Vijftien vragen over BHV

Print
27 APRIL 2010 - Donderdag beslist de Kamer of het wetsvoorstel om de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) te splitsen op de agenda wordt gezet voor stemming. Wellicht lukt dat niet en komen er nieuwe verkiezingen zonder oplossing voor BHV. Die zullen dan ongrondwettig zijn en alle kandidaat-verkozenen uit Leuven en BHV zelf kunnen daardoor van de rechter een schadevergoeding krijgen. Burgemeesters en burgers kunnen de verkiezingen straffeloos boycotten. En volgens het Grosaru-arrest van Straatsburg kan het volgende parlement zich niet eens meer zelf grondwettig verkozen verklaren. Dat moet door een onafhankelijke en onpartijdige rechter gebeuren. Alle wetten die een ongrondwettig parlement stemt, kunnen voor de rechter in concrete zaken worden betwist. Kortom: de chaos dreigt. BHV in vijftien vragen. (Dit stuk bevat een UPDATE VAN 30 APRIL 2010, helemaal onderaan, nvdr.)

1. WAT IS HET PROBLEEM BHV?

De tweetalige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde werd ingevoerd in 1963 als één van de 20 kiesarrondissementen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. De 19 Brusselse gemeenten vormen sinds dan samen met de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde één kieskring, waar zowel Franstaligen als Nederlandstaligen opkomen. Hierdoor kunnen de Franstaligen uit de groene Rand rond Brussel (dus: uit de Vlaamse kieskantons Asse, Halle, Vilvoorde, Lennik, Meise en Zaventem) voor Franstalige lijsten uit Brussel stemmen. De Nederlandstaligen uit Nijvel of uit de faciliteitengemeenten in Henegouwen kunnen echter niet voor Nederlandstalige lijsten uit Brussel of Vlaanderen stemmen.

Door de wet van 13 december 2002 veranderde paarsgroen de kieswet. Sinds dan heeft België 11 kieskringen: negen vallen samen met een provincie. Alleen in Vlaams-Brabant is dat niet zo. Daar heb je de kieskring Leuven en de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Deze regeling strookt niet met de grondwettelijke opdeling in taalgebieden, omdat BHV in twee taalgebieden (een eentalig Nederlands en een tweetalig Nederlands-Frans) ligt en alle andere kieskringen niet.

In BHV wonen 1,63 miljoen mensen, van wie 584.000 in Halle-Vilvoorde. Bij de verkiezingen van 2007 werden 849.644 stemmen uitgebracht, waarvan 369.587 in Halle-Vilvoorde. De Franstaligen behaalden 83.233 van die stemmen in Halle-Vilvoorde en liefst 48% daarvan ging naar de MR, die in de Rand uiteraard vooral uit FDF-ers bestaat. De tweede grootste Franstalige partij in Halle-Vilvoorde is de PS met 14.462 stemmen.

2. WAT ZEGT HET BHV-ARREST?

Op 26 mei 2003 zegde het Grondwettelijk Hof dat het bestaan van de kieskring BHV ongrondwettig is. Het Grondwettelijk Hof vond het bestaan van deze kieskring discriminerend, maar vernietigde de indeling in kieskringen niet. Het gaf wel opdracht aan de wetgever om binnen een periode van vier jaar de ongrondwettigheid te herstellen.

Waarom?

1. Het Hof stelde eerst en vooral vast dat de 7 zetels waarop de kieskring Leuven volgens de Grondwet recht heeft niet gegarandeerd zijn door de hervorming van paarsgroen. Volgens de Grondwet heeft iedere kieskring recht op een bepaald aantal zetels al naargelang zijn bevolkingsaantal. In Leuven wordt dat aantal zetels na de nieuwe wet echter niet bepaald door het bevolkingsaantal maar mede door het stemgedrag van de bevolking van BHV. Dat komt omdat de Nederlandstalige lijsten in Leuven dezelfde zijn als die in BHV. Dat heeft bizarre gevolgen: het aantal zetels in Leuven wordt mee bepaald door het stemgedrag van Franstalige kiezers en is derhalve onzeker. Dit in tegenstelling tot het aantal zetels in alle andere kieskringen.

Bovendien moeten Leuvenaars na de nieuwe wet van paarsgroen campagne voeren in een andere kieskring (nl. BHV), net zoals de Vlaamse BHV-ers (nl. in Leuven), terwijl alle andere kandidaten alleen in hun eigen kieskring campagne moeten voeren. De Leuvenaars moeten bovendien ook nog campagne voeren in een andere kieskring dan de hunne waar een andere taal wordt gesproken.

