Het justitie- en veiligheidsbeleid van de voorbije drie jaar
04/06/'10
4 JUNI 2010 - Erg indrukwekkend zijn de resultaten op het vlak van justitie en veiligheid van de voorbije regering niet. Tot de positieve punten behoren: 671 extra-gevangeniscellen, de wet op de bijzondere methodes voor de inlichtingendiensten, een volledig nieuw sociaal strafwetboek, een nieuwe kansspelwet. Negatief vallen op: weinig vooruitgang bij de hervorming van het gerecht en bij de informatisering ervan, geen initiatieven tegen vrijlatingen om procedureredenen, geen herziening van de jeugdbeschermingswet. Een voorlopige evaluatie.
Een evaluatie van het justitie- en veiligheidsbeleid van de voorbije drie jaar kan geen kritiek zijn van het persoonlijk falen van een of andere minister. De regering is een collegiaal orgaan en iedere minister is mee verantwoordelijk.
We moeten bij deze evaluatie rekening houden met het feit dat België de voorbije drie jaar, drie verschillende regeringen had met twee verschillende ministers van Justitie en drie verschillende ministers van Binnenlandse Zaken. Sommigen waren echt niet voorbereid op hun nieuwe taak. Stefaan De Clerck had helemaal niet verwacht om nog ooit minister te worden, maar na de Fortisaffaire moest hij plots invallen. Dit gemis aan continuïteit is uiteraard een handicap voor de beleidsmakers
Op Justitie en Binnenlandse Zaken waren de ministers gedurende het grootste deel van de legislatuur geen vicepremier. Zij zaten dus niet in het kernkabinet en daardoor misten ze de macht om hun visie door te drukken. Sommige projecten werden op het kernkabinet stelselmatig vertraagd door onenigheid tussen de partijen.
In de justitiesector is het vaak zo dat projecten worden opgestart, die pas vele jaren later door een andere minister definitief worden gerealiseerd. Dat was ook tijdens deze legislatuur zo.
Het is ook belangrijk te vermelden dat de minister van Justitie traditioneel wel politiek verantwoordelijk is, maar toch zelf niets aan de magistratuur te zeggen heeft. Bij alle andere ministeries is de minister gewoon de baas van de ambtenaren die hij onder zich heeft.
Uiteindelijk zijn ook de parlementsleden mee verantwoordelijk voor het gevoerde beleid, want zij moeten de ontwerpen goedkeuren en kunnen zelf voorstellen indienen. Tijdens de voorbije legislatuur viel op het parlement wel een en ander aan te merken. Zo zijn de aanwezigheid in de commissievergaderingen én de werklust van de parlementsleden, op enkele uitzonderingen na, beduidend verminderd in vergelijking met vroeger.
Daarbij komt dat deze parlementaire meerderheid en in mindere mate de regering zelf op verschillende momenten niet als een meerderheid optrad, maar dat de meerderheidspartijen elkaar soms openlijk tegenwerkten.
Voorts is zowel in het parlement als in de regering een generatie politici opgestaan die erg veel belang hecht aan optredens op de televisie. De neiging om van het ene optreden (naar aanleiding van een incident) naar het andere optreden te huppelen, groeit dus. En dat komt een gedegen beleid niet ten goede.
En tenslotte: omdat de legislatuur voortijdig afbrak, kunnen we natuurlijk niet weten wat nog gerealiseerd zou worden.
Al deze relativeringen nemen echter niet weg dat de balans van de voorbije regering op het vlak van justitie en veiligheid eerder pover is. Nogal wat realisaties van de regering zijn voortzettingen van beleidsintenties of zelfs van ontwerpen die onder vorige legislaturen gestart zijn of die door individuele parlementsleden werden doorgevoerd. Het leek er soms op dat de verantwoordelijke ministers niet veel meer deden dat "de boel zo goed mogelijk beheren". Omdat de veiligheidssituatie echter verslechterde, sukkelden vooral de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken van het ene incident in het andere. Dat belette de ontwikkeling van een systematisch beleid op deelgebieden die minder mediatiek waren (zoals bv. de informatisering van het gerecht).
In dit stuk gaan we in op de belangrijkste realisaties of mislukkingen van de voorbije regering. We behandelen achtereenvolgens: de strafuitvoering; de jeugdbescherming; de hervorming van het gerecht; de vrijlatingen door procedurefouten; de justitiële strijd tegen de fiscale fraude; het politiebeleid. Daarna gaan we in op een hele reeks kleinere hervormingen in verschillende domeinen en op de initiatieven van het parlement zelf.
