Weinig vaart in Antwerpse mobiliteit
11/05/'11
Oosterweel
Er is sinds de beslissing van vorig jaar weinig vordering geboekt in het Antwerpse mobiliteitsdossier. Dat is de conclusie van de meeste politieke partijen na de eerste rapportage van minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) in het Vlaams parlement.
Tien jaar na een eerste plan om de Antwerpse mobiliteitsknoop te
ontwarren werkte de Vlaamse regering in september vorig jaar een nieuw
masterplan uit. Om de Ring te sluiten met een nieuwe
Scheldekruising koos de Vlaamse regering voor een tunnelvariant - nadat de
Antwerpenaren de Lange Wapperbrug hadden weggestemd - en er kwamen een
aantal nieuwe projecten bij.
Zes maanden na die beslissing heeft de Vlaamse regering een
rapportage gemaakt voor het Vlaams Parlement. Die moet toelaten om de
vooruitgang van het plan op te volgen.
"Gebouwd op drijfzand"
"Nog steeds is er heel weinig duidelijkheid over kostprijs en procedures van projecten zoals de Oosterweelverbinding en de ondertunneling van de R11", zegt Annick De Ridder (Open Vld). "Zo lijkt het hele Masterplan 2020 gebouwd op drijfzand."
Andere parlementsleden wezen op de troebele situatie rond bouwheer Noriant en de overdracht van projecten van de BAM naar de NV Liefkenshoektunnel.
Het Rekenhof gaf de minister een behoorlijk rapport, maar oordeelt ook dat de voortgang in het mobiliteitsdossier beperkt is.
Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V) zegt dat het
moeilijk is om de precieze kost van dit soort grote projecten tot op
de euro juist te voorspellen. Ze blijft erbij dat de Vlaamse regering
ernaar streeft om de Antwerpse ring tegen eind 2020 rond gemaakt te hebben.
LM