Senaat krijgt straks honden over de vloer

Print
Senaat krijgt straks honden over de vloer

Foto: BELGA

Brussel -

Een uniforme wetgeving voor het hele Belgische grondgebied en een sensibilisering van de politieke wereld voor de problemen die mensen met assistentiehonden dagelijks tegenkomen, dat is de bedoeling van een bijeenkomst vandaag/dinsdagnamiddag in de Senaatszaal van het federale parlement. Vertegenwoordigers van de vereniging BADF (Vlaamse Belgian Assistance Dog Federation) en de Franstalige vzw Os’mose zullen, in het gezelschap van hun assistentiehonden, het woord nemen, maar ook vertegenwoordigers van het Voedselagentschap FAVV en anti-discriminatieforum Unia belichten de problematiek vanuit hun perspectief.

Aanleiding zijn de dagelijkse problemen van mensen met een assistentiehond die geweigerd worden in openbare plaatsen, zoals restaurants of musea. Jaarlijks krijgt BADF alleen een 50 tot 70 klachten binnen, “maar dat is het spreekwoordelijke topje van de ijsberg”, zegt voorzitter Mark Van Gelder. “In feite zijn er meer weigeringen van mensen met begeleidingshond, alleen nemen de mensen vaak niet (meer) de moeite om er ook officieel een klacht voor in te dienen. We hopen met ons initiatief in de Senaat op meer begrip bij de politiek en vervolgens bij de publieke opinie, zodat er voortaan minder weigeringen van toegang voor mensen met begeleidingshonden voorkomen.”

Er bestaat een wetgeving die mensen met die honden het recht geeft met hun begeleidingsdier binnen te komen op openbare plaatsen, maar de regelingen verschillen naargelang het Gewest. Zo duurt het in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zes maanden vooraleer er een reactie komt op een klacht van een mens met een assistentiehond. “Daarmee is die mens zijn acuut probleem niet opgelost”, zegt Van Gelder.

In het Vlaamse Gewest kan dan weer de politie worden ingeschakeld om te bemiddelen, al is niet iedereen op de hoogte van die mogelijkheid. “Graag willen we één lijn in de regeling voor het hele land”, aldus Van Gelder. “Daarnaast is sensibilisering van de publieke opinie nodig. Onlangs is het nog gebeurd dat een procureur des Konings in een reactie op een klacht antwoordde dat er geen wetgeving over bestond. Als men op dat niveau al niet op de hoogte is, dan is het hoog tijd voor een informatiecampagne”, besluit Van Gelder. “En dat is de bedoeling van de namiddag in de Senaat.”

(belga)