RECENSIE. Kaleo in Lotto Arena: withete bluesrock uit het koude noorden

Print

Eigenlijk werd Kaleo deze zomer al op Rock Werchter verwacht, maar toen moest zanger JJ Julius Son een medische ingreep ondergaan, waardoor de band zich genoodzaakt zag om te elfder ure te annuleren. De band had dus nog een rekening uitstaan met het Belgische publiek, en kwam die gisteravond in Antwerpen vereffenen.

IJslandse bands die in een zaal als de Lotto Arena geprogrammeerd staan kun je op één hand tellen, en dan hou je nog wat vingers over. Maar Björk, Sigur Ros en Of Monsters And Men hebben sinds kort gezelschap van Kaleo, een viertal uit Mosfellsbær dat intussen twee cd’s op het cv heeft staan. De recentste cd A/B ging intussen bijna een miljoen keer over de toonbank, en werd ook in België met goud bekroond.

Dat succes heeft vooral te maken met het feit dat muziek van de groep in populaire reeksen opduikt als Orange Is The New Black, Suits, Vinyl, Grey’s Anatomy, Empire en The Vampire Diaries. De IJslandse roots van Kaleo schemeren eigenlijk alleen in de soepele stem van Julius Son door. Muzikaal leunt de sound van het gezelschap eerder bij de Amerikaanse bluesrock van Kings Of Leon en - in de forsere passages - The Black Keys.

In de Lotto Arena bleek trouwens dat de band niet voor die voorbeelden moest onder doen. De set begon behoorlijk indrukwekkend met Broken Bones, een bluesy gospelsong die nog het meest deed denken aan een Muddy Waters-classic die nu pas boven water was gekomen. Er schemerde een desolate mondharmonica in door, en JJ’s stem scheurde door het nummer als een wagonnetje over een roetsjbaan. Hoekig en stuurs, was het. Alsof Tom Waits in de coulissen stond mee te spelen. Van een heel andere orde, maar al net zo intens, werd I Can’t Go On Without You uit de verpakking gehaald. Dit keer leek het of Led Zeppelin door David Gray werd aangevoerd, maar ook nu boorde die stem zich dwars door je hart.

Voor de slechte verstaander: dit was een begin om u tegen te zeggen. De band stond vaak in het halfduister te spelen, tegen een achtergrond waarop een ruimtefoto van IJsland werd geprojecteerd. Dat ze fier waren op hun afkomst bleek ook uit de houten kratten die her en der als decorstukken op het podium waren gezet, met daarop in zwarte letters ‘Kaleo, Iceland’. Met Vor í Vaglaskógi had de band zelfs een ballad in de eigen moedertaal op het programma staan. Niemand die er een woord van begreep, en toch leek iedereen te voelen wat erin gezegd werd. Alleszins: één van de hoogtepunten in de set. Ook de enige cover in de set –het door Sonny Bono geschreven Bang Bang (My Baby Shot Me Down) - bleek een uitstekende keuze, niet in de laatste plaats omdat je het origineel er nog nauwelijks in kon herkennen.

Nadien schakelde de band nog even naar een hogere versnelling met furieuze gespeelde versies van Backdoor en Ladies Man – withete bluesrock, traditioneel maar toch modern - en daarmee zat het er al op. Er volgde nog één toegift – Rock-‘n’ Roller- waarin de titel middels gierende gitaren nog een laatste maal alle eer werd aangedaan, maar dan was het echt afgelopen. Een festivalset op arenaformaat. IJsland heeft er een nieuwe topgroep bij.

Wat te doen in Antwerpen