Parketten en Comité I adviseren over nieuwe BIM-wet

Print
Parketten en Comité I adviseren over nieuwe BIM-wet

Parketten en Comité I adviseren over nieuwe BIM-wet

13 FEBRUARI 2009 - De Senaatscommissie Justitie discussieert momenteel over de BIM-wet. Deze wet regelt de methoden die de spionnen van de staatsveiligheid mogen gebruiken (telefoontap, huiszoeking, camera's…) om hun informatie in te zamelen.

Uit de eerste hoorzittingen bleek nogal forse, maar deels tegengestelde kritiek, van het Comité I en het federaal parket op dit voorstel, dat door Senator Hugo Vandenberghe werd ingediend. Zo vindt het Comité I dat het niet kan dat de resultaten van een telefoontap door de staatsveiligheid na één jaar niet meer mogen gebruikt worden.

Het kan ook niet dat onwettig verkregen informatie (bv. over een nakende terreuraanslag) helemaal niet mag benut worden. Het federaal parket is dan weer boos omdat journalisten beter beschermd worden tegen de BIM-methodes dan rechters en ministers.

De BIM-wet (wet op de bijzondere inlichtingenmethoden, nvdr) moet in de toekomst de methoden regelen waarmee de twee Belgische inlichtingendiensten, de Staatsveiligheid (SV) en de militaire veiligheid (ADIV), mogen werken om hun inlichtingen over bedreigingen tegen de staat (terreuraanslagen, verspreiding van kernmateriaal, staatsgrepen…) en het wetenschappelijk potentieel in te zamelen.

De BIM-wet komt er naar analogie met de BOM-wet, die de bijzondere methoden voor de politiediensten, regelt.

Ze is een initiatief van senator Hugo Vandenberghe (CD&V). Maar zijn tekst steunt op een eerder wetsontwerp van voormalig Justitieminister Onkelinx (PS), dat tijdens vorige legislatuur niet kon worden goedgekeurd.

Er is trouwens ook al sprake van een BAM-wet, die de bijzondere methoden van de bestuurlijke politie moet regelen. Het gaat dan over cameragebruik door de politiediensten om ordeverstoring in de gaten te houden.

Terreuralarm in Brussel, einde 2007


De BIM-wet voert drie soorten methoden in al naargelang een methode ingrijpender is voor de burger: de gewone, de specifieke en de uitzonderlijke methoden.

Een bepaalde methode kan maar gebruikt worden als de vorige onvoldoende resultaat oplevert. De regeling is voor iedere opeenvolgende methode strenger (meer vereisten vooraf qua motivering, aard van de dreiging, meer controle vooraf en achteraf e.d.).

De gewone methoden bestaan uit het inzamelen van publiek toegankelijke gegevens via de pers, openbare rapporten, vergaderingen e.d. De inlichtingendiensten kunnen ook informatie opvragen bij overheidsdiensten, hoteleigenaars e.d.

Voor de gewone methoden is er - buiten de controle door het Comité I, dat de werking van de inlichtingendiensten in het algemeen controleert, en de controle door het parlement op dit Comité I - geen bijzondere regeling.

De specifieke methoden zijn: observatie van een openbare plaats (of van een private plaats die toegankelijk is voor het publiek, zoals een discotheek of een kerk) met technische middelen (bv. een camera); doorzoeking van dit soort plaatsen met technische middelen; kennis nemen van de afzender of de geadresseerde van post of van de eigenaar van een postbus; kennisnemen van wie telefoneert met wie of van het IP-adres van een computer.

In dit geval moet het diensthoofd van de inlichtingendienst schriftelijk beslissen om de methode te gebruiken. Er moet een potentiële dreiging bestaan en elke maand moet de controlecommissie een lijst krijgen met de genomen maatregelen.

Uitzonderlijke methoden zijn: de observatie in woningen; het oprichten van een front store (een nepbedrijf of nepvzw om zo inlichtingen in te zamelen, nvdr); doorzoeking van private plaatsen; openen van post; inzamelen van gegevens op bankrekeningen; hacken van computers, behalve die van de overheid; telefoontap.

Afluisterapparatuur


Deze methoden mogen slechts uitzonderlijk worden gebruikt. Er moet een ernstige dreiging zijn. Het diensthoofd moet de controlecommissie op voorhand inlichten en die moet binnen de drie werkdagen hiermee akkoord gaan. Als dat niet zo is, dan kan de methode niet toegepast worden.

De toestemming om de methode te gebruiken moet de aard van de ernstige dreiging bevatten, maar ook de redenen waarom het gebruik van de methode onontbeerlijk is, tegenover welke personen, plaatsen of gebeurtenissen ze wordt gebruikt, welke technische middelen men gebruikt, