Jeugdcriminaliteit steeg lichtjes in 2008
27/03/'09
27 MAART 2009 - Begin deze week had een tweedaags congres over de hervorming van de wet op de jeugdbescherming plaats in Brussel. Het congres was georganiseerd door de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid, maar het was eigenlijk nog een initiatief van voormalig Justitieminister Jo Vandeurzen (CD&V, foto). Die wilde oplossingen voor de veelplegers en de zware gewelddaden van minderjarigen. Maar die leverde het congres niet. Het toonde aan dat 7% van onze minderjarigen criminele feiten pleegt die bij het parket worden gemeld. De geregistreerde jeugdcriminaliteit stijgt lichtjes en het aandeel van de geweldfeiten eveneens. Maar de boefjes worden niét jonger. Antwerpen is een buitenbeentje.
Eerst brengen we de voorgestelde statistieken, vervolgens de besluiten van het congres en tenslotte enkele bedenkingen.
1. CIJFERS
Op statistisch vlak vielen vijf onderzoeken op:
* een studie over de evolutie van de jeugdcriminaliteit tussen 2005 en 2008.
* een studie over de manier waarop de parketten criminele feiten van minderjarigen afhandelden in 2008.
* een studie over de bevolking van de centra van de Vlaamse gemeenschap in 2007.
* een profielstudie van de minderjarigen die in Everberg zijn geplaatst.
* een studie over de criminaliteit in Antwerpen.
De misdaadstatistieken
Charlotte Vanneste van het NICC (Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek, nvdr)stelde haar onderzoek over de jeugdcriminaliteit uit 2005 voor, dat ze al in 2007 in de Kamer bekendmaakte (zie: 'Jeugdcriminaliteit stijgt niet').
Daaruit bleek dat het aandeel van de minderjarigen in de totale criminaliteit de jongste 40 jaar niet is gestegen, maar eerder lichtjes gedaald. De leeftijd van de criminele boefjes daalt evenmin en de jeugdcriminaliteit wordt ook niet zwaarder.
Maar Vanneste voegde er al onmiddellijk aan toe dat de statistieken pas sinds 2005 echt op punt staan.
Isabel Detry (NICC) bracht daarna een vergelijking tussen de jaren 2005 en 2008. Wat bleek daaruit?
* Het aantal criminele minderjarigen stijgt lichtjes: 7% van alle minderjarigen tussen 12 en 18 jaar, tegen 6,3% in 2005.
* 42% van de moffen (zoals criminele minderjarigen in vakjargon worden genoemd,nvdr) steelt of pleegt vandalisme. In twee op de drie gevallen gebeurt dat zonder geweld, maar 15% is gewelddadig.
* 22% pleegt geweld tegen personen. In 2005 was dat nog maar 18%. Het aandeel van de gewelddadige criminele jongeren in de totale jeugdcriminaliteit stijgt dus. Maar slechts 0,08% pleegt zeer zware feiten zoals moorden en dat aandeel steeg niet.
* De verkeersmisdrijven zakten van 14,4% naar 11%.
* De drugsmisdrijven zakten verhoudingsgewijs eveneens van 11 naar 9%.
* De misdrijven tegen de openbare veiligheid (vnl. bedreigingen, onwettig wapenbezit, weerspannigheid aan de politie…) stegen van 10 naar 11%.
Er is niets veranderd aan de leeftijden van de criminele boefjes sinds 2005.
Wat doen de parketten?
Eef Goedseels (NICC) onderzocht dit bij 13 parketten op wiens grondgebied 53,8% van de minderjarigen wonen. Voor Brussel zijn er nog geen cijfers.
* 68% van de misdrijven werd geseponeerd. Dat is een lichte daling sinds 2005, toen het nog 68,6% was. Maar niet alle seponeringen waren "zuiver": in zo'n 10% van de gevallen was er een waarschuwing of werden de jongeren aan de wet herinnerd. En de parketwoordvoerders zeggen zelf dat het aantal waarschuwingen onderschat is in de cijfers.
Seponeren deed men om drie redenen:
- 28,6% van de geseponeerde zaken werd zonder gevolg gelaten omdat er geen misdrijf was of omdat de bewijzen onvoldoende waren.
- Maar toch werd in 64,8% van de drie geseponeerde dossiers de zaak zonder gevolg gelaten om opportuniteitsredenen, omdat vervolging niet op zijn plaats was. Deze groep valt uiteen in drie subcategorieën: bij 59% gebeurde dat omdat de minderjarige nog jong was of nog niet bekend was bij het gerecht; in 24,7% omdat het nadeel van de feiten klein was of de toestand was in orde gebracht; en in nog eens 16,3% omdat het parket andere prioriteiten had of onvoldoende speurders om de zaak uit te spitten.