Het Hof vernietigde vier dingen uit de kieswet van paarsgroen:

- de gezamenlijke Nederlandstalige lijsten van Leuven en BHV.

- de kiesdrempel van 5% in die twee arrondissementen.

- de uitzonderingen op de regel dat niemand tegelijkertijd voor Kamer en Senaat mag opkomen.

- de mogelijkheid tot apparentering tussen de Franstalige lijsten van BHV en die van Nijvel.

2.Het Grondwettelijk Hof vernietigde echter de indeling in kieskringen niét, maar verklaarde ze "slechts" ongrondwettig.

Het Hof vond dat door de hervorming van paarsgroen de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere, discriminerende wijze worden behandeld dan die in alle andere provincies. En wel op twee vlakken: de Vlaams-Brabantse kandidaten in BHV moeten concurreren met kandidaten van buiten Vlaams-Brabant (nl. die uit Brussel) en de Vlaams-Brabantse kandidaten in Leuven worden niet op dezelfde manier behandeld als die in BHV.

Het arrest vernietigde dus de indeling in provinciale kieskringen niet. De provinciale kieskringen blijven gehandhaafd. Maar voor Leuven en BHV gaf het Grondwettelijk Hof de wetgever - via een ingewikkelde berekening - vier jaar de tijd om de wet in orde te maken met de Grondwet.

Het Grondwettelijk Hof zegde overigens niet dat BHV moest worden gesplitst. Het zegde alleen maar dat alle kieskringen in België in de toekomst volgens dezelfde criteria moeten worden samengesteld.

Het Grondwettelijk Hof legde ook geen sanctie op als er na vier jaar géén grondwettige oplossing zou gevonden zijn voor het probleem BHV.

Overgangsbepalingen

Zoals gezegd mocht de aparte kieskring BHV van het Grondwettelijk Hof nog vier jaar blijven bestaan. Maar het arrest legde op nogal ingewikkelde manier uit hoe die periode moest berekend worden.

De professoren Matthias Storme en Paul Van Orshoven lazen het arrest letterlijk en zij waren niet de enigen. In dat geval moest er een oplossing voor BHV zijn op 18 mei 2007. Dus waren de verkiezingen van 10 juni 2007 al ongrondwettig. De meeste andere grondwetsspecialisten volgden die letterlijke lezing niet, ze gingen na wat het Grondwettelijk Hof "bedoeld had". En dan moest er een oplossing voor BHV zijn op 19 juni 2007. De paarse regering-Verhofstadt organiseerde tien dagen vroeger verkiezingen, zodat het volgende parlement nog tot de daaropvolgende verkiezingen de tijd zou hebben om de kieswet aan te passen aan het BHV-arrest van het Grondwettelijk Hof.

Verkiezingen die nu worden gehouden zonder oplossing voor BHV zijn in ieder geval ongrondwettig. Dat zegden zowel de Franstalige als de Nederlandstalige voorzitter van het Grondwettelijk Hof, respectievelijk Paul Martens en Marc Bossuyt.

3. KAN MEN TERUG NAAR DE VROEGERE KIESKRINGEN?

Ja, zegt grondwetsspecialiste Evelyne Maes.

Vooraleer paarsgroen door de wet van 13 december 2002 provinciale kieskringen schiep, telde België 20 kiesarrondissementen. Eén daarvan was BHV. Op 22 december 1994 had het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat die kieskringen wél in overeenstemming waren met de grondwet en dat BHV dus mocht blijven bestaan.

Waarom? Ze tastten de essentie van het kiesrecht niet aan, ze hadden ook niet tot gevolg dat bepaalde kiezers minder invloed hadden dan andere, noch dat één bepaalde politieke partij werd begunstigd of dat één bepaalde kandidaat werd begunstigd.

Volgens een reeks grondwetsspecialisten, zoals bv. Evelyne Maes (KULeuven), kan de regering perfect terugkeren naar de oude kieskringen omdat het Grondwettelijk Hof ze in 1994 grondwettig verklaarde.

Nee, zeggen professor Matthias Storme, jurist Luc Deconinck (vzw De Rand) en... de memorie van toelichting van het wetsvoorstel-De Crem, dat BHV wil splitsen.

