Fit & Gezond

Van ‘the fattest’ naar ‘the fittest’: kan iedereen wat Bart De Wever kan?

Print
Van ‘the fattest’ naar ‘the fittest’: kan iedereen wat Bart De Wever kan?

Foto: pn

Vijf jaar geleden woog Bart De Wever 142 kilo. Afgelopen zondag liep hij in Antwerpen de marathon in vier uur en dertien minuten. Van ‘the fattest’ naar ‘the fittest’, noemt hij het zelf. Maar kan iedereen wat de Antwerpse burgemeester op vijf jaar klaarspeelde?

 “Er zijn natuurlijk fysieke beperkingen: als je kapotte knieën of problemen met je gewrichten hebt, zal je geen marathon kunnen lopen. Vier uur sporten is een zware belasting voor je lichaam, dus het is ook absoluut nodig dat je je hart laat nakijken", zegt Chris Goossens, de sportarts die De Wever vijf jaar geleden hielp afvallen en die hem klaarstoomde voor de marathon. "Maar als je constitutie meezit, kan in principe iedereen het, als hij zich goed laat begeleiden."

 Goossens hielp De Wever vijf jaar geleden spectaculair veel gewicht te verliezen en zette daarmee de Pronokal-methode op de kaart. Maar afvallen is één ding, je gewicht behouden nog iets anders. “In Groot—Brittannië verscheen een studie waaruit bleek dat slechts één op de 300 mensen die een dieet gevolgd hebben, na vijf jaar dat gewicht nog had. Bart heeft die studie ook gelezen en hij wilde een statement maken.”

Dat De Wever na vijf jaar nog steeds op gewicht is, komt volgens Goossens omdat hij op zijn eten blijft letten en voldoende beweegt. “Bewegen is noodzakelijk als je op gewicht wil blijven. Wij raden 10.000 stappen per dag aan: dat is ongeveer een half uurtje per dag bewegen, zes dagen in de week, dus drie uur per week in totaal. Als je je auto een kilometer van het werk parkeert en te voet gaat, kom je al een eind.”

Vooral karakter

Wie gewicht verliest met Pronokal, krijgt vanaf dag één een –weliswaar nog erg gematigd- trainingsschema mee. “Na het eerste jaar is het ideaal als je vijf kilometer loopt, het tweede jaar kan je er tien en na drie jaar ben je klaar voor de Ten Miles. Bart De Wever heeft het eerste jaar al de ten miles gelopen, ook als statement. Dat is perfect mogelijk, al heb je wel meer risico op blessures."

De ten miles zouden voor iedereen haalbaar moeten zijn, maar de marathon, daar moet je het karakter voor hebben. Om te beginnen heb je discipline nodig om tijd te maken voor je trainingen:  “Met een job als die van Bart De Wever is dat niet evident”, zegt Goossens. “We werken al vanaf november op zijn basale uithouding en vanaf februari zijn we ons heel specifiek op de marathon gaan richten. Hij trainde drie keer per week zo’n anderhalf uur, vaak tijdens de middag op een loopband in het stadhuis. Dat was het enige wat haalbaar was, wilde hij niet midden in de nacht moeten trainen. Buiten lopen is leuker, je hebt veel meer mentale prikkels. Als je al een uur op een loopband staat, moet je jezelf er toch telkens van overtuigen om die laatste kilometers nog te lopen. Het minste dat je van Bart kan zeggen, is dat hij een volhardend karakter heeft. Ik begeleid al dertig jaar sportatleten en ik heb dat zelden bij iemand gezien. Vijf jaar geleden sportte hij nooit, hij heeft me zelfs regelmatig gezegd dat hij lopen niet leuk vond. Maar de marathon uitlopen noemde hij één van de mooiste momenten uit zijn leven. Hij heeft vier kinderen, dus dat wil toch iets zeggen.”