Acht op de tien migranten voelen zich aanvaard
22/01/'10
22 JANUARI 2010 - Acht op de tien migranten voelen zich aanvaard in België. Maar toch ervaren 6 op de 10 vooroordelen vanwege Belgen. Het meest gediscrimineerd voelen zich (in volgorde): zwarte Afrikanen, Magrebijnen, Turken, Oost-Europeanen. De migranten denken dat de Belgen hen "sympathiek, open en werkers" vinden, maar toch ook "luidruchtig en vrij agressief". Antwerpenaars klagen het meest over bevooroordeelde Belgen en twintig procent van de Antwerpse migranten gelooft niet in de multiculturele samenleving, dubbel zoveel als het nationaal gemiddelde. Dat zijn enkele conclusies uit een nieuw onderzoek in opdracht van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding dat deze week werd vorgesteld.
Het onderzoek werd in oktober en november 2009 uitgevoerd door het IRB (Independent Research Bureau) bij een steekproef van 1.005 migranten (Turken, Magrebijnen, zwarte Afrikanen, Oost-Europeanen) in Brussel (550), Antwerpen (355) en Charleroi (100). Het gebeurde door middel van persoonlijke gesprekken met de enquêteurs, die een vragenlijst voorlegden. Het is nog niet af. Maar toch stelde minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet (cdH) deze week al een aantal resultaten voor.
WAT ZEGT DE STUDIE?
* 79% van de migranten voelt zich in België aanvaard. De Oost-Europeanen bijten de spits af: 45% voelt zich volledig aanvaard. Volgens de onderzoekers komt dat omdat ze minder te herkennen zijn aan hun uiterlijk en huidskleur én omdat het christenen zijn. Bij de Magrebijnen voelt slechts 32% zich volledig aanvaard, het laagste percentage van alle groepen.
Jongeren uit de derde generatie voelen zich beter aanvaard. Slechts 3% voelt zich "absoluut niet aanvaard". Bij de Magrebijnen is dit 5%.
* Isoleren migranten zich? Slechts 14% zegt alleen maar om te gaan met hun eigen volk. De Afrikanen zijn het meest open, de Turken het minst.
Zeven op de tien migranten zegt Belgische buren te hebben. Magrebijnen en Turken leven veel meer onder hun eigen volk dan alle andere groepen. Minder dan de helft van de Afrikanen en Oost-Europeanen hebben buren van hun eigen origine. Bij Turken is dat percentage twee derde, bij Magrebijnen drie vierde.
Een vierde van de migranten met Belgische buren, beschouwt die buren als vrienden. De relaties met de buren van een andere ethnische origine zijn eerder beleefd.
* Een op de drie Magrebijnen en Afrikanen en een op de vier Turken zeggen dat Belgen in de metro of op de stoep van plaats veranderen als ze hen zien.
* Een op de twee Turken en Magrebijnen zou niet aanvaarden dat iemand in zijn gezin een Belg als partner of als vriend heeft.
* De twee belangrijkste domeinen waarop migranten zeggen dat ze gediscrimineerd worden zijn werk en woonst. Twee op de drie migranten zegt al benadeeld te zijn bij het zoeken naar werk. Dat loopt op tot 8 op de 10 bij Afrikanen. Maar toch denkt slechts 1 op de 3 migranten dat Belgen moeilijk aanvaarden dat ze carrière maken in hun onderneming. Vier op de tien Afrikanen zijn ontevreden over hun zoektocht naar een woning tegenover "maar" half zoveel Turken of Oost-Europeanen.
In de overige sectoren zijn de klachten geringer. Eén op de vier Magrebijnen en Afrikanen klagen over hoe de gemeente hen behandelt, veel meer dan Turken en Oost-Europeanen. Slechts 8% klaagt over negatieve contacten met horecapersoneel en slechts 2% klaagt over discriminatie bij de toegang tot sportzalen. Over deze laatste twee zaken is in de media nochtans de meeste drukte.
Ook de contacten op school, op het openbaar vervoer en die met gezondheidsdiensten of met collega's op het werk worden zelden als negatief ervaren.
* Zes op de tien migranten (58%) vinden dat ze zelf meer inspanningen zouden moeten doen om Belgen te leren kennen. Maar ongeveer evenveel menen dat ze nu al meer moeten presteren om dezelfde behandeling te krijgen als Belgen. 68% is trots om te kunnen bijdragen aan de Belgische economie door werk te doen dat de Belgen weigeren omdat het te vuil of te lastig is.
* 48% vindt dat hun situatie nu beter is dan vroeger. Vooral de Antwerpse migranten vinden dat hun situatie verbetert. Toch meent in heel België 17% van de migranten dat hun situatie de jongste jaren verslechterd is. Twee keer zoveel Magrebijnen (35%) vinden dat.
* Liefst 20% van de Magrebijnen - twee keer zoveel als de andere ethnische groepen - meent dat hun eigen groep nu slechter over Belgen denkt dan vroeger.