Zij betogen dat de grondwettelijk vastgelegde indeling in taalgebieden, die uitdrukkelijk op verzoek van de Franstaligen in de wet kwam, niet samenvalt met die van de kieskringen: één enkele kieskring (nl. BHV) overlapt meerdere gewesten en gemeenschappen. En daardoor blijft de discriminatie tussen de kieskringen bestaan.

In ieder geval moeten van het Grondwettelijk Hof de kieskringen allemaal op grond van dezelfde criteria worden samengesteld. En zoveel mogelijkheden zijn er niet. Volgens professor Matthias Storme is er maar één waarin BHV niét moet worden gesplitst: "Eén nationale kieskring creëren".

Ondertussen heeft minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom (Open Vld) al verklaard dat als er verkiezingen komen, dit zal gebeuren op basis van de "bestaande (provinciale) kieskringen". Ze wil de "bestaande wet correct toepassen". Volgens Senator Hugo Vandenberghe (CD&V) is er evenwel geen geldige kieswet meer. Professor Patricia Popelier (UA, grondwettelijk recht) is het daarmee niet eens: "Er bestaat nog wel een geldige kieswet. Ze is door een ongrondwettigheid aangetast, maar niet vernietigd. Het Grondwettelijk Hof heeft zich nog niet uitgesproken over de sanctie voor die ongrondwettigheid."

4. WAT ZEGT HET WETSVOORSTEL-DE CREM?

Op 7 november 2007 keurde de Kamercommissie Binnenlandse Zaken een wetsvoorstel van Pieter De Crem (CD&V) goed om BHV te splitsen. Dat voorstel zegt dat Brussel een aparte kieskring vormt terwijl Halle-Vilvoorde samen met Leuven ook een aparte kieskring vormt. Daardoor vallen alle kieskringen samen met een provincie.

Het voorstel zegt verder dat Brusselse lijsten zich mogen verbinden met de lijsten in Vlaams-Brabant of in Waals-Brabant. Hiermee voert men het systeem van apparentering opnieuw in, tenminste in de provincie Brabant. Door dat systeem kunnen kleinere partijen hun stemmenoverschotje in bv. Leuven optellen bij hun stemmenoverschotje in Brussel, waardoor ze toch nog een zetel kunnen halen, terwijl dat anders nooit zou lukken. Deze apparentering is dus belangrijk voor de "traditionele" Vlaamse partijen in Brussel, die anders dreigden om geen zetels te halen.

Het voorstel-De Crem werd goedgekeurd door alle Vlaamse partijen, behalve Groen! De Franstalige partijen hadden eerder de commissiezaal verlaten.

Een soortgelijk voorstel werd goedgekeurd voor de verkiezingen voor de Senaat.

5. KAN HET VOORSTEL-DE CREM DONDERDAG GOEDGEKEURD WORDEN?

Wellicht niet. De Vlamingen zullen in ieder geval proberen om het op de agenda van de Kamer te plaatsen. Want ook in een periode van lopende zaken kan het parlement nog wetten goedkeuren en zelfs de grondwet wijzigen. Maar het wordt zeer onwaarschijnlijk geacht dat dit nog gebeurt.

Professor Paul Van Orshoven (Kuleuven) gaat er trouwens van uit dat men hoe dan ook nog niet zou kunnen stemmen omdat de termijn voor het belangenconflict van de Duitstalige gemeenschap nog niet is afgelopen. Volgens Van Orshoven zou een stemming daardoor pas ten vroegste binnen een maand kunnen. Maar professor Matthias Storme betwist dit: "De stemming kan sinds 22 april. Van Orshoven en een aantal Franstalige grondwetsspecialisten gaan ervan uit dat alle vakanties de duurtijd van dat belangenconflict opschorten. Maar dat staat nergens in de wet. Bovendien is de Kamer niet ontbonden. Ze zou dus kunnen stemmen."

6. KUNNEN DE FRANSTALIGEN DE STEMMING NOG TEGENHOUDEN?

In de veronderstelling dat de Kamer donderdag zou beslissen om BHV te agenderen voor stemming, dan kunnen de Franstaligen minstens nog op drie manieren de stemming vertragen:

I. Door een nieuw belangenconflict in te dienen namens het Brusselse Gewest. Dan ligt de zaak weer voor vier maanden stil. Maar dan moeten de Franstaligen wel tegen de Nederlandstaligen stemmen in het Brussels Parlement en dat willen ze vermijden, omdat ze dit soort stemmingen van meerderheid tegen minderheid nu net aan de Vlamingen verwijten in het BHV-dossier.

Het zou dan al het vijfde belangenconflict op rij zijn.