1. STRAFUITVOERING
* Het speerpunt van het regeerakkoord was de strafuitvoering. En dan vooral het bijbouwen van extra cellen. Einde 2007 zaten 9.707 gevangenen in 8.358 cellen. Er was overbevolking en tegelijkertijd werden de straffen onder de drie jaar nog nauwelijks uitgevoerd, wegens geen plaats in de bajes.
CD&V had in de aanloop naar de verkiezingen van 2007 beloofd dat er de eerste twee jaar van de legislatuur in België zelf 1.500 cellen zouden bijkomen. Die zouden er na twee jaar staan. De eerste regering-Leterme beloofde tegen het einde van de legislatuur (juni 2011) dan weer 2.522 cellen extra. Op 31 mei 2010 zaten 10.555 volwassen gedetineerden in 9.029 cellen. Vijfhonderd van hen zaten in de (gehuurde) Nederlandse gevangenis van Tilburg.
In drie jaar tijd kwamen er dus 671 cellen bij, met inbegrip van Tilburg. Dat is veel minder dan wat beloofd was, maar het is zeker niet niks.
Het project van Tilburg is ongetwijfeld een groot succes voor minister De Clerck. Hij kon het ondanks allerlei tegenstand van mopperende gedetineerden, rechtszaken tegen de transfers en juridische moeilijkheden, vrij snel afronden.
* Maar de geplande nieuwbouw in België zelf, die tegen het einde van de legislatuur gerealiseerd moest zijn, liep dermate vertraging op dat momenteel nog maar één bouwvergunning is afgeleverd, nl. voor de interneringsinstelling in Gent. En volgens de vorige, paarse regering had deze interneringsinstelling al in juni 2009 moeten opengaan.
Deze kolossale vertraging is aan allerlei factoren te wijten. Een aantal bouwprojecten liep vertraging op door tegenslag (de onstabiele of vergiftigde ondergrond van bepaalde sites zoals in Sambreville en in Puurs, de jeugdgevangenis van Florennes moest om die reden helemaal afgeblazen worden), andere door tegenwerking van de lokale schepencolleges of bevolkingen (de Antwerpse projecten en de nieuwbouw in Dendermonde), nog andere door blunders van de Regie der Gebouwen (de fouten bij de bouwvergunning voor de interneringsinstelling in Gent), die niet onder Justitie valt.
* Het plan om bij Justitie zelf een eigen gebouwendienst op te richten werd niet gerealiseerd, maar er is nu wel een gestructureerd overleg tussen Justitie en de Regie der Gebouwen.
* Inzake gevangenissen is nog belangrijk om te vermelden dat de wet-Dupont, die gevangenen rechten geeft, op een aantal cruciale punten werd herzien.
* De beloofde verplichte minimale dienstverlening bij stakingen van de cipiers, die door beide veiligheidsministers werd bepleit, kwam er niet. Ze stuitte op een veto van de "vakbondsministers" in de regering.
* Justitieminister De Clerck breidde wel het elektronisch toezicht uit tot nu ruim 1.000 personen. Hij realiseerde daarmee een belofte die al door zijn voorgangers Laurette Onkelinx (PS) en Marc Verwilgen (Open Vld) was gedaan. Hij kocht ook veel betere enkelbanden aan zodat de toekomst zeker meer mogelijkheden biedt. De belofte uit het regeerakkoord om het elektronisch toezicht ook als autonome straf en als alternatief voor de voorlopige hechtenis in te voeren, werd opgeborgen na een negatieve studie hierover van het Nationaal Instituut voor de Criminalistiek en de Criminologie.
* Aan de niet-uitvoering van korte straffen onder de drie jaar veranderde voorlopig niets onder deze regering, hoewel minister De Clerck bijna een rondzendbrief voor de parketten klaar had om aan iedere straf een gevolg te geven, ook als die heel kort is. Maar die circulaire kwam er dus niet. De wet op de strafuitvoeringsrechtbanken, die deuitvoering van die korte straffen onder de strafuitvoeringsrechtbanken moest brengen, werd uitgesteld.
* Ook het beloofde incassobureau bij Justitie om de boetes zelf te innen, kwam er niet.
