Door het eindeloze gepalaver over deze onderwijshervorming worden de zaken alleen maar ingewikkelder

Print
Door het eindeloze gepalaver over deze onderwijshervorming worden de zaken alleen maar ingewikkelder

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits. Foto: Photo News

De kerstvakantie was amper voorbij of de hervorming van het secundair onderwijs lag op de onderhandelingstafel van de Vlaamse regering. Daar heeft ze al heel vaak gelegen en daar zal ze nog een hele tijd blijven liggen. De regeringspartijen raken het maar niet eens over het aantal studierichtingen in de tweede en de derde graad.

Hoewel minister van Onderwijs Hilde Crevits bij het begin van dit schooljaar had aangekondigd dat ze al in 2018 met het hernieuwde secundair onderwijs van start wil gaan, lijkt niemand anders echt gehaast. N-VA is altijd al een koele minnaar van deze hervorming geweest. Toen in september van vorig jaar de Vlaamse Onderwijsraad de plannen van Crevits met de grond gelijk maakte, noemde Bart De Wever de teksten die op tafel lagen “een schabouwelijke politieke constructie”.

De N-VA is best tevreden met het huidige secundair onderwijs en zou het het liefst zo houden. De partij zal dus allicht haar best blijven doen om de plannen op de lange baan (lees: naar de volgende regering) te schuiven.

Al kan zelfs De Wever moeilijk anders dan toegeven dat snoeien in het aantal opleidingen in de tweede en de derde graad geen slecht idee is. Er is nu een echte wildgroei, met tal van vakken die niet meer voldoende aansluiten op het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt en die handenvol geld kosten. Een rationalisering is zeker nodig en mag niet te lang meer op zich laten wachten.

Door het eindeloze gepalaver over deze hervorming worden de zaken ook alleen maar ingewikkelder. Elke partij, elke koepel en elke specialist legt zijn accenten en heeft zijn veto’s. Uiteindelijk blijft er een constructie over die voor veel leerlingen en ouders ondoorzichtig wordt, en die – wat veel erger is – geen garantie meer biedt op beter onderwijs.

Wie de onderhandelingen een beetje volgt, krijgt het akelige gevoel dat we niet bezig zijn met waar het echt om gaat. Staat of valt degelijk onderwijs niet in de eerste plaats met de kwaliteit en de motivatie van de leerkrachten? Moeten we dan niet eerst het probleem van het lerarentekort aanpakken? Meer sterke mensen naar het onderwijs lokken, de baan aantrekkelijk maken met nieuwe uitdagingen en een minder vlakke loopbaan?

Wat zou het meest invloed hebben op de kwaliteit van ons onderwijs: een nieuwe organisatie van graden of gemotiveerde en goed opgeleide leerkrachten die, in welk systeem dan ook, leerlingen kunnen onderwijzen en enthousiasmeren? De kwaliteit van ons onderwijs gaat achteruit, dat blijkt uit de jongste OESO-rapporten. We kunnen ons niet meer permitteren om veel tijd te verliezen.