Reynders en De Crem nemen poolshoogte in Afghanistan
05/05/'12
Binnenland
Minister van Defensie Pieter De Crem en zijn collega van Buitenlandse Zaken Didier Reynders hebben vrijdag en zaterdag een bezoek gebracht aan Afghanistan en de Belgische troepen die er actief zijn. Dat gebeurde in de aanloop naar de topbijeenkomst van Chicago waar de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO moeten uitmaken wat er na 2014 dient te gebeuren, wanneer de ISAF-operatie op haar einde loopt.
Tijdens hun tweedaagse bezoek aan Afghanistan bezochten de twee ministers de drie militaire basissen waar de Belgische militairen actief zijn. In Kunduz zijn 135 Belgische militairen actief op de luchthaven (laden en lossen van de toestellen) en binnen het Provincial Reconstruction Team (ontmijnen van zowel conventionele als geïmproviseerde explosieven en de opleiding van Afghaanse militairen daartoe). De transfer van de luchthaven naar de Belgische troepen verliep in zware pantservoertuigen omdat de luchthaven geheel open ligt.
In Kandahar is een detachement F-16's actief in het kader van de operatie "Guardian Falcon" met een kleine 100 militairen. De luchthaven is de grootste NAVO-luchthaven ter wereld met zo'n 26.000 militairen en één vluchtbeweging per minuut. Het bezoek gaf minister Reynders de gelegenheid in de cockpit van een F-16 te klimmen tijdens zijn eerste bezoek aan Afghanistan. Voor De Crem ging het om zijn tiende bezoek aan het land. Beide ministers zaten overigens samen in de cockpit van de C-130 die hen naar de verschillende bestemmingen bracht. Dat is een verplichting om veiligheidsredenen.
Chaos
De laatste etappe van de reis was Kandahar, waar de Belgen onder meer instaan voor de veiligheid en voor een aantal streng bewaakte toegangspunten van de militaire luchthaven en de ISAF-basis. Vanaf juli wordt de aanwezigheid op de luchthaven geleidelijk afgebouwd in enkele maanden tijd. Heel wat militairen zagen deze beslissing erg zitten, onder meer wegens de toenemende chaos door het stijgende aantal landen dat op de basis aanwezig is.
In hun contacten met de Afghaanse president Karzai en hun Afghaanse collega's van Buitenlandse Zaken en Defensie benadrukten ze evenwel dat België in Afghanistan aanwezig zal blijven tot het einde van de ISAF-operatie, eind 2014. Ons land engageert zich ook om nadien nog in Afghanistan actief te blijven, verzekerden Reynders en De Crem. Dat werd vorige maand reeds op de ministeriële NAVO-top bevestigd. Op de top van Chicago op 20 en 21 mei moet duidelijk worden wat er na 2014 dient te gebeuren. Het is overigens in dat licht dat beide ministers de toestand ter plaatse gingen bekijken.
Rol België
Vast staat dat er financiële steun nodig is om het Afghaanse leger verder te versterken opdat de stabiliteit in het land zou kunnen verzekerd worden. Volgens de Verenigde Staten is daar de komende tien jaar 4 miljard dollar voor nodig. Washington verwacht van België een bijdrage van 15 miljoen euro, maar minister Reynders liet tijdens de reis verstaan dat dit bedrag niet vastligt.
Hij benadrukte dat ons land naast de financiële steun voor de uitbouw van het leger ook wil doorgaan met de ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan, in 2011 goed voor 12 miljoen euro. Daarnaast zien Reynders en De Crem ook nog een taak weggelegd in de opleiding en training van de Afghaanse militairen en politie. Maar dat kan enkel mits de nodige bescherming van de NAVO. Voor De Crem kan België ook daar een rol spelen, Reynders liet zich voorzichtiger uit.
Aandringen
Didier Reynders verklaarde dat president Hamid Karzai hem om samenwerking op medisch vlak gevraagd had. Minister van Buitenlandse Zaken Zalmai Rassoul vroeg op een persconferentie ook om culturele en economische samenwerking. Zo had hij het over beurzen voor Afghaanse studenten om zich in België te komen specialiseren en over investeringen van Belgische bedrijven in Afghanistan. Voor Didier Reynders is dat enkel op lange termijn mogelijk. Zolang de veiligheid en stabiliteit niet is teruggekeerd, zullen weinig investeerders geïnteresseerd zijn.
Reynders verklaarde nog dat hij er bij zijn Afghaanse gesprekspartners op had aangedrongen dat Afghanistan een partnerschap met de Europese Unie zou afsluiten, zoals het land eerder deed met de VS. Daarnaast benadrukte hij dat Kaboel werk moet maken van beter bestuur, de strijd tegen corruptie en de mensenrechten, inclusief de rechten voor de vrouw en de persvrijheid.