Slachtoffers aanslag Brussel dringen aan op waarborgfonds

Print
Slachtoffers aanslag Brussel dringen aan op waarborgfonds

Foto: BELGA

Slachtoffers van de aanslagen van 22 maart dringen aan op een volwaardig waarborgfonds dat kan zorgen voor een volledige schadeloosstelling van terreurslachtoffers, zoals dat vandaag al bestaat in Frankrijk. “Waarom kan dat wel voor verkeersslachtoffers, maar niet voor slachtoffers van terrorisme? “, klonk het dinsdag in de Kamer.

Slachtofferverenigingen V-Europe en Life4Brussels ventileerden al meermaals hun ongenoegen over het wetsontwerp van ministers Maggie De Block (Open Vld) en Steven Vandeput (N-VA) rond een statuut van nationale solidariteit voor terreurslachtoffers. Heel wat slachtoffers vallen daar niet onder, zo hekelden de verenigingen dinsdag opnieuw. Hun juristen fileerden de tekst en legden een heel aantal pijnpunten bloot.

Aangehaalde problemen waren onder meer de definitie van terreuraanslag, de invaliditeitsdrempel in geval van psychische problemen, de uitsluiting na een veroordeling, de verschillende behandeling van binnen- en buitenlanders en de voorziene beroepsprocedures. Meer algemeen luidt de kritiek dat het wetsontwerp de situatie van de slachtoffers helemaal niet vereenvoudigt, geen uniek aanspreekpunt creëert en slechts uitzicht geeft op zeer beperkte vergoedingen.

“Waarom geen systeem zoals in Frankrijk? “, klonk het meermaals. Daar vormt het waarborgfonds voor terreurslachtoffers FGTI een uniek loket voor slachtoffers, dat bovendien voor een volledige schadeloosstelling zorgt. België telt al gemeenschappelijke waarborgfondsen gespijsd door verzekeraars, namelijk voor technologische rampen en voor slachtoffers van verkeersongevallen met vluchtmisdrijf of een onverzekerde dader.

“We moeten de risico’s mutualiseren en iedereen zicht bieden op een volledige schadeloosstelling”, argumenteerde advocaat Antoine Chomé, die de verzekeraars mee in bad wil trekken om het waarborgfonds te financieren. “Slachtoffers, verzekeraars én de Belgische staat hebben daar belang bij.”

Ook Paul Martens, emeritus voorzitter van het Grondwettelijk Hof en expert van de onderzoekscommissie naar de aanslagen, was erg kritisch voor het wetsontwerp. De definities moeten aangepast opdat niemand vergeten zou worden, de procedures moeten veel minder bureaucratisch en het onderscheid tussen binnen- en buitenlanders overleeft de EHRM-toets simpelweg niet, klonk het onder meer. Bottom line? Ook Martens wil dat werk wordt gemaakt van een “coherent en samenhangend systeem”.

Voor de slachtoffers zit er intussen niets anders op dan af te wachten wat er uit de bus zal komen. Voorlopig is allerminst duidelijk of het huidige ontwerp volledig zal worden omgegooid, dan wel nadien zou kunnen worden aangevuld met een meer fundamentele hervorming en eventueel ook de oprichting van een waarborgfonds. En dat terwijl slachtoffers het dinsdag al “bizar en hallucinant” noemden dat ze telkens weer dezelfde boodschap moeten blijven herhalen.

(belga)