Sociale correcties zijn niet voldoende voor de zwaksten in de samenleving

Print
Sociale correcties zijn niet voldoende voor de zwaksten in de samenleving

Elke Sleurs. Foto: BELGA

Toen de federale en de Vlaamse regering in 2014 hun besparingspolitiek aankondigden, kon vrijwel ieder weldenkend mens zich wel vinden in het idee dat de buikriem voor een tijdje strakker moest worden aangehaald. Na een lange periode met de PS in de regering kreeg Vlaanderen eindelijk de kans om veel meer zijn eigen stempel te drukken. Een van de eerste prioriteiten was de afslanking van de overheid op het vlak van zowel mensen als middelen.

Dat dit ook zou leiden tot besparingen voor de burger, was de logica zelf. Maar toen de concrete maatregelen geleidelijk duidelijk werden, schrok die burger toch wel even. Want ineens bleken de besparingen van de overheid voor een flink stuk afkomstig te zijn uit zijn portefeuille. Een indexsprong, besparingen op de kinderbijslag, een hogere maximumfactuur in het basisonderwijs, een duurdere kinderopvang... Dat alles baarde vooral de onderkant van de samenleving, inclusief de lage middenklasse, zorgen.

In verband met die laatste bevolkingscategorie hadden – en hebben – onze regeringen altijd dezelfde mantra klaar: “Voor die groep zijn er sociale correcties.” En daarmee is de discussie gesloten. Zo is de perceptie gecreëerd dat de zwaksten in onze samenleving niet worden getroffen door de besparingen.

Maar dat blijkt niet te kloppen. Uit een berekening van Decenniumdoelen 2017 blijkt dat ook de laagste inkomens fors moeten inleveren. Gemiddeld kosten de maatregelen samen 44 euro per maand aan de gezinnen op de laagste 20 procent van de ladder. Decenniumdoelen werkte ook concrete gevallen uit. Zo levert een eenoudergezin met een leefloon en één kind 52 euro in op een inkomen van 1.100 euro. Een gepensioneerd koppel verliest 57 euro op een inkomen van 1.431 euro. Enzovoort.

Voor mensen die net boven of onder de armoedegrens leven, scheelt zo’n bedrag een grote slok op de borrel. Zeker als je bedenkt dat volgens het Planbureau het risico om in armoede te belanden zich op een recordhoogte bevindt. Sinds 2008 zijn er volgens Decenniumdoelen 2017 in ons land 140.000 armen bijgekomen. Met én zonder de PS. Bovendien hebben wij met een leefloon van 850 euro voor een alleenstaande (na een verhoging in april) nog steeds een enorme achterstand in te halen om de Europese armoedegrens van 1.085 euro te halen. En dat voor een van de rijkste regio’s van Europa. Hoe noem je dat? Een schande.

Gevaarlijke evolutie

Staatssecretaris voor Armoedebestrijding Elke Sleurs (N-VA) reageert op de aanklacht van Decenniumdoelen 2017 met de inmiddels bekende argumenten. Op lange termijn gaat iedereen er structureel op vooruit. Jobs zijn het beste middel om armoede te bestrijden. En we mogen vooral geen afhankelijkheid van uitkeringen creëren.

Dat is allemaal waar, maar leg dan beter uit hoe we de komende jaren de armoede gaan bestrijden, tot welke doelstellingen we onszelf zullen verplichten en wanneer we de schande kunnen transformeren in een verhaal om trots op te zijn. En vooral: probeer niet voortdurend de indruk te wekken dat de besparingen de onderkant van onze samenleving niet treffen. Want dat doen ze wél. Ze vreten zelfs de onderkant van onze middenklasse aan. En dat is, zo weten de historici onder onze bewindslieden, een zeer gevaarlijke evolutie.