Onmiddellijk na de goedkeuring van het voorstel-De Crem vroeg het parlement van de Franse gemeenschap de schorsing van de behandeling van de zaak. Het riep een "belangenconflict" in, het wilde overleg omdat zijn belangen geschaad zouden worden door die splitsing. De wetgevende procedure worden dan twee maanden geschorst. Vervolgens moet de Senaat binnen de maand een advies uitbrengen. Daarna krijgt het "Overlegcomité", dat bestaat uit de premier, 5 federale ministers een reeks vertegenwoordigers van alle parlementen en regeringen van de deelstaten, nog eens een maand tijd om op basis van consensus te beslissen. Als er geen consensus komt na die vier maanden, gaat de gewone procedure voort.

Luc Deconinck: "Zo werden na elkaar al vier belangenconflicten ingediend: door de Franse Gemeenschap (156 dagen), door de Franse Gemeenschapscommissie van Brussel (253 dagen), door het Waals Gewest (233 dagen) en door de Duitse Gemeenschap (pas afgelopen)".

Alleen het Brussels Gewest diende er nog geen in. Hoe de belangen van de Duitstalige gemeenschap geschaad kunnen zijn door de splitsing van BHV is iedereen een raadsel, zelfs voor die gemeenschap zelf. Maar die belangenconflicten kwamen er mede op aandringen van de Vlaamse partijen van de federale meerderheid, die zo tijd wilden winnen voor een onderhandelde oplossing over BHV.

Nogal wat Vlaamse grondwetspecialisten betwijfelen of die verschillende belangenconflicten na elkaar kunnen worden ingediend. Professor Matthias Storme: "Het is gewoon onwettig. Het was de bedoeling van de wetgever om alle mogelijke belangenconflicten gezamenlijk te behandelen. Dat blijkt uit de voorbereidende werken. Anders kom je immers tot allerlei eigenaardigheden. Zo zijn de parlementsleden van het Waals Gewest allemaal ook lid van de Franse Gemeenschap. Zij hebben dan twee kansen om een belangenconflict in te roepen. Door de huidige toepassing van de wet krijgen de Franstaligen bovendien vier kansen om het wetsvoorstel-BVH te vertragen met vier maanden, terwijl in vergelijkbare gevallen de Vlamingen er maar één zouden hebben. Dat is je reinste discriminatie".

Ook professor Patricia Popelier vindt de opeenvolgende belangenconflicten bedenkelijk: "De procedures zijn erop gericht om overleg af te dwingen, niet om keer op keer obstructie mogelijk te maken in dezelfde kwestie met dezelfde argumenten."

De Vlaamse politici volgden Storme en Popelier niet.

II. Vervolgens kunnen de Franstaligen amendementen indienen vooraleer het voorstel wordt gestemd en daarover het advies van de Raad van State vragen. Volgens het Kamerreglement moét dat advies gevraagd worden als de helft van de leden van een taalgroep of een derde van alle leden om dit advies verzoekt. Als dat advies niet dringend is, kan het maanden uitblijven. Als het dringend is, heeft de Raad van State één maand de tijd om het te formuleren. In superdringende gevallen kan het in vijf werkdagen. Het parlement beslist autonoom wat het wordt.

Dit kan in principe zelfs meerdere keren na elkaar gebeuren, omdat de discussie na het advies van de Raad in de Kamer altijd tot nieuwe amendementen kan leiden.

III. Door de alarmbel te luiden. Dat kan als drie vierden van een taalgemeenschap zich in haar rechten bedreigd voelt door een wet. De Franstaligen kunnen de alarmbel luiden en dan belandt het dossier-BHV op het bureau van de (paritair samengestelde) ministerraad. Die moet hierover binnen de maand een advies geven. Lukt dat niet, dan zou de regering moeten vallen.

Maar de regering is nu al eerder gevallen. De Franstaligen en de grondwetsspecialisten Jan Velaers (Universiteit Antwerpen) en Johan Vande Lanotte (Universiteit Gent) beweren dat de termijn van een maand geschorst wordt in de periode dat de regering ontslag heeft genomen. Het was volgens hen de logica van de wet. "In een periode van "lopende zaken" kan de ministerraad geen adviezen geven in controversiële dossiers. Bovendien kan de Kamer de regering niet meer doen vallen als dat advies niet goed is, want ze is al gevallen. Er is dus geen sanctie meer", zo luidt het. De Kamercommissie-Landuyt, die hoorzittingen organiseerde over wat kan in een periode van "lopende zaken", sloot zich in juli 1993 bij die visie aan. Ondertussen is wel een en ander veranderd.