- En nog eens in 6,9% van deze dossiers werd geseponeerd na een geslaagde herstelbemiddeling, waarbij onderhandeld was tussen dader en slachtoffer en de jongere dit slachtoffer had vergoed of een kleine gemeenschapsdienst had gepresteerd.
* In 2008 werd 24% van de misdrijven van minderjarigen die bij de parketten binnenliepen naar de jeugdrechter gestuurd, evenveel als in 2005.
* In 2008 werd in 8% van de gevallen een bemiddeling of een alternatieve aanpak toegepast door de parketten. Vooral dit laatste blijft verbazen. In 1,2% van de gevallen legden de parketten een vorming op aan de criminele minderjarige (meestal: verkeerslessen), terwijl dat wettelijk gezien eigenlijk niet meer mag.
* Opvallend zijn hier weer de grote verschillen tussen de gerechtelijke arrondissementen. De Waalse arrondissementen seponeren allen meer dan het nationaal gemiddelde. Met Hoei en Doornik bovenaan, waar 80% van de zaken zonder gevolg wordt gelaten. In Vlaanderen seponeert Gent het meest: net geen 80%.
* Het Antwerpse parket stuurt de meeste criminele boefjes naar de jeugdrechter: 32% van zij die gevat zijn, 15 per 1000 minderjarigen uit het hele gerechtelijk arrondissement. Dat laatste cijfer ligt twee keer zo hoog als in Gent en drie keer zo hoog als in Kortrijk. Kortrijk handelt een bijna een derde van zijn zaken door bemiddeling af en staat op dat vlak aan de top in België. In Antwerpen bedraagt de bemiddeling zo'n 10%.
De gesloten centra
Frank Mulier bracht een overzicht van de bevolking van de gemeenschapsinstellingen in Vlaanderen.
* Op 1 januari 2007 hadden die 246 plaatsen, waarvan 130 in gesloten centra. In 2008 kwamen daar 20 plaatsen bij, maar het aantal gesloten plaatsen bleef hetzelfde. In 2009 komen er nog 6 open plaatsen voor meisjes bij. Ook koopt men gronden aan in Wingene, waar op termijn 40 jongeren extra kunnen worden opgevangen.
De federale overheid geeft Vlaanderen dit jaar nog 34 extra gesloten plaatsen in de oude gevangenis van Tongeren. En op termijn komen er 126 plaatsen in Everberg (nu: 50).
* Deze plaatsen zitten bijna altijd vol voor zo'n 95,6%.
* De Vlaamse centra vingen in 2007 981 criminele minderjarigen op. Maar 61 zaten er al van voor 2007, de rest (920) "begon" in 2007.
* Maar in totaal telde Vlaanderen 2.847 moffen, die begeleid werden, in 2007. Die aantallen blijven grotendeels constant gedurende de voorbije vijf jaar.
* 86% van de moffen zijn jongens.
* 90% is tussen 15 en 19 jaar en die groep stijgt lichtjes. De verhoudingen tussen de leeftijd bleven de jongste vijf jaar gelijk.
* Liefst 34,9% van de geplaatste moffen (in gemeenschapsinstellingen en Everberg samen) kwam uit het gerechtelijk arrondissement Antwerpen. Op de tweede plaats staat Gent met 10%.
Als we het gerechtelijk arrondissement Brussel niet meerekenen, tekent Antwerpen zelfs voor 37,6% van alle geplaatste moffen.
* Gemiddeld werd voor 0,06% van alle Vlaamse jongeren tot 21 jaar een mof-maatregel genomen. In Antwerpen is dat percentage twee keer zo hoog: 0,13%. En ook Mechelen en Veurne scoren met 0,08% hoog.
* 84% van alle 2.847 moffen is Belg en dat geldt nog voor 79% van alle 920 moffen die in een gemeenschapsinstelling of Everberg werden geplaatst.
* 41% van alle 322 niet-Belgische moffen wordt in een gemeenschapsinstelling of in Everberg geplaatst. Het vergelijkbare cijfer is 30,4% van alle 2407 Belgische moffen, maar - zo verduidelijkte Mulier - daar zitten heel wat allochtonen onder. De rest zijn jongeren van wie de nationaliteit niet is bekend.
