"VN moeten ingrijpen bij Cambodja-tribunaal"
12/10/'11
Buitenland
De Verenigde Naties (VN) moeten de "vertrouwenscrisis" bij het Cambodja-tribunaal zo snel mogelijk oplossen, zeggen waarnemers. Deze week nam Siegfried Blunk, een van de onderzoeksrechters bij het VN-tribunaal, ontslag omdat hij vond dat de Cambodjaanse regering zich te veel bemoeit met het proces.
Critici zeggen dat het vertrek van de Duitser duidelijk maakt dat er stappen gezet moeten worden om de integriteit van het tribunaal te garanderen. "We moeten hier niet eenvoudig aan voorbijgaan", zegt James Goldston, directeur van het Open Society Justice Initiative (OSJI) in New York.
Clair Duffy, die voor het OSJI de procesgang in Phnom Penh volgt, zegt dat de Verenigde Naties actie moeten ondernemen tegen de politieke bemoeienis met de processen. "Ze kunnen niet gewoon een nieuwe rechter benoemen en verwachten dat die persoon opeens de macht heeft de wreedheden te onderzoeken zonder Cambodjaanse medewerking. De VN moeten van Cambodja eisen dat het tribunaal onafhankelijk kan functioneren."
De reactie van de VN op het vertrek van Blunk stelt de critici niet gerust. Een woordvoerder van secretaris-generaal Ban Ki-moon (foto) verklaarde deze week tegenover journalisten dat vervanging van Blunk prioriteit heeft.
Corruptie
Rond het tribunaal en het bureau waar Blunk werkte, hangt een geur van corruptie, zegt Youk Chhang, directeur van het Documentatiecentrum van Cambodja, dat duizenden documenten leverde die als bewijsmateriaal gebruikt worden in de rechtszaken.
Hij wil een onderzoek naar het bureau van de onderzoeksrechters. "Het publiek heeft er zo langzamerhand geen vertrouwen meer in", zegt Chhang. "Zonder fatsoenlijk onderzoek, ondermijnen de VN de publieke steun. Onderzoek is noodzakelijk uit respect voor degenen die omkwamen en die de Rode Khmer overleefden. De VN moeten dit direct oppakken."
De publiciteit komt voor het tribunaal op een slecht moment. Het ligt al onder vuur wegens de trage voortgang in de belangrijkste zaak, de vervolging van vier voormalige hoge Khmer-leiders: hoofdideoloog Nuon Chea, staatshoofd Khieu Samphan, minister van Buitenlandse Zaken Ieng Sary en de minister van Sociale Zaken, Ieng Thirith. Als gevolg van juridische touwtrekkerij vordert de zaak zo langzaam, dat waarnemers zich afvragen of de bejaarde verdachten lang genoeg zullen leven om hun vonnis te horen.