Anderen (o.a. de grondwetsspecialisten Matthias Storme, Paul Van Orshoven en Hendrik Vuye) zeggen dat de ministerraad ook in een periode van lopende zaken wél een advies in een alarmbelprocedure kan geven. "Er staat nergens in de wet dat dit niet kan en ook in een periode van lopende zaken kan de regering optreden in dringende materies. Vermits er aan de alarmbel wordt getrokken, gaat het hier om zo'n materie. Tenslotte is de periode van lopende zaken er om de voorrechten van het parlement te beschermen, niet om die van de regering veilig te stellen", zo luidt het daar.

De alarmbelprocedure werd tot nu toe nog maar één keer gebruikt, op 4 juli 1985. De Franstaligen luidden toen de alarmbel over een wetsvoorstel over het Limburgs Universitair Centrum.

Samenvattend: de Franstaligen beschikken nog over heel wat middelen om een stemming over BHV tegen te houden. In de Belgische democratie hebben de minderheden zoveel blokkerings- en vertragingsmogelijkheden dat de meerderheid maar met moeite kan beslissen.

7. WAT KAN NOG NA STEMMING IN DE KAMER?

Dan kan de Senaat nog evoceren, het ontwerp naar zich toetrekken. Het tweede wetsontwerp (over de verkiezingen voor de Senaat) moet hoe dan ook naar de Senaat. En daar kan de hele carrousel opnieuw beginnen, niet alleen met amendementen en de alarmbel, maar volgens sommigen zelfs de belangenconflicten. Storme: "Er is geen precedent en de regeling van de belangenconflicten staat in de wet niet vermeld onder één van de Kamers, maar onder een algemene rubriek. De enen leiden daaruit af dat de belangenconflicten maar één keer kunnen, de anderen dat ze meerdere keren, zowel in Kamer als Senaat kunnen."

8. WAT ALS DE WET UITEINDELIJK IS GOEDGEKEURD?

"Dan is één minister nodig om de Koning te dekken om ze af te kondigen en in het Staatsblad te publiceren", zo menen de professoren Paul Van Orshoven, Matthias Storme en Hendrik Vuye. Maar Johan Vande Lanotte is het daarmee niet eens. Hij wijst erop dat de regering een collegiaal orgaan is en dat dit dus gezamenlijk moet beslissen. Storme: "Voor Vande Lanotte gaat het om een regeringsbeslissing, maar dat is niet zo. Het gaat om een beslissing van de Koning en die heeft maar één minister nodig."

Storme: "Tijdens de hoorzittingen over wat kan tijdens lopende zaken in 1993 waren alle deskundigen, ook professor Marc Uyttendaele, het erover eens dat de Koning in een periode van lopende zaken wetten die door de Kamer zijn goedgekeurd kan bekrachtigen. Iedereen, behalve grondwetsspecialist Francis Delpérée, nu senator voor het cdH, vond dat de Koning die wetten ook moét bekrachtigen."

Professor Patricia Popelier nuanceert: "De Koning moet de wet niet bekrachtigen, maar hij moet wel gedekt zijn door één minister, ongeacht wat hij beslist. Ik vrees dat hij in dit soort controversiële zaken altijd de indruk zal wekken dat hij partij kiest. Als hij tekent, riskeert hij dat de Franstaligen vinden dat hij niet neutraal is. Als hij niet tekent (met de dekking van één Franstalige minister), riskeert hij dat de Vlamingen vinden dat hij niet neutraal is. Wie echter (zoals Vande Lanotte, nvdr) eist dat de hele regering de Koning dekt, voegt een extra beschermings- én blokkeringsmechanisme toe aan de bestaande (alarmbel, pariteit in de ministerraad....)."

9. ZIJN VERKIEZINGEN MOGELIJK ZONDER OPLOSSING VOOR BHV?

Ja, maar in ieder geval zijn ze dan ongrondwettig. Dat hebben de beide voorzitters van het Grondwettelijk Hof duidelijk laten verstaan. Ook als verkiezingen logisch uit de grondwet voortvloeien (omdat ze bv. tot stand kwamen door een automatische ontbinding van de Kamer door een verklaring tot grondwetsherziening of op basis van de artikelen 65 en 70 van de grondwet, die zeggen dat om de vier jaar verkiezingen worden gehouden) zijn ze ongrondwettig, omdat er geen wet is op grond waarvan de verkiezingen grondwettig kunnen worden georganiseerd.

