Adam Giza stelt probleem van Europees Aanhoudingsbevel

Print
9 APRIL 2009 - Volgens de Brusselse kortgedingrechter Magerman mag België de Pool Adam Giza (20) niet terugsturen naar Polen om daar zijn celstraf van 20 jaar uit te zitten. Giza kreeg die straf omdat hij Joe Van Holsbeeck neerstak in Brussel. Polen had die wederoverbrenging van Giza naar Polen nochtans als voorwaarde gesteld om de Pool, die in zijn eigen land was gevat, over te leveren aan België om in ons land voor assisen te verschijnen in de zaak-Van Holsbeeck. Maar Giza wil nu zelf niet terug en voor de rechter is dat voldoende om hem hier te houden. Deze affaire is een principekwestie. Ze wijst op gaten in het Kaderbesluit over het Europees Aanhoudingsbevel en op ongelofelijke verschillen tussen de teksten in de verschillende talen.

Giza werd door Polen aan België overgeleverd op basis van een Europees Aanhoudingsbevel (EAB) van 27 april 2006. Het Brusselse parket wilde dat hij hier terechtstond voor zijn aandeel in de MP3-moord op Joe Van Holsbeeck. Die werd op 12 april 2006 in het Brusselse Centraal-Station doodgestoken door Giza en zijn minderjarige kompaan Mariusz O., omdat Van Holsbeeck zijn MP3-speler niet onmiddellijk wilde afgeven. Deze feiten leidden tot grote beroering en tot een betoging tegen zinloos geweld, waaraan 80.000 mensen deelnamen.

Giza, die minderjarig was op het moment van de feiten, was in paniek op de vlucht geslagen naar Polen en werd daar door de politie aangehouden nadat men zijn gsm-verkeer had getraceerd. Hij wilde niet terug naar België. Dat was - volgens zijn advocaat, Mr. Frédéric Clément de Cléty - ook logisch omdat hij geen enkele landstaal kende en als minderjarige bang was van de grote drukte die was ontstaan na de moord op Joe Van Holsbeeck.

Het Hof van Beroep van Beroep van Warschau leverde Giza toch over aan België, maar wel op voorwaarde dat hij in Polen zijn straf zou komen uitzitten. Giza kwam op 2 augustus 2006 in België toe en kreeg op 23 september 2008 twintig jaar cel van het Brusselse assisenhof. De volksjury vond hem schuldig aan slagen en verwondingen met de dood tot gevolg, maar zonder het inzicht te doden.

Giza wilde niet meer terug naar Polen. Hij had ondertussen Frans geleerd, werkte in de gevangenis en gedroeg zich daar als een modelgedetineerde die met niemand moeilijkheden had.

De Pool vreesde bovendien dat hij als zigeuner in de Poolse gevangenissen mishandeld en vernederd zou worden. Talrijke rapporten van Amnesty International en de Verenigde Naties wijzen op systematische plagerijen en aanvallen tegenover de Rom-zigeuners, geweld, veralgemeende discriminatie op het vlak van huisvesting, tewerkstelling, gezondheidszorg, misbruik door de politie, miskenning van de rechten van de zigeuners. De situatie in de Poolse gevangenissen is ook niet echt denderend: (seksueel) geweld komt er regelmatig voor, vooral tegenover Rom-zigeuners.

Bovendien kan Giza in Polen maar pas na de helft van zijn straftijd voorwaardelijk vrijkomen en in België al na een derde.

Giza wilde dus in België blijven en stapte naar de Brusselse kortegdingrechter om zijn overlevering te verhinderen. Hij beriep zich o.a. op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat iedere vernederende en onmenselijke behandeling verbiedt.

Zijn kompaan Mariusz O. is ondertussen vrijgelaten en vrijwillig teruggekeerd naar Polen om er metselaar te worden.

WAT BESLOOT DE KORTGEDINGRECHTER?

Hij besloot dat Giza hier mag blijven. Met de volgende redenering.

De landen leverden vroeger, voor het EAB, bijna nooit hun eigen onderdanen aan andere landen uit om daar een straf te gaan uitzitten. Door het EAB gebeurt dat toch, omdat de landen van de Europese Unie elkaar vertrouwen en omdat het allemaal democratieën zijn. Als tegenhanger van die plotse plicht om eigen onderdanen over te leveren, besloot de EU dat de overleverende staat kan eisen dat de overgeleverde crimineel na zijn veroordeling terug naar zijn herkomstland kan om daar zijn straf uit te zitten. De veroordeelde zou daardoor dichter bij zijn familie zijn en makkelijker sociaal wederaangepast worden in een land dat hij goed kent.

De Brusselse rechter wijst erop dat het recht om naar het eigen land (Polen) terug te keren bedoeld is om de veroordeelde te beschermen, het is een gunst.

Giza heeft zich in Polen tegen zijn overlevering aan België verzet. Dààrom eiste Polen dat hij na zijn berechting zou terugkeren naar Polen. Dit recht op terugkeer was een gunst. Giza zelf kan - volgens de Brusselse kortgedingrechter - van die gunst afzien.

