Pearl Jam-frontman Eddie Vedder solo in een snikhete Lotto Arena: klein instrument, grote ballen

Print
Pearl Jam-frontman Eddie Vedder solo in een snikhete Lotto Arena: klein instrument, grote ballen

Foto: Jan Van der Perre

Kurt Cobain moeten we uiteraard al langer missen, maar nu onlangs ook Chris Cornell van Soundgarden uit het leven stapte, is Eddie Vedder zowat de enige nog overblijvende frontman van een hele generatie grungebands. Pearl Jam zélf last even een rustpauze in, maar Vedder trekt momenteel door Europa voor een korte solotournee, en gisteravond hield hij halt in een tot aan de nok gevulde Lotto Arena.

Tot 130 euro moest je neertellen om erbij te mogen zijn in Antwerpen. Goed: voor die prijs kreeg je er met Glen Hansard wel een uitstekend voorprogramma bij, maar toch: voor iemand die zich ooit met hand en tand verzette tegen dure ticketprijzen, wrong het toch een beetje. Nu, het hàd wel wat om een superster als Vedder eens in een iets kleinere (nouja, wat heet) zaal aan het werk te zien, met een boel songmateriaal onder de arm dat te intiem was om op een festivalweide voor 60.000 mensen te gedijen. Het verklaart alleszins waarom het optreden op nauwelijks dertig minuten was uitverkocht. De manier waarop hij in de Lotto Arena onthaald werd was trouwens spectaculair: nog geen noot gespeeld, en meteen een staande ovatie. Nadien begon elk nummer- hoe obscuur ook- met een hartverwarmend herkenningsapplaus. Het was, kortom, op meerdere vlakken geen doordeweeks concert.

Dat Vedder die omstandigheden gewend was merkte je meteen aan zijn krachtige baritonstem, die moeiteloos tot aan de achterste rij van het bovenste balkon reikte. Heel veel extra aankleding kregen de nummers verder niet. Je moest het stellen met een akoestische gitaar, een ukelele, of -occasioneel- een orgel. En hoewel op die manier de set op papier soms wat eenvormig dreigde te worden, slaagde Vedder er toch in om je aandacht vast te houden. Dat hij daarbij soms onverwacht grappig uit de hoek kwam droeg daar zeker toe bij. Over zijn minuscule ukelele, bijvoorbeeld: ‘als je ziet hoe klein dit ding is, weet je meteen dat ik niets hoef te overcompenseren: small instrument, big balls.’

Pearl Jam-frontman Eddie Vedder solo in een snikhete Lotto Arena: klein instrument, grote ballen
Foto: Koen Bauters

Wat ook meespeelde: de set leek à la minute bij elkaar geïmproviseerd. Geen Pearl Jam-classics als ‘Alive’ of ‘Jeremy of ‘Even Flow’’, dit keer, maar wel een uit volle borst meegescandeerd ‘Better Man’, en met strijkers verfraaid ‘Black’, en vooral minder bekend repertoire dat door de fijnproevers toch gesmaakt kon worden. Meer nog: ze zate voortdurend duimen en vingers af te likken.

Neem ‘Rise’ bijvoorbeeld, een prachtig folkliedje over altijd blijven hopen op een positief keerpunt. Of het door het Utrechtse strijkkwartet Red Limo String Quartet begeleidde ‘Satellite’, zonder meer één van de hoogtepunten van de avond. Veel covers ook. Niet uit bloedarmoede, maar gedreven door de liefde voor de song. Van Neil Young (’The Needle And The Damage Done’) over Brandi Carlile (een bloedstollend ‘Again Today’) tot The Beatles (’You gotta hide your love away’, met een iets te gestresseerde fan op ontstemde harmonica). Vedder is –en dat siert hem- naast muzikant ook altijd liefhebber gebleven.

Om het grote podium toch een beetje te vullen werd hij omsingeld door een gans instrumentarium én een kunstmatig kampvuur, zodat je je bij momenten haast op een scoutskamp waande. Alleen de in witte stofjassen uitgedoste roadies herinnerden je eraan dat het toch een béétje showbiz was.

Voor de bisronde werd Vedder opnieuw vervoegd door het Red Limo String Quartet, en kwam zijn vriend Glen Hansard mee het podium op voor nog een half uur extra kippenvel.

Was dit het concert dat het had kunnen zijn? Misschien niet. Daarvoor had Vedder toch beter voor een intiemere setting als de Elisabethzaal gekozen, waar zijn werk – vast een nog grotere emotionele inpact zou hebben gehad. En nu we toch aan het muggenziften zijn: ‘Should I Stay Or Should I Go’ -van The Clash, inderdaad- was te slordig. Dat zijn evenwel slechts een minuscule kanttekeningen. Want dit concert- sowieso een unieke ervaring- legde wél de bevlogen songsmid achter de rockster bloot. Je kreeg alleszins een goed idee van hoe Vedder thuis in zijn living voor z’n beste maten zou spelen. En dat leverde een buitengewoon mooi concert op waarbij -ondanks de hitte- de koude rillingen meermaals over je rug liepen. Dat hij Hansard zelf begeleidde bij diens met een Oscar bekroonde ‘Falling Slowly’ ondersteepte bovendien de diepe vriendschap tussen beiden. Het enige wat de show helemaal af kon maken, was een Springsteen-cover: et voilà, daar was ‘Drive All Night’ al. Eerlijk: dit was zo’n concert waar je een boek over kon schrijven. Maar omdat we het beknopt moeten houden, telt de samenvatting slechts drie woorden: een magische avond.