als Matthew Robson ook maar in de buurt van de waarheid zit, zullen ze die visie moeten herzien. Ze verslonden alleszins zijn rapport.
Edward Hill-Wood, hoofd van het mediateam van Morgan Stanley, schat dat er vijf tot zes keer zoveel werd gereageerd op het rapport dan normaal.