Volgens de rechter moet Giza, vooraleer hij wordt overgeleverd naar Polen, hierover worden gehoord. Dat blijkt uit artikel 5 van het Kaderbesluit van 13 juni 2002 dat het EAB verplicht oplegde in de EU. Uit het feit dat Giza moet gehoord worden, leidt de rechter af dat hij zich tegen zijn terugkeer naar Polen kan verzetten. "Als hij dat niet zou kunnen, zou er immers geen enkele reden zijn om hem te horen", zo stelt hij.

De rechter voegt er aan toe dat ook een ministeriële circulaire van 8 augustus 2005 over de toepassing van het EAB in België vereist dat de persoon die teruggestuurd wordt (Giza dus) hiervoor zijn toestemming moet geven.

Voor de rechter is het duidelijk: België kan Giza niet terugsturen naar Polen omdat Giza zelf daarmee niet akkoord gaat.

Justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) kondigde al aan dat hij in beroep gaat, omdat het volgens hem onmogelijk is dat Giza "de gunst van terugkeer" achteraf nog zou weigeren. Het is zo afgesproken met Polen en België moet zich aan die afspraak houden, aldus De Clerck.

PROBLEMEN

De beslissing van rechter Magerman roept een aantal problemen op. Jeroen De Herdt, onderzoeker in het strafrecht aan de Universiteit Antwerpen, zet ze op een rij en hij meent dat de Belgische staat Giza moet terugsturen naar Polen.

Hij ziet daarvoor twee redenen:

1. Het is zo overeengekomen tussen Polen en België op verzoek van Polen. "België zal alle internationale geloofwaardigheid verliezen als Giza niet wordt overgeleverd. Zal Polen in de toekomst nog een Pool, die hier in België criminele feiten heeft gepleegd, willen overleveren, als België zich niet aan de afspraken over de terugzending van criminelen na de veroordeling houdt?"

Volgens De Herdt steunt het EAB op het wederzijds vertrouwen tussen de staten van de Europese Unie. "Door Giza niet over te leveren ondergraaft België één van de basisbeginselen van het EAB", aldus De Herdt.

2. "De rechter interpreteert het Kaderbesluit van de Europese Unie, waardoor het EAB werd ingevoerd, te ruim. Dat is mogelijk omdat er een andere Franse en Nederlandse tekst is. Beide teksten zijn even authentiek, maar kunnen toch tot grote interpretatieverschillen leiden", aldus De Herdt.

In de Franse tekst staat dat iemand als Giza aan Polen kan worden overgeleverd "après avoir été entendue" (na gehoord te zijn), in de Nederlandse staat dat iemand als Giza aan Polen kan worden overgeleverd "na te zijn berecht".

Uit de Franse tekst leidt de rechter af dat Giza moest worden gehoord over zijn overlevering en hij besluit hieruit verder dat Giza het recht heeft om zijn overlevering te weigeren. (Volgens de advocaten van de Belgische staat vloeit het ene niet automatisch voort uit het andere, nvdr).

De Herdt meent dat het Europees Hof van Justitie van Luxemburg duidelijk moet maken wat nu juist bedoeld wordt in dit geval. Het moet ook duidelijk maken of de overgeleverde zich tegen zijn wederoverbrenging kan verzetten of niet.

De rechter interpreteert volgens De Herdt ook de circulaire van Justitieminister Onkelinx verkeerd.

"De eerste verwijzing naar die circulaire geldt niet in het geval-Giza omdat ze over de omgekeerde situatie gaat. Ze geldt nl. alleen als België een Belg moet overleveren aan een ander land van de Europese Unie. En de tweede verwijzing is niet juist weergegeven. In de laatste paragraaf van die verwijzing staat uitdrukkelijk dat de beslissing tot wederoverlevering sowieso moét worden genomen."

Voor De Herdt kan die circulaire dus niet worden ingeroepen om Giza hier te houden. (De advocaten van de staat voegen daar aan toe dat een circulaire geen rechtsbron kan zijn. Men kan er zich niet op steunen om er rechten uit te putten. Daar komt nog bij dat de bewuste passage waarop de kortgedingrechter zich steunt in het Nederlands ook anders is dan in het Frans! Het Franse woord "s'apparenter" (verwant zijn met) wordt in het Nederlands vertaald door "overeenstemmen", wat toch iets anders is, nvdr).

De Herdt denkt wel dat deze zaak een principezaak kan worden. Ze kan duidelijk maken of een veroordeelde het recht heeft om niét naar zijn eigen land terug te keren, maar ze is ook interessant omdat ze de mensenrechten tegenover internationale afspraken stelt. Giza beroept zich immers ook op de behandeling die hij riskeert in een Poolse gevangenis.

