Raad van State vindt financiële vergoeding voor bedrijfswagen discriminerend

Print
Raad van State vindt financiële vergoeding voor bedrijfswagen discriminerend

Foto: Dieter Telemans

De Raad van State plaatst ernstige vraagtekens bij het systeem van mobiliteitsvergoeding dat de federale regering heeft uitgedokterd. Bedoeling daarvan is dat werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een vergoeding en voor meer duurzame vervoersmiddelen kiezen, wat het fileprobleem mee moet helpen aanpakken. Maar volgens de Raad van State zijn zowel de algemene opzet als bepaalde aspecten van de concrete uitwerking “problematisch” op het vlak van de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie.

Het wetsontwerp schrijft voor dat een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen voor een som geld. De vergoeding valt onder dezelfde fiscale regels als een bedrijfswagen en wordt dus niet belast zoals het gewone loon. Werkgevers zijn niet verplicht het mobiliteitsbudget in te voeren of toe te kennen. Ook de werknemer is niet verplicht een mobiliteitsbudget aan te vragen. Een bedrijfswagen inruilen voor cash kan enkel als beide partijen akkoord gaan.

Raad van State vindt financiële vergoeding voor bedrijfswagen discriminerend
Foto: FRED DEBROCK

Duurzaam

De plannen voor de invoering van een nieuw mobiliteitsbudget zijn niet nieuw. In zijn advies bij het ontwerp plaatst de Raad van State echter serieuze vraagtekens bij het systeem. Zo staat het volgens de Raad van State lang niet vast of het om een adequaat middel gaat richting meer duurzame mobiliteit.

Het gaat immers niet om een aflopende regeling, maar een regeling die herhaaldelijk kan worden toegepast, én de besteding van het geld wordt niet aan beperkende voorwaarden gekoppeld. Daardoor wordt voor onbepaalde duur een regeling in het leven geroepen die een verschil in behandeling creëert tussen personen in een vergelijkbare situatie, afhankelijk van de vraag of ze naast hun vrij te besteden loon, ook kunnen beschikken over een vrij te besteden mobiliteitsvergoeding die onder een gunstiger regime valt.

In een aantal gevallen zal meer duurzaamheid worden bereikt, maar er is volgens de Raad van State geen garantie dat de mobiliteitsvergoeding in alle gevallen effectief zal worden gebruikt voor meer duurzame vervoersmiddelen. Zo kan een werknemer de vergoeding gebruiken om een privéwagen aan te schaffen voor zijn woon-werkverkeer. Bovendien is het mogelijk dat iemand na promotie opnieuw een bedrijfswagen krijgt, die dan na verloop van tijd weer kan worden ingeruild voor een vergoeding.

Ook is het niet ondenkbaar dat wie met het openbaar vervoer sneller op het werk raakt, wel geneigd zal zijn de bedrijfswagen te verruilen, terwijl iemand die sneller is met de auto, er wellicht voor zal kiezen de bedrijfswagen te houden. “Indien dat effectief het geval zou blijken, dan zou de ontworpen maatregel op onvolkomen wijze tegemoetkomen aan de beoogde doelstelling.”

Aanvulling

In regeringskringen valt te horen dat de memorie van toelichting bij het ontwerp zal moeten worden aangevuld op basis van de principes die de regering heeft vooropgesteld, namelijk dat er sprake moet zijn van keuzevrijheid, dat het enkel geldt voor werknemers die nu een bedrijfswagen hebben en dat de ingreep budgetneutraal moet zijn.

Het klopt dat er een ongelijke fiscale en sociale behandeling is tussen werknemers met of zonder bedrijfswagen, maar die ontstaat niet door deze mobiliteitsvergoeding, luidt het. Die komt overigens enkel tegemoet aan het negatieve effect van het huidige systeem, waarbij werknemers gestimuleerd worden met een bedrijfswagen rond te rijden.

Volgens dezelfde regeringsbron bestaat er wel degelijk een garantie dat wie zijn salariswagen inruilt, nadien relatief minder met de wagen zal rijden. Met andere woorden: er is een aantoonbaar verband tussen de maatregel en de doelstellingen rond mobiliteit en milieu, al is die niet honderd procent. Bovendien zou de onverenigbaarheid van de mobiliteitsvergoeding met een tussenkomst in de kosten voor woon-werkverkeer, ertoe leiden dat een werknemer de vergoeding geheel of gedeeltelijk zal gebruiken voor andere vervoersmodi.

Er wordt ook opgemerkt dat het niet de bedoeling is het statuut van bedrijfswagens te wijzigen, maar wel hun aantal te verminderen. Bovendien geldt de vrijwilligheid vandaag ook al voor de bedrijfswagens.

Raad van State vindt financiële vergoeding voor bedrijfswagen discriminerend
Mobiliteitsspecialist Jef Van den Bergh (CD&V) Foto: BELGA

Huiswerk

CD&V-Mobiliteitsspecialist Jef Van den Bergh reageert niet verrast op het advies. “Het huiswerk moet opnieuw gedaan worden. Dit is een kans om een regeling uit te werken die écht leidt tot een volwaardig mobiliteitseffect”, zegt het Kamerlid. “Met louter cash is het mobiliteitsbudget enkel een budget. Het cashverhaal is wat ons betreft slechts een eerste stap naar een meer duurzame en flexibele mobiliteit. Wil men echt tot een volwaardig mobiliteitseffect komen, dan moet de focus absoluut op mobiliteit liggen, en niet op nettoloon”.

Van den Bergh roept de regering op terug naar de tekentafel te trekken. “Het volwaardige mobiliteitsbudget is een budget dat een werknemer kan aanwenden voor verschillende vervoersmogelijkheden, met als bedoeling de files op onze wegen weg te werken en een alternatief voor de vele bedrijfswagens te bieden. Hiermee krijgt de werknemer de kans om zijn mobiliteit op een flexibele manier in te vullen en te kiezen voor alternatieve vervoersmodi. De ‘inruilvergoeding’ biedt daar geen enkele garantie voor, besluit nu ook de Raad van State”.