Kinderen turen te veel naar schermen

Oogartsen slaan noodkreet: “Epidemie aan slechtzienden op komst”

Print
Oogartsen slaan noodkreet: “Epidemie aan slechtzienden op komst”

Foto: SS

Oogartsen slaan een noodkreet. De komende jaren is een ware epidemie aan slechtzienden op komst, omdat kinderen te veel naar een scherm turen. Nu al is de helft van de Europese twintigers bijziend, en de volgende generatie belooft geen verbetering, integendeel. “Als we niet ingrijpen, kunnen de complicaties tot blindheid leiden.”

Kinderen die de letters op het bord niet kunnen lezen, gaan naar de oogarts en krijgen een bril. Zo gaat het al jaren. Maar vroeger waren het vooral kinderen die niet buiten kwamen omdat ze veel ­lazen. Nu komen ze niet buiten omdat ze te veel, te lang, en van te dichtbij naar een scherm turen. Meestal in slecht verlichte kamers.

Volgens recent Nederlands onderzoek is bijziendheid, ­officiële naam myopie, gevaarlijker dan aanvankelijk werd gedacht. Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, waarschuwt dat “bijziendheid de grootste oorzaak van blindheid in Nederland kan worden.”

Die noodkreet krijgt bijval in Vlaanderen. “Het aantal kleine kinderen die bijziend zijn, boomt al jaren”, zegt kinderoogarts Patricia Delbeke van het UZ Gent. “Kinderen moeten op steeds ­jongere leeftijd een bril dragen, dikwijls nog voor het eerste leerjaar. Ze hebben ook slechtere ogen dan hun ouders.”

Oplossing: buiten spelen

Internationaal wetenschappelijk onderzoek bevestigt die tendens. Van de Europese twintigers is nu ongeveer de helft bijziend. In 1980 was dat nog maar 30 procent.

“Van de bijzienden is ongeveer één op de twintig hoogbijziend”, zegt Delbeke. “Dat wil zeggen dat ze een bril van -6 of meer dragen. Op latere leeftijd hebben zij meer kans dat hun netvlies zal loslaten of dat ze een andere oogaandoening krijgen. Als hun zicht daardoor minder dan vijf procent wordt, zijn zij officieel blind.”

Zo’n vaart hoeft het gelukkig niet te lopen. Vroeg ingrijpen is de boodschap. Een aangepaste bril kan helpen. Maar ook buiten spelen in het daglicht heeft zijn nut al bewezen om de vooruitgang van bijziendheid tegen te houden. “Al mogen de kinderen dan buiten natuurlijk niet naar een schermpje turen”, zegt Delbeke. “Dat is een win-winsituatie: meer beweging en goed voor de ogen. Daglicht is immers dertig keer intenser dan kunstlicht. Als kinderen aan daglicht worden blootgesteld, vertraagt het de groei van de oogbol en dus de achteruitgang van het zicht. Daarom ook een oproep aan scholen: laat ­kinderen meer buiten.”

In bepaalde gevallen kunnen ook oogdruppels helpen. “Atropine is een medicijn dat de groei van het oog, en dus ook de achteruitgang ervan, afremt”, zegt Delbeke.

Toch is dat nog geen standaardbehandeling voor bijziende kinderen. “Het blijft een medische behandeling. Er moet meer onderzoek gebeuren naar de bijwerkingen. Voor veel kinderen is het een goede oplossing, maar we zien ook neveneffecten. Omdat de pupil groter wordt, kunnen kinderen lichtgevoelig worden en dan moeten ze een bril met meekleurende glazen dragen.”