Everberg
Het NICC maakte ook de resultaten bekend van een onderzoek van de bevolking van de instelling van Everberg. Daar worden criminele minderjarige jongens van 14 tot 18 jaar voor maximum 2 maanden en vijf dagen geplaatst. Dat kan alleen als ze verdacht worden van een crimineel feit waarop 5 tot 10 jaar cel staat, de veiligheid van de samenleving ernstig bedreigen en als nergens anders in de gemeenschapsinstellingen plaats kan worden gevonden.
Ben Heylen trok een steekproef van 719 dossiers en hij ging bij hen na of de wet correct wordt toegepast. Het onderzoek is nog niet helemaal klaar, maar toch zijn er al enkele resultaten.
* In heel België worden gemiddeld 11,3 per 10.000 minderjarigen (tussen 14 en 18 jaar) in Everberg geplaatst. In Brussel bedraagt dat cijfer 32,4, in Antwerpen zelfs 47,2.
* In Vlaanderen worden de moffen in Everberg geplaatst om dezelfde redenen als ze in een gesloten instelling van de gemeenschappen zouden worden geplaatst. Maar in Wallonië verschilt de mof die in Everberg wordt geplaatst beduidend van de mof die in een Franstalige gemeenschapsinstelling wordt gestopt. Vlaanderen past de wet dus meer toe zoals ze is bedoeld.
* In Vlaanderen stijgt de kans om in Everberg terecht te komen - los van alle andere factoren - behoorlijk als de feiten in bende en met wapens zijn gepleegd. Ze daalt beduidend als je West-Europeaan bent en de feiten bekent.
Antwerpen is een buitenbeentje
Men denkt vaak dat het Antwerpse gerecht laks is tegenover criminele minderjarigen, maar - in vergelijking met andere gerechtelijke arrondissementen - is dat niet waar.
* We zagen het al. Het Antwerpse parket stuurt in België de meeste criminele boefjes naar de jeugdrechter: 15 per 1000 minderjarigen. De Antwerpse jeugdrechters plaatsen twee keer zoveel criminele minderjarigen in gesloten centra dan alle andere Vlaamse jeugdrechters. En Antwerpen plaatst zelfs bijna vijf keer zoveel criminele minderjarigen in Everberg dan het nationale, Belgische, gemiddelde.
De reden van deze aparte Antwerpse situatie is niet gekend: registreert men elders anders, is de Antwerpse misdaad veel erger, is het Antwerpse gerecht repressiever? Er kwam geen antwoord op.
Uit een studie van Corinne Scoyer van de Antwerpse politie bleek wel een en ander.
De jeugdcriminaliteit in de stad Antwerpen wijkt af van het nationaal profiel. Scoyer onderzocht alleen bepaalde misdrijven, die voor de Antwerpse politie prioritair zijn.
Tussen 2000 en einde 2007 daalde de gemiddelde leeftijd in de stedelijke criminaliteit wél (in tegenstelling tot nationaal) voor diefstallen met geweld en steeg het aandeel van de minderjarigen bij deze misdrijven (in tegenstelling tot het nationale niveau).
Bij de handtasdiefstallen vormden de minderjarigen zelfs bijna 58% van de gevatte daders en 22% was amper 13 jaar. Bij diefstallen met geweld stelde de politie in die periode 30% meer minderjarigen vast, voornamelijk 14-jarigen. En bij de diefstallen met wapens (jongens met messen) bedroeg het aandeel van de minderjarigen 44%.
Scoyer stelde in haar studie ook vast dat het aantal Oost-Europeaanse jeugdcriminelen, voornamelijk uit voormalig Joegoslavië, enorm toenam. Ze zijn doorgaans jonger en hun criminaliteit is gewelddadiger.
(Een andere studie over het geweld op Antwerpse scholen vindt u 'Een op de drie scholieren pleegt geweld'. Ze kwam op de tweedaagse echter niet aan bod, nvdr)
2. WELKE BESLUITEN?
Johan Put formuleerde een reeks besluiten die hij trok uit het congres. Hoewel hij officieel verslaggever was, zijn het nog niet de volledige besluiten, want hij heeft niet alle groepen kunnen volgen en alle resultaten kunnen verwerken.
* Hij stelde vast dat een reeks gemeenten geen gemeentelijke administratieve sancties voor minderjarigen willen uitwerken. "De GAS-regels staan haaks op de wet op de jeugdbescherming. Die laatste wet vertrekt vanuit het leven van de minderjarige, plaatst het feit daarin en zoekt naar opvoedkundige oplossing. De GAS-wet is een korte reactie op een feit. En de GAS-regels worden overal verschillend toegepast. Men zou ze beter afschaffen", zo zei Put, maar anderen pleitten voor een verfijning van de wet en een beperking van het gebruik.