2. JEUGDBESCHERMING
Telkens opnieuw onstonden incidenten als criminele minderjarigen door de jeugdrechter werden vrijgelaten omdat er geen plaats voor hen was in de gesloten instellingen van de gemeenschappen of van Everberg. Telkens opnieuw ontstond er herrie omdat minderjarigen niet gestraft kunnen worden.
Ondertussen blijkt dat al ruim een derde van de gevatte inbrekers minderjarig is en een vierde van de gevatte autodieven is dat. Minderjarigen schoten met kalasjnikov's op de politie en de rondtrekkende daderbendes schakelen nu al achtjarigen in voor zakkenrollerij. Tussen 2000 en 2007 vormden de minderjarigen met 58% de overgrote meerderheid bij de handtasdieven in Antwerpen en 22% was amper 13 jaar. Bij diefstallen met geweld in Antwerpen stelde de politie in die periode 30% meer minderjarigen vast, voornamelijk 14-jarigen. En bij de diefstallen met wapens (jongens met messen) bedroeg het aandeel van de minderjarigen in Antwerpen 44%. Het probleem was bekend.
De regering opende twee nieuwe instellingen voor criminele minderjarigen: in de oude gevangenis van Tongeren (34 plaatsen als alles af zal zijn, momenteel: 17) en in de gevangenis van Saint-Hubert (37 plaatsen als alles af zal zijn, momenteel: 28). De gemeenschappen en dan vooral de Vlaamse bouwden het aantal plaatsen in de gesloten instellingen verder uit. Momenteel heb je er 154 in Vlaanderen (begin 2008: 106) en 97 in Wallonië (begin 2008: 86).
De federale regering organiseerde een grote staten-generaal over de hervorming van de jeugdbescherming, maar op de cruciale vragen die door toenmalig Justitieminister Vandeurzen gesteld waren, leverde die geen antwoord. En met de resultaten van die staten-generaal is tot op heden niets gedaan.
Ondanks vragen vanuit zijn eigen partij, meer bepaald van Raf Terwingen en Johan Sauwens, wilde De Clerck de wet op de jeugdbescherming niét herzien. Deze wet dateert nochtans van 1965, toen het Gezag nog pal overeind stond en Oom agent en Mijnheer Pastoor nog alles voor het zeggen hadden. De samenleving was nog monocultureel en de criminaliteit in vergelijking met nu veel minder gewelddadig. Ondertussen passen honderden jeugdwerkers deze wet, met haar westers psychologisch model, vol goede bedoelingen maar feitelijk op een "racistische" wijze toe op criminele jongeren uit totaal andere culturen.
Kortom: de jeugdbeschermingswet werkt niet meer, iedereen weet het, maar de regering deed er niets aan.
3. HERVORMING VAN HET GERECHT
* De Clerck wilde net als zijn voorgangster Laurette Onkelinx het aantal gerechtelijke arrondissementen van 27 op 16 brengen. Onkelinx was over deze hervorming, toen Themis genoemd, al gestruikeld.
De Clerck nam Onkelinx' plan over, wijzigde iets aan de nieuwe indeling van de gerechtelijke arrondissementen in West-Vlaanderen en voegde een heleboel dingen toe: de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, de decentralisering van de Raad van State naar de rechtbanken van eerste aanleg, een nieuw tuchtstatuut voor de magistratuur, de eenheidsrechtbank met daarin ook de arbeidsrechtbanken én de vredegerechten…
Om de zaken te laten vooruitgaan richtte De Clerck de Atomiumwerkgroep op, samen met sommige oppositiepartijen (N-VA, Groen! en sp.a). Zo zou een akkoord onmiddellijk gedragen kunnen worden door een tweederdemeerderheid, wat herziening van de grondwet mogelijk maakte.
Maar onder druk van allerlei lobby's, van de Franstalige partijen (en ook van de PS, terwijl het plan nochtans terugging op dat van PS-minister Onkelinx) werd de hervorming op cruciale punten teruggeschroefd en uiteindelijk werd niets gerealiseerd, zelfs niet het nieuwe tuchtstatuut voor de magistraten. Er kwam wel een minimaal akkoord uit de bus tussen de meerderheidspartijen, maar door de val van de regering werd ook dat niet gerealiseerd.
Ondertussen werd het gerecht wel in beperkte mate hervormd door…de magistratuur zelf. De parketten kwamen met het voorstel om één parket per provincie op te richten en ontwikkelden in voorbereiding daarvan al 68 samenwerkingsverbanden tussen bestaande arrondissementen.
