Ultra-energetische kosmische straling komt niet uit maar van buiten Melkweg

Print
Ultra-energetische kosmische straling komt niet uit maar van buiten Melkweg

Het luidde dat kosmische straling uit het centrum van de Melkweg afkomstig is. Maar een team van vierhonderd wetenschappers uit achttien landen heeft aangetoond dat het anders in elkaar zit: de meest energierijke deeltjes komen van buiten ons sterrenstelsel, zo staat donderdag in het Amerikaanse vakblad Science te lezen.

Kosmische straling bestaat uit atoomkernen van allerlei chemische elementen: van waterstofprotonen over de hele periodieke tabel van elementen tot ijzer.

Om de afkomst van de zeer energierijke straling voor eens en voor altijd vast te stellen - onze zon spuwt aanhoudend laag-energetische deeltjes of de zonnewind uit - gebruikten de vorsers tien jaar lang het Pierre Auger Observatorium in Argentinië, de grootste detector die ooit gebouwd werd voor het registreren van kosmische straling.

Uit metingen van de aankomstrichting van meer dan 30.000 kosmische deeltjes blijkt dat er duidelijk meer deeltjes uit de ene dan uit de andere richting komen. Elk sterrenstelsel zendt een unieke mengeling van deze ultra-energetische deeltjes. Het maximum blijkt 120 graden ‘naast’ het centrum van onze Melkweg te liggen.

De zeer energierijke deeltjes mogen dan wel van buiten ons sterrenstelsel komen, hun precieze bron blijft voorlopig duister en is voorwerp van opvolgend onderzoek.

“Deze ontdekking zet ons op weg om te begrijpen hoe ons universum, de Melkweg en andere sterrenstelsels zijn ontstaan”, zegt woordvoerder Karl-Heinz Kampert van de Universiteit van Wuppertal.

(belga)