UAntwerpen: “Verminder aantal proftennissers en toernooien”

Print
UAntwerpen: “Verminder aantal proftennissers en toernooien”

Foto: Photo News

Antwerpen -

Het huidige tenniscircuit kent te veel proftennissers en toernooien en het huidige verdienmodel werkt ontwrichtend. Zo besluiten onderzoekers van de UAntwerpen en sportzakenbedrijf Sporthouse Group, die de sector analyseerden. Ze zien risico’s voor matchfixing.

De wetenschappers wijzen op aanzienlijk prijzengeld, zowel voor winnaars als verliezers in toptoernooien. Ze zien evenwel een ontwricht verdienmodel, waarbij vooral de absolute top het leeuwendeel van het prijzengeld krijgt. Daardoor zou alleen de top 250 erin slagen alle kosten zoals voor reizen of coaching te betalen. Daaronder is men aangewezen op steun van federaties of de omgeving. “Dat kan helaas niks anders betekenen dan dat veel talent verloren gaat”, klinkt het.

Een verticale verdeling van het prijzengeld, maar ook een fanbasis die vooral interesse heeft in de top liggen aan de basis, menen de onderzoekers. “Lagere niveaus genereren dus relatief gezien te weinig financiële middelen, zeker als je weet dat er bijna 1.000 professionele tennistornooien per jaar zijn bij de mannen en een kleine 700 bij de vrouwen”, vervolgt men.

Meer ademruimte

De huidige rankings zouden voorts leiden tot onrealistische ambities en investeringen in kansloze carrières. Ze wijzen op 9.000 mannelijke en 5.000 vrouwelijke professionele spelers. “Het mag dan ook geen wonder heten dat de verdeling van het totale prijzengeld als enige inkomstenbron voor het merendeel van deze spelers niet voldoet en sommigen van deze feitelijke semi-pro’s potentiële prooien zijn voor matchfixers.”

Een oplossing wordt gezien in minder kleinere toernooien en minder proftennissers, met evenwichtiger verdeeld prijzengeld. Dat kan door het minimum aan prijzengeld per toernooi te verhogen en met organisaties die verblijfskosten betalen. Het zou wel voor minder toernooien zorgen. Ook het omzetten van startgeld naar meer prijzengeld lijkt aangewezen, met zo meer ademruimte voor de subtop.

Punten zouden pas in latere toernooifases aan bod moeten komen, als aanmoeding voor de meer beloftevollere spelers.

De onderzoekers pleiten ook voor afgeschermde U-21-tornooien, waarlangs jonge spelers kunnen doorstoten naar de bestaande professionele toernooien en voor samenwerking tussen de verschillende instanties (ATP, ITF, WTA en de grand slams), wat niet altijd zou gebeuren.

MEEST RECENT