* Ook aangekondigde oprichting van een familierechtbank kwam er niet. Er liggen al jaren meerdere voorstellen ter tafel, maar de bevoegde staatssecretaris, Melchior Wathelet (cdH), slaagde er niet in om een keuze te maken. Wel keurde het parlement een wet goed om familiezaken achter gesloten deuren te behandelen, zoals in het regeerakkoord stond.
* Het assisenhof werd wel hervormd, maar daarbij werd kostbare tijd verloren en de berg bleek uiteindelijk maar een kleine muis te baren.
België werd door het arrest-Taxquet van 13 januari 2009 verplicht om zijn wetgeving op het assisenhof te wijzigen. Meer bepaald moet de jury motiveren waarom hij iemand schuldig of onschuldig verklaart. Tot aan het arrest moest dit niet.
Volksvertegenwoordiger Renaat Landuyt (sp.a) diende onmiddellijk na het arrest een wetsvoorstel in om dit via een noodwet te regelen. De Clerck wilde dat niet doen. Hij wilde het hele assisenhof hervormen. Zes maanden later was het zover. Maar de hervorming was amper meer dan wat Landuyt in zijn noodwet had voorgesteld. Van de vele voorstellen die al jarenlang in de Senaat ter bespreking lagen was niet veel in huis gekomen. Ondertussen waren wel minstens 6 assisenarresten door Cassatie verbroken. Deze dure procedures moesten worden overgedaan. Onder hen de zaak-Habran.
* De informatisering van het gerecht bleef sputteren. Na Phenix kam Cheops, maar eigenlijk gebeurde er maar weinig op dit vlak, alleen de vredegerechten en politierechtbanken zouden tegen einde dit jaar geïnformatiseerd zijn.
4. PROCEDURES EN NIETIGHEDEN
A. PROCEDUREFOUTEN
Justitie kwam de voorbije legislatuur vaak in het nieuws door vrijlatingen door procedurefouten. Denken we slechts aan de vrijlating van cannabisboer Lagrou uit Zandvoorde, waar een misdrijf (cannabiskweek) werd onderzocht dat niet in het huiszoekingsbevel van de onderzoeksrechter van 4 juni 2009 stond. Of aan de zaak-Iassir, één van de moordenaars van de politie-agente Kitty Van Nieuwenhuyzen, die op 16 december 2008 ei zo na werd vrijgelaten omdat een noodzakelijk document niet werd doorgegeven. Later bleek corrupte cipier de oorzaak te zijn. Recent nog kwamen in Brussel drie wapenhandelaars vrij omdat het dossier niet tijdig ter beschikking was van de advocaten van de verdachten. En dan is er nog de Gentse Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI), die begin 2008 een reeks zware boeven liet gaan nadat ze de BOM-wet (wet op de bijzondere opsporingsmethoden) helemaal anders interpreteerde dan alle andere KI's.
Voor dit laatste geval werd een noodwet gemaakt door senator Hugo Vandenberghe (CD&V). Maar verder gebeurde er niets op het domein van procedurefouten en nietigheden. Met het wetsvoorstel tot herziening van de hele strafprocedure (de Grote Franchimont), dat vaste regels oplegde voor wat moest gebeuren na procedurefouten, werd niets gedaan. De Senaat had er onder impuls van Hugo Vandenberghe tijdens de vorige (paarse) legislatuur anderhalf jaar over gediscussieerd en had het voorstel goedgekeurd. Maar de Kamer volgde niet, omdat ze mede onder impuls van Tony Van Parys, vreesde dat de nieuwe procedure tot te veel vrijlatingen zou leiden. Tijdens de voorbije legislatuur gebeurde er terzake niets.
B. SALDUZ
Een ander punt waarbij de regering verstek gaf was het Salduz-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Door dit arrest 27 november 2008 moeten de lidstaten van de Raad van Europa toestaan dat een advocaat aanwezig is vanaf het eerste verhoor door de politie van een verdachte. Het arrest werd ondertussen al in meer dan vijftig andere zaken bevestigd.
Twee jaar lang deden justitie én binnenlandse zaken niets met dit arrest. Ondertussen zijn ook in België de eerste vrijlatingen van verdachten en verbrekingen van arresten door Cassatie gebeurd. Het blijft nog beperkt, maar erg vooruitziend was het beleid niet. Omdat er geen wettelijke regeling is, probeert het College van procureurs-generaal een en ander te regelen per circulaire.