In dat geval botsen wel twee grondwettige normen en het is maar de vraag hoe de rechtspraak en de rechtsleer daar tegen aankijken. Storme: "Die twee normen botsen pas in 2011, omdat dan de legislatuur eindigt. In 2010 is het ontbinden van het parlement op zichzelf een frauduleuze daad. Men gaat immers opzettelijk een situatie creëren waarin men niet anders kan dan ongrondwettige verkiezingen organiseren, terwijl men natuurlijk ook ervoor kan zorgen om die situatie niet te creëren door BHV te splitsen".

Bovendien vervallen bij verkiezingen zonder oplossing voor BHV alle hangende wetsvoorstellen, die nog niet definitief in één kamer zijn goedgekeurd. Dus ook het voorstel-De Crem. Alles moet dus helemaal van voren worden begonnen.

10. KUNNEN ONGRONDWETTIGE VERKIEZINGEN VERHINDERD WORDEN?

Ongrondwettige verkiezingen kunnen in de huidige stand van zaken niet verhinderd worden, zo stelt Evelyne Maes. De kandidaat-verkozenen kunnen niet bij de rechter eisen dat hij het parlement zou dwingen om een wet te stemmen die BHV splitst of de kieskringen op niet-discriminerende wijze samenstelt. Want dan zou de rechter hoe dan ook het recht op vrije meningsuiting van de parlementsleden schenden. Artikel 58 van de grondwet verhindert iedere rechterlijke tussenkomst om een bepaald wetsvoorstel in te dienen of te stemmen. Dat kan niet omdat de rechter dan het beginsel van de scheiding der machten zou schenden.

Misschien moet dit herbekeken worden na het Grosaru-arrest (zie hieronder, nvdr).

11. KUNNEN BENADEELDEN EEN SCHADEVERGOEDING KRIJGEN?

Ja. Kandidaat-verkozenen uit BHV en Leuven kunnen na verkiezingen zonder oplossing voor BHV met succes een schadevergoeding vragen van de Belgische staat. Sinds de "sektenarresten" van het Hof van Cassatie (van 1 juni 2006 in de zaak van de Universele Kerk van het Koninkrijk Gods; van 28 september 2006 in de zaak Ferrara Jung) kan de wetgevende macht aansprakelijk gesteld worden voor fouten die ze maakt. En volgens Cassatie maakt de wetgever een fout wanneer hij verzuimt om wetten die door het Grondwettelijk Hof ongrondwettig zijn bevonden, recht te zetten. Belanghebbende klagers uit Leuven en BHV kunnen dus een schadevergoeding krijgen. Dat werd twee weken geleden nog bevestigd door procureur-generaal Leclercq van het Hof van Cassatie tijdens een hoorzitting over overheidsaansprakelijkheid in de Kamer.

12. KAN EEN BOYCOT TEGEN ONGRONDWETTIGE VERKIEZINGEN?

Ja, door burgemeesters en burgers, maar niet door de provinciegouverneur, zo meent Evelyne Maes.

* Burgemeesters moeten o.a. de kiesbrieven versturen, de kiezerslijsten opstellen en gegevens uit het bevolkingsregister verwerken. Als ze dat niét doen kunnen ze niet vervolgd worden: in het verleden zocht de minister van Binnenlandse Zaken uit of dit kon en dat leidde tot niets. Ook een klacht met burgerlijke partijstelling tegen zes burgemeesters die niet wilden meewerken aan de verkiezingen leidde tot niets. En tuchtrechtelijk kan boycottende burgemeesters niets overkomen, want ze vallen onder de gewesten en Vlaanderen zal Vlaamse burgemeesters die ongrondwettige verkiezingen boycotten zeker niet vervolgen.

* De provinciegouverneur valt tuchtrechtelijk nog altijd onder de federale overheid en kan door haar uit zijn ambt worden ontzet. Hij kan de verkiezingen dus niet boycotten.

* Burgers, die als voorzitter of bijzitter fungeren van een kies- of telbureau, werden in het verleden wel vervolgd en in sommige gevallen veroordeeld, in andere vrijgesproken. Maar dat wordt na de "sektenarresten" moeilijker: "Het is perfect verdedigbaar dat burgers niet willen meewerken aan situaties die schade veroorzaken, in dit geval aan kandidaat-verkozenen in BHV of Leuven", aldus nog Evelyne Maes.