"Staan de mensenrechten boven de verplichtingen die EU-staten onder elkaar hebben aangegaan (in dit geval om Giza terug te sturen naar Polen) of niet? De rechtsleer is hierover verdeeld. Het zou nuttig zijn mocht een hogere rechter het antwoord op die vraag geven. Persoonlijk denk ik dat de Belgische kortgedingrechter hier zeer terughoudend in moet zijn. Ook Polen is een democratie, een lidstaat van de EU, waar iedereen tegen schendingen van de mensenrechten in beroep kan gaan bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Wie is dan een Brusselse kortgedingrechter om het Poolse rechtssysteem te veroordelen? Hoe zouden wij gereageerd hebben als de Poolse rechter destijds de overlevering van Giza had geweigerd omdat België de mensenrechten schendt omdat assisenverdicten niet gemotiveerd moeten zijn?", aldus De Herdt.

Professor Gert Vermeulen (Europees strafrecht, Universiteit Gent) denkt ook dat Giza naar Polen terug moet. "Al voor het assisenproces is door het Hof van Warschau beslist welk strafuitvoeringsrecht van toepassing zou zijn na de veroordeling van Giza. Dat is het Poolse. Giza had toen al zijn argumenten moeten naar voor brengen. De enige mogelijkheid die nu nog rest, is dat Giza een nieuwe procedure in Polen start om de Poolse rechters te vragen om afstand te doen van de eis dat hij zijn straf in Polen uitzit".

Vermeulen wijst erop dat wanneer België Giza niet terug overlevert, "Polen deze problemen met België kan doorrapporteren aan Eurojust en zelfs aan de Raad van Ministers van de Europese Unie. Daarvoor bestaat een juridisch mechanisme. Afwachten of Polen dat zal toepassen".

Er zijn dus meerdere hogere instanties die over deze zaak een definitieve beslissing kunnen vellen, mocht het geschil escaleren.

BEDENKINGEN

1. De advocaten van Giza betogen alvast dat het "wederzijds vertrouwen dat de lidstaten van de Europese Unie in elkaar stellen" deze lidstaten niet vrijstelt van de verplichting om de mensenrechten na te leven.

Dat is juist, maar het is ook zo dat de mensenrechten zo'n multi-interpretabel begrip dreigen te worden dat iedere internationale afspraak erdoor op de helling gezet kan worden. En dat kan niet de bedoeling zijn. Zolang de rechtssystemen en de toepassing ervan in de EU-lidstaten sterk van elkaar blijven verschillen, zullen deze discussies blijven duren. De uiteindelijke oplossing ligt in één Europees straf- en strafprocesrecht en één detentierecht. Maar dat is verre toekomstmuziek.

2. Wat er ook van zij, het blijft verbazen dat de Belgische staat en de Europese Unie zo licht oordelen over de behandeling van Rom-zigeuners in Polen en over de wantoestanden in Poolse gevangenissen. Terwijl België altijd het bezwerende vingertje hoog houdt en met vervolging dreigt tegen het kleinste discriminerende pamfletje, worden in deze zaak-Giza manifeste wantoestanden genegeerd, ook door die organisaties die anders altijd te vuur en te zwaard discriminatie bestrijden. Wat meer consequentie is zeker gewenst, los van de vraag of Giza nu al dan niet terugmoet naar Polen.

3. De Europese leiders zouden best - los van de zaak-Giza -snel de gaten in het Kaderbesluit over het Europees Aanhoudingsbevel dichten en de vertaalproblemen uit de wereld helpen. Ze zouden er goed aan doen om het Europees Aanhoudingsbevel eenvormig te maken met de Europese Conventie van Straatsburg van 21 maart 1983. Door die conventie (van de Raad van Europa, niet van de Unie!) kunnen gedetineerden hun straf in eigen land uitzitten, als ze dat willen. Momenteel bestaan beide wettelijke instrumenten (Conventie en EAB) tegelijkertijd naast elkaar en ze verschillen: in de Conventie is toestemming voor overbrenging vereist, in het EAB, voor zover dit apart gebruikt wordt om een straf uit te zitten, niet. Gelijkschakeling in de één of de andere richting dringt zich op.

De zaak-Giza is niet de enige waarin het EAB ter discussie staat. Nederland weigert gewoon eigen onderdanen over te leveren voor het uitzitten van een straf. De Europese Unie zou er goed aan doen het Kaderbesluit op het vlak van de mensenrechten te verfijnen zodat duidelijk is wat het zwaarste weegt: de mensenrechtenverdragen of de overlevering naar een andere EU-lidstaat. De loutere veronderstelling dat alle mensenrechten in alle lidstaten van de EU gerespecteerd worden, is niet alleen te makkelijk, maar ook onjuist. De vele veroordelingen voor schendingen van de mensenrechten in Straatsburg van EU-lidstaten bewijzen dat.

4. De huidige regelingen maken een eenvoudige zaak ingewikkeld. Het gezond verstand leert dat de straf moet worden uitgevoerd waar het misdrijf is gepleegd, niét op een andere plek op de aardbol.

Lees ook:

Europees Aanhoudingsbevel blijft geldig

Moet assisen hervormd worden na de zaak-Van Holsbeeck?