* Slechts 12% van de migranten ervaart het samenleven van meerdere culturen in de stad als negatief. Bij de Oost-Europeanen en de migranten van Antwerpen loopt dat cijfer op tot 20%, het dubbele dus. Voor Antwerpen ligt de oorzaak volgens de onderzoekers aan de invloed van het Vlaams Belang. Voor de Oost-Europeanen aan het feit dat ze in hun herkomstlanden niet gewoon zijn om met Afrikanen om te gaan.
Ook de vijftigplussers staan negatiever over de multiculturele samenleving.
* 61% van de migranten vindt dat de Belgen vooroordelen hebben over hen. Bij de Magrebijnen loopt dat percentage op tot 76%. De mensen die zeggen dat ze "vaak" geconfronteerd worden met vooroordelen van Belgen zijn: jongeren onder de dertig jaar, mensen uit lagere sociale klassen, oudere Magrebijnen, oudere Afrikanen en…Antwerpse migranten. In Antwerpen is de situatie erger dan in Brussel, zeggen de onderzoekers.
De redenen waarom migranten vooroordelen ervaren zijn hun uiterlijk en huidskleur en vervolgens hun religie (de hoofddoek).
In volgorde ervaren zwarte Afrikanen (van onder de Sahara), Magrebijnen, Turken en Oost-Europeanen de meeste discriminatie.
* 76% van de migranten zegt zelf nooit of zelden vooroordelen tegenover Belgen te hebben. Als ze toch vooroordelen hebben, dan komt dat als reactie op het gedrag van Belgen tegenover mensen van vreemde origine.
* De migranten denken dat de Belgen hen "sympathiek, open en werkers" vinden, maar toch ook "luidruchtig en vrij agressief". De migranten vinden de Belgen veel minder agressief en luidruchtig dan zichzelf.
* 57% vindt dat de media een fout beeld van hun migrantengroep ophangen. Bij de Oost-Europeanen vindt echter slechts de helft (29%) dat, bij de Marokkanen liefst 81%! Twee op de drie migranten vinden dat hun groep te weinig vertegenwoordigd is in de media.
BEDENKINGEN
1. De methodologie van dit onderzoek, dat amper 33 pagina's bedraagt, wordt te beknopt uitgelegd. Het aantal ondervraagden per groep lijkt wat klein om definitieve besluiten te trekken. Per ethnische groep werden telkens min of meer 125 mannen en 125 vrouwen bevraagd. Maar is de verdeling man-vrouw in die vier ethnische groepen dezelfde? Welke moeite hebben de onderzoekers gedaan om de maatschappelijke structuur van elk van de vier groepen (Turken, Maghrebijnen, Afrikanen, Oost-Europeanen) op het vlak van leeftijd, geslacht, maatschappelijke klasse, tewerkstelling, onderwijs, burgerlijke stand in de steekproef te weerspiegelen? Is dat wel gebeurd? We weten het niet. Het is nochtans niet onbelangrijk als je vragen stelt over ervaren discriminatie bij tewerkstelling of bij het binnenkomen van discotheken en dan achteraf verrast bent over sommige resultaten.
2. De studie kan erg nuttig zijn om te weten wat de groepen denken en ervaren. Maar ze veralgemeent nogal. Zo is het aardig te vernemen dat "de migranten" denken dat de Belgen vinden dat zij "werkers" zijn. Een raar idee in een land waar de werkloosheid van allochtonen volgens de Oeso 2,5 keer zo hoog is als die van autochtone Belgen. De lezer zou willen weten wélke migranten vinden dat de Belgen hen zien als "werkers" en waarom die migranten denken dat de Belgen hen zo zien. Maar dat wordt niet uitgelegd. De auteurs gaan er nogal losjes over heen.
Net zo schakelen de auteurs wat makkelijk over van "zeggen" op "zijn". Zo besluiten ze op basis van wat de 1.005 migranten zeggen over discriminaties die zij ondervinden, dat die discriminaties er ook zijn. Ze nemen bijna zonder problemen aan dat de ervaring van "de migranten" samenvalt met de realiteit. Dat is niet alleen naïef, het is ook sociaalwetenschappelijk onverantwoord.
3. En dan rijst de vraag naar het nut van dergelijke studies. Als dit soort onderzoeken in eerste instantie moet dienen om het gevoerde beleid te rechtvaardigen en geen eerlijke, uitgewerkte poging meer is om de sociale realiteit objectief in kaart te brengen, dan kunnen de sociale wetenschappers hun lier beter aan de wilgen hangen. Want dan leveren zij geen meerwaarde. Zij verworden dan tot beleidsideologen. Van onderzoeken over dergelijke belangrijke thema's als de relatie migranten-Belgen mag iets meer diepgang worden verwacht.
Lees ook:
Wie zijn de Belgische Marokkanen?
Hoe denken Belgen over etnische minderheden?
Het migratierapport voor 2008 van het CGKR
Wie zijn de Belgische illegalen?
18 december is de internationale dag van de migrant