5. FISCALE FRAUDE
Op het vlak van de strijd tegen de fiscale fraude gebeurde er niet al te veel op het justitiële vlak. Er kwam in 2008 een plan voor de strijd tegen de georganiseerde fiscale en sociale fraude. Daarin stonden op justitieel vlak een aantal verregaande punten (minnelijke schikking realiseren in alle fasen van het geding; verdubbeling van de straffen voor georganiseerde fiscale fraudes met een grensoverschrijdend karakter; een strafregister voor rechtspersonen; ...), maar die werden niet gerealiseerd, hoewel sommige voorstellen in voorbereiding zijn.
Er kwam ook een parlementaire onderzoekscommissie georganiseerde fiscale fraude en die schreef 108 aanbevelingen neer, maar daarvan zijn er nog maar acht gerealiseerd en geen enkele bij justitie.
Weliswaar koppelde staatssecretaris Carl Devlies databanken aan elkaar om zo de strijd tegen de fraude te verhevigen, maar die fraude blijft torenhoog. Hij wordt nog altijd geschat op minstens 30 miljard euro per jaar. Het chaotisch beheer van de minister van Financiën is niet vreemd aan de mislukking van de strijd tegen de fiscale fraude.
Uiteindelijk werden de twee sectoren waar de fiscale fraude bij vastgestelde controles veruit het hoogst was, door de regering zelfs beloond met een BTW-verlaging: de horeca (BTW van 21 naar 12%, minimalistische kostprijs 225 miljoen euro per jaar; daar staat geen enkele prijsverlaging voor de klant tegenover, maar wel een "afspraak" dat de fraude via een nieuw kasregister "onmogelijk" zal worden) en de bouw (tijdelijk 6%) per jaar.
6. POLITIEBELEID
De politie kon rekenen op extra manschappen en dat was, vooral bij de federale politie, ook wel echt nodig. Verder beperkte het beleid zich echter grotendeels tot het herhalen van de mantra dat "de politiehervorming geslaagd is" en tot het inwilligen van de eisen van de politiebonden.
Zo kwam er een slecht gestructureerde wet op de strafverzwaring voor geweld tegen de politie. De administratieve taken van de politie werden op bepaalde punten verlicht (bv. bij de begeleiding van uitzonderlijk vervoer en bij het betekenen van strafvonnissen). Er was de nogal verspilzieke beslissing om iedere kandidaat-politieman een kogelvrije vest te geven, alsof dat in kleinere gemeentes voor iedereen nodig is. En er kwamen enkele financieel voordelige regelingen bij voor de "rode loper"-commissarissen en ook voor andere personeelsleden.
Met de evaluatie van de politiehervorming door de Federale Politieraad werd voorlopig niets gedaan en ook de KUL-norm, die de federale steun aan de politie verdeeld, is nog niet herzien.
Aan de verslechterende veiligheidssituatie in Brussel werd structureel weinig gedaan: het beleid beperkte zich tot het ter beschikking stellen van extra politie-inspecteurs voor een nultolerantie, maar hoe goed die werkt kunnen we nog niet weten, want de huidige cijfers hebben slechts betrekking op 7,8% van alle criminele feiten in Brussel.
Vele aanbevelingen van het Comité P bleven onuitgevoerd, zoals kamerlid Ludwig Vandenhove (sp.a) terecht heeft aangeklaagd.
7. EN VERDER
* Er kwam een wet die de bijzondere opsporingsmethoden voor de inlichtingendiensten regelde. Hierbij kon de regering putten uit een oud ontwerp van voormalig Justitieminister Laurette Onkelinx (PS), maar in de Senaat spijkerde Hugo Vandenberghe (CD&V) dat grondig bij. De wet werd bijna 20 jaar na het eerste initiatief van toenmalig Kamerlid Hugo Coveliers (toen: Volksunie) gerealiseerd.
* Er kwam ook een volledig nieuwe nieuwe kansspelwet. Die regelt het internetgokken, brengt de paardenwedrennen onder de kansspelwet en maakt bestraffing van spelers van illegale spelen mogelijk. De tekst kwam tot stand onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Carl Devlies, maar hij gaat nog terug naar een voorstel van oud-justitieminister Onkelinx. Dat evenwel grondig werd geamendeerd door de huidige regering en ook door het parlement gejaagd.