* Er zijn te weinig mogelijkheden om minderjarigen met psychiatrische problemen op te vangen. Men stuurt ze nog te vaak van het kastje naar de muur. Er is geen geïntegreerd beleid.
* De parketten blijven verkeerslessen opleggen voor jongeren onder de 16 jaar, hoewel dat verboden is. Ofwel moet de wet worden aangepast, ofwel de praktijk.
* Bevoegdheidsgeschillen tussen de federale en gemeenschapsoverheden kwamen heel weinig aan bod. We hoorden weinig of niets over de wachtlijsten om minderjarigen te plaatsen.
* Het internationaalrechtelijk kader (het kinderrechtenverdrag) werd niet belicht.
* Put pleitte voor de creatie van een Nationaal Studiecentrum voor de Jeugddelinquentie. Dat zou onderzoek en alle statistieken die nu versnipperd zitten, moeten coördineren.
* De ouderstage wordt beter afgeschaft. Bij de ouderstage moeten ouders die hun kinderen drastisch hebben verwaarloosd een stage van 30 uren volgen, waarbij ze in groep over opvoedingsproblemen praten.
Tot nu toe waren er alleen in Franstalig België 44 stages, waarvan er 29 beëindigd zijn. "De ouderstage wordt bijna niet toegepast, ze is heel duur en levert niets op", zo zegde Put.
Terzake had de voorzitster van de Vlaamse Unie van Jeugdmagistraten gezegd dat de Vlaamse jeugdrechters die sanctie niet toepassen. "Ze stigmatiseert ouders met wie je later nog moet samenwerken en daar doen wij niet aan mee".
En Put besloot: "Men zou het geld beter aan de Gemeenschappen geven, zodat die het voor nuttige projecten in deze sector kunnen gebruiken".
* Er werden geen oplossingen voorgesteld voor de veelplegers en de jongeren die zware criminele feiten plegen.
* In ieder geval vonden de congresgangers dat er te veel extra plaatsen komen in gesloten centra zoals Mol en Everberg. Als dat anders schijnt, dan komt dit omdat nu te veel minderjarigen in gesloten centra zitten die daar eigenlijk helemaal niet thuishoren. "Haal die mensen eruit en je hebt plaats genoeg", zo luidde het.
Put hekelde namens de congresgangers de geheime besluitvorming achter de schermen, zonder publiek debat, zonder debat met de mensen uit de praktijk. Zo hoort besluitvorming volgens hen niet te zijn.
Put's collega Thierry Moreau, professor aan de UCL, besloot verder dat het congres heeft uitgewezen dat er nog geen kwaliteitsstatistieken zijn, maar dat de jeugdcriminaliteit de jongste 40 jaar niet stijgt, niet zwaarder wordt en de daders niet jonger. Hij vond dat "wij te weinig tolerant zijn voor het gedrag van minderjarigen, we moeten ze niet verantwoordelijk maken voor hun gedrag".
Maar aan de andere kant vond hij wel dat er te weinig personeel is in de jeugdbeschermingssector en er zijn ook te weinig middelen. Die zouden moeten worden gebruikt om met de criminele jongeren te dialogeren over hun problemen. "Er moet meer tijd gestoken kunnen worden in individuele gesprekken".
Het werd als een grote lacune ervaren dat de criminele jongeren op de studiedagen zelf niet werden gehoord over hun situatie.
Moreau noemde het verontrustend dat allochtone jongeren - los van alle andere factoren - meer kans maken om in Everberg terecht te komen, "terwijl het toch niet kan dat onze jeugdrechters racistisch zijn". Hij pleitte voor een betere opleiding terzake.
Tijdens het slotdebat vroegen meerdere sprekers zich af of we wel van een "jeugdelinquent" mogen spreken. "Want zo stigmatiseer je een persoon, je kleeft hem vast op dat ene feit dat hij gepleegd heeft, terwijl hij veel meer is dan dat", zo luidde het.
Lees verder de bedenkingen:
Bedenkingen bij de studiedag
En lees ook:
Honderd extra gesloten plaatsen voor criminele boefjes
Carina Van Cauter: "Minderjarige veelplegers straffen als volwassenen"
Vreysen: "Geen leeftijdsgrens voor jeugdcriminelen meer"
Uithandengeving doet Wallonië en Vlaanderen botsen
Sp.a wil maximaal zes jaar cel voor criminele minderjarigen
Jeugdrechter kan nu toch straffen
Galerij