Jambon heeft een kapitale communicatiefout gemaakt

Print
Jambon heeft een kapitale communicatiefout gemaakt

Foto: BELGA

Politici moeten meer dan ooit op hun woorden letten. Met deze zin begon dit standpunt gisteren. En vandaag dus weer. Gisteren ging het over vicepremier Kris Peeters, vandaag over zijn collega Jan Jambon.

“Een significant deel van de moslimgemeenschap danste naar aanleiding van de aanslagen”, zei de minister in een interview in De Standaard dit weekend. Gisteren dook er een filmpje op van een toespraak die hij op een congres over terrorisme in Den Haag hield. Daar zegt hij: “Op de dag van de aanslag waren er in bepaalde wijken van Brussel straatfeesten. Geen rouwplechtigheden. Straatfeesten.”

De kritiek op zijn uitspraken nam in het weekend langzaamaan toe, maar werd door de premier nog kordaat afgewezen. Gisteren was het hek van de dam. Iedereen walste over Jambon. Zijn uitspraken werden “stigmatiserend” genoemd, hijzelf een “onruststoker”. Verschillende organisaties overwegen een klacht tegen hem in te dienen, wegens “aanzetten tot haat” nog wel. De kritiek is vaak over-emotioneel, maar wel terecht. Het probleem van Jambon is immers dat niemand die feesten en die dansende moslims heeft gezien.

Onzin

De minister heeft iets verteld dat niet te verifiëren valt en hij heeft met het woord “significant” aangegeven dat een grote groep moslims de aanslagen toejuicht, wat uiteraard onzin is. Je kunt over de betekenis van het woord ‘significant’ oeverloos debatteren, maar je krijgt het nooit helder in deze context.

En dat is precies wat een minister in deze turbulente tijden altijd moet zijn: helder, eenduidig, correct. Jambon heeft een kapitale communicatiefout gemaakt. Met zware gevolgen, niet alleen voor de moslims, ook voor zijn eigen beleid. Want wat is het gevolg van deze heisa? Dat niemand de volgende maanden nog op een serene manier over de radicaliserende moslimjongeren kan praten. De plegers van de aanslagen zijn wel degelijk radicale Brusselse jongeren van Maghrebijnse afkomst, er vertrekken nog altijd gebrainwashte jongens naar Syrië en er hebben wel degelijk jongens met stenen naar de politie gegooid na de arrestatie van Salah Abdeslam. Er is iets grondig mis met het moreel normbesef van die jongens. Het gaat om een zeer beperkte groep, maar hij bestaat, en we moeten absoluut vermijden dat hij groter of radicaler wordt.

Een minister die deze problematiek correct aankaart, kan rekenen op de inzet van de hele gemeenschap, moslims en niet-moslims, om het probleem op te lossen. Als hij domme, niet verifieerbare uitspraken doet, staat hij alleen en bereikt hij niets. Het valt te vrezen dat dit laatste Jambon zal overkomen. En dat kunnen we ons in deze tijden eigenlijk niet veroorloven.