Oudste hulpkas van ons land verdwijnt

Print
Oudste hulpkas van ons land verdwijnt

Bert Strobbe bij het HVKZ-bord op de Antwerpse Frankrijklei. Foto: Joris Herregods

Op 1 januari is de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden (HVKZ) officieel opgeheven. Daarmee is de oudste sociale zekerheidsinstelling van ons land verdwenen. Voor de drieduizend betrokkenen verandert er niets.

‘Nieuwe koers’, meldde de inmiddels verdwenen website van HVKZ vorige week. “De hulpkas is nu geïntegreerd in de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV)”, weet Bert Strobbe, de (laatste) leidend ambtenaar van HVKZ, gevestigd aan de Antwerpse Frank­rijk­lei. “Als zeer kleine organisatie – twintig personeelsleden – met een veelheid aan opdrachten had HVKZ niet de middelen om mee te stappen in de modernisering van de dienstverlening.”

Logische stap

Kapitein Marc Nuytemans, gewezen bestuurder van HVKZ, noemt de integratie “een logische stap, zelfs een verbetering”. Voor de zowat 1.300 in Europa residerende en onder Bel­gische vlag varende zeelieden en de zowat 1.700 gepensioneerden (en personen ten laste) verandert er niets aan hun rechten. Iedereen werd schriftelijk verwittigd.

HVKZ werd in 1845 door België in Antwerpen opgericht en was daarmee “de oudste sociale zekerheids­instelling van het land”, weet Bert Strobbe. België poogde toen een eigen koopvaardij uit te bouwen, maar het beroep van zeeman was toen écht gevaarlijk. Daarom kwam er een systeem van bijstand, gestijfd door de reders, de zeelui, maar ook door de staat. Tot eind 2017 werd HVKZ paritair beheerd door de reders én zeelui onder toezicht van Sociale Zaken en Werk. Het systeem werd almaar uitgebouwd en na de oorlog 1940-’45 – waarin een derde van de Belgische zeelieden omkwam – kwam daar ook het wachtgeld bij, een vorm van werkloosheidsgeld.

De loketten aan de Antwerpse Frankrijklei blijven wel verder geopend.