* Daarnaast kwam er een volledig nieuw sociaal strafwetboek om het zwart werk e.d. aan te pakken. Ook dit ontwerp gaat terug op voormalig justitieminister Laurette Onkelinx, maar het is grondig geamendeerd door deze regering én ook goedgekeurd geraakt.
* Daarnaast werd de wapenwet versoepeld, waardoor de controle op wapenvergunningen beduidend werd verminderd. Of dit zo'n goede zaak is is een andere vraag.
* En ook de faillissementswet werd vervangen door de wet op de continuïteit van bedrijven. Een belangrijk succes voor Stefaan De Clerck, die hierdoor meer zuurstof aan noodlijdende bedrijven wilde geven. Maar volgens deskundige critici, zoals Ruud Jansen (Goederenrecht, Universiteit Antwerpen) bevordert deze wet de fraude in ernstige mate.
* Illegale slachtoffers van een misdrijf en ouders van een minderjarig slachtoffer van een misdrijf kunnen nu ook (makkelijker) geld krijgen van het slachtofferfonds. Maar de aangekondigde regeling voor slachtoffers van grote rampen zoals Gellingen bleef uit, er kwam zelfs geen wetsvoorstel omdat drie bevoegde ministers het oneens bleven over de manier waarop dit soort rampen moest worden afgehandeld: via objectieve aansprakelijkheid (Justitie), via ad hoc-fondsen (Financiën) of via een collectief vorderingsrecht (Consumentenbescherming).
* De door CD&V zo bepleite verstrenging van de snel-Belgwet en van de strijd tegen de schijnhuwelijken kwam er niet.
* Nogal wat kleinere hervormingen werden gerealiseerd omdat ze "en bloc" werden doorgevoerd via mozaïek- en programmawetten, die steeds meer dienen om gaten in eerdere wetten te dichten. Denken we slechts aan de herziening van: het statuut van de deskundige; het slachtofferfonds; de adoptiewet; de onterechte voorlopige hechtenis; de opschorting bij de raadkamer; de bevoegdheid van de politierechtbanken voor treinongevallen; inbeslagname van illegaal verworven gelden...en enkele andere kleinere zaken.
Mozaïek- en programmawetten worden nochtans al vele jaren becritiseerd omdat ze te veel dingen op één hoop gooien en aan elkaar koppelen, waardoor een ernstig debat bemoeilijkt wordt. Maar toch wordt er steeds meer gebruik van gemaakt. En het parlement slikt dat.
8. HET PARLEMENT
Op initiatief van het parlement werd de appartementswet uit 1994 herzien en kwam er een regeling voor een meer objectieve berekening van onderhoudsgelden bij echtscheiding.
Maar wie de parlementaire commissies volgde, moest ook daar vaststellen dat de werklust van de parlementsleden beduidend gedaald is in vergelijking met vorige legislaturen. Parlementsleden komen nog maar zelden op tijd, vaak is de meerderheid niet in aantal om een wetsontwerp te kunnen behandelen en dat terwijl er nu veel minder vergaderd wordt dan onder de vorige regeringen. De Senaatscommissie Justitie scoort op deze vlakken beter dan de Kamercommissie, die nochtans meer verantwoordelijkheden draagt.
Geen wonder dat nogal wat opgestarte parlementaire initiatieven halverwege de behandeling gestopt zijn. Denken we slechts aan de wetsvoorstellen over: de optrekking van de verjaringstermijn voor pedofilie; het discreet bevallen; de overhangende tak; de aansprakelijkheid van burgemeesters voor verkeersongevallen op hun grondgebied; de diamantwet; de herziening van de terrorismewetgeving; de Gellingenwet… Nochtans werden over meerdere van deze thema's hoorzittingen gehouden met deskundigen en verantwoordelijjken die in dit onderwerp kostbare tijd hadden gestoken, terwijl dan slechts twee of drie kamerleden opdaagden.
Het ziet er naar uit dat het komende parlement, dat na ongrondwettige verkiezingen tot stand gekomen zal zijn, eerst en vooral zichzelf moet herwaarderen. En dan vooral als wetgever, want parlementaire vragen worden er genoeg gesteld. Op dit gebied moet overigens worden vastgesteld dat de kwaliteit van de antwoorden, zeker bij vragen om cijfers, is gedaald in vergelijking met vroeger.
**************************************
Het volledige regeerakkoord vindt U in dit artikel:
Het regeerakkoord van Leterme-I