13. KAN HET PARLEMENT ONGRONDWETTIGE VERKIEZINGEN GRONDWETTIG VERKLAREN?

Ja. Het verkozen parlement verklaart zichzelf grondwettig verkozen door de geloofsbrieven van zijn leden te onderzoeken. In 2007 werden 624 bezwaarschriften ingediend omdat BHV niet was gesplitst, ze werden allemaal verworpen. Volgens grondwetsspecialist Johan Vande Lanotte is dit voldoende.

Tegen de beslissing van het parlement is geen enkel beroep mogelijk. De rechters, de Raad van State en het Grondwettelijk Hof verklaarden zich in het verleden onbevoegd om verkiezingen achteraf ongeldig te verklaren.

Kan men zich evenwel indenken dat politici die jarenlang hebben gezegd dat verkiezingen ongrondwettig waren, toch opkomen bij ongrondwettige verkiezingen en zichzelf grondwettig verkozen verklaren? Nee, denkt Evelyne Maes. Maar toch deed Michel Doomst (CD&V) het al in 2007. Als burgemeester van Gooik boycotte hij de vorige federale verkiezingen omdat ze volgens hem ongrondwettig waren. Hij nam evenwel deel, werd verkozen en verklaarde zichzelf grondwettig verkozen. Dit Doomst-effect zou bij de komende verkiezingen wel eens vele navolgers kunnen krijgen.

14. KUNNEN ONGRONDWETTIGE VERKIEZINGEN VERNIETIGD WORDEN DOOR DE RECHTER?

Tot nu toe kon dat niet, maar sinds het Grosaru-arrest van 2 maart 2010 kan het - volgens sommigen althans - wel.

België is met Luxemburg en Italië het enige Europese land waar de verkozenen zichzelf grondwettig verkozen verklaren. Net zoals Hitler en Stalin dat deden! Overal elders gebeurt de controle op de verkiezingen door een onafhankelijk en onpartijdig rechterlijk orgaan. En volgens het Grosaru-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 2 maart 2010 tegen Roemenië is zo'n rechterlijke controle, minstens als beroepsmogelijkheid, verplicht.

De reden ligt voor de hand: er wordt minstens een schijn van partijdigheid gewekt als politici van bepaalde partijen verkozen politici van andere partijen de toegang tot het parlement kunnen weigeren door hun geloofsbrieven af te keuren.

Dat is niet denkbeeldig, want het gebeurde al twee keer in België. Op 18 januari 1979 werd Aline Bernaers (PVV), een Nederlandstalige dame, die door het systeem van apparentering in de Franse Cultuurraad was verkozen, geweigerd. En op 27 november 1985 weigerde de Waalse gewestraad de benoeming van de Vlaming Toon Van Overstraeten (VU). Beide weigeringen waren manifest in strijd met de Grondwet.

Het Grosaru-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verandert de situatie. Het werd unaniem geveld door de 7 rechters van de derde kamer van het Hof. Uit het arrest blijkt dat de goedkeuring van de verkiezingsuitslag door de parlementsleden zelf een schending is van artikel 3 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (over verkiezingen) en van artikel 13 EVRM (recht op effectief rechtsmiddel). Arresten van het Europees Hof van Straatsburg hebben dwingende kracht. Ze gelden dus onmiddellijk, ook in België.

Maar in België bestaat helemaal geen rechterlijk orgaan dat de verkiezingen kan controleren. Ben Weyts (N-VA) wil daarom artikel 142 van de grondwet herzien, zodat het Grondwettelijk Hof in de toekomst die bevoegdheid krijgt. Dat artikel kan nu al herzien worden, de Kamer zou het theoretisch dus nog kunnen doen voor haar eventuele ontbinding. Maar dat is theorie.

"Als er geen rechterlijk orgaan is, dan hebben de gewone rechtbanken die functie. Dat betekent dat iedere belanghebbende, die zich benadeeld voelt door ongrondwettige verkiezingen, naar de rechtbank van eerste aanleg kan stappen om de verkiezingsresultaten te laten vernietigen. Deze gewone rechter moet dan de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof volgen." Dat zegt Matthias Storme.

Volgens Senator Hugo Vandenberghe (CD&V) reiken de gevolgen van het Grosaru-arrest nog verder: "Ook bij de samenstelling van de lijsten kan iedereen uit Leuven en BHV naar het Hof van Beroep van Brussel trekken om voorbereidende handelingen voor deze verkiezingen te laten vernietigen, omdat de verkiezingen ongrondwettig zijn en omdat er nog geen wet is die de rechterlijke controle op de verkiezingen regelt, waardoor de gewone rechter bevoegd wordt.

"En natuurlijk: als een parlement ongrondwettig verkozen is omdat het niet meer volstaat dat de parlementsleden alleen maar zichzelf grondwettig verkozen verklaren om een grondwettig parlement te hebben, dan kan iedere burger achteraf alle wetten die door dat parlement zijn gestemd in concrete geschillen bij de rechtbank betwisten. Want ze zijn gemaakt door een ongrondwettig parlement en dus niet rechtsgeldig. De chaos dreigt dus".

Maar alvast Vandenberghes partijgenoot premier Yves Leterme deelt die mening niet. In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken stelde hij in antwoord op een vraag van Bart Laeremans (VB) dat "het Grosaru-arrest geen gevolgen heeft voor België." Het ging volgens hem alleen over Roemenië en was "te casuïstisch". Hij volgt daarin de mening van een aantal Franstalige grondwetsspecialisten.

Professor Patricia Popelier ziet het genuanceerder: "Uit Grosaru kan je afleiden dat een onafhankelijk rechterlijk orgaan zich moet kunnen uitspreken over betwistingen over de vraag of een bepaalde kandidaat recht heeft op een zetel of niet. In België hebben we zo'n orgaan niet. In die zin kan het arrest dus wel degelijk gevolgen hebben voor België. Maar het Grosaru-arrest gaat niét over de vraag of de rechter de gehele verkiezingen moet kunnen ongeldig verklaren omdat ze ongrondwettig zijn verlopen. Want ons Grondwettelijk Hof kan de kieswet nu al vernietigen als het meent dat die ongrondwettig is."

15. HEEFT PROFESSOR MADDENS GELIJK?

Het Grosaru-arrest wordt net als het hele grondwettelijk recht nogal eens verschillend geïnterpreteerd al naargelang wie dat doet en al naargelang zijn belang. Dat betekent helaas ook dat dit kàn en dus dat die rechtsregels niet voldoende duidelijk zijn.

De Leuvense politoloog formuleerde het zaterdag erg pittig: "Door de opeenvolgende staatshervormingen zijn onze instellingen verworden tot een onontwarbaar kluwen. Het is een hallucinante opeenstapeling van grendels, blokkeringsmechanismen, speciale regelingen en uitzonderingen op de uitzonderingen. Het is een met elk institutioneel compromis hoger geworden vuilnisbelt, met daarboven een zwerm politieke meeuwen op zoek naar een bruikbare hap. Deze verregaande institutionele normvervaging is symptomatisch voor het fin de régime dat we momenteel beleven." Waarvan akte.


*********************************


(UPDATE 3O APRIL 2010: Op donderdag 30 april trokken de Franstaligen in de Kamer aan de alarmbel. Daardoor werd het voorstel om BHV te splitsen naar de ministerraad verwezen. Kamervoorzitter Patrick Dewael (Open Vld) beklemtoonde dat die binnen de maand een advies moet geven, maar omdat de regering is gevallen, wordt die termijn geschorst tot er een nieuwe regering is. Dewael volgt daarbij de visie van de Kamercommissie-Landuyt, die zich in 1993 boog over het begrip "lopende zaken". Het BHV-debat is daarmee definitief van de baan, althans in het parlement. Want door de aangekondigde ontbinding van de Kamer vervalt het voorstel om BHV te splitsen, omdat het niet is goedgekeurd. De hele procedure moet dus opnieuw beginnen.

Er zijn ondertussen nieuwe verkiezingen aangekondigd. Die zijn ongrondwettig. Het valt te bezien hoe de magistratuur en de parketten hierop zullen reageren. De derde macht zou die verkiezingen als een blamage voor haar werk kunnen aanvoelen. Bij de gewone burgers kan gevreesd worden voor antipolitieke oprispingen. "Waarom moet ik mij nog aan de wet houden, als de verkozenen des volks, die het voorbeeld moeten geven, zich niet willen houden aan uitspraken van de hoogste Belgische rechtbank?", zo hoor je her en der. Benieuwd welk antwoord de politici hierop zullen geven...)


*********************************


Meer informatie vindt U in: ALEN, A., e.a., Leuvense staatsrechtelijke standpunten, deel 1, 2008, Die Keure, Brugge, 290 p.

en hier


**********************************


Lees ook:

Rimanque: "Grondwet dreigt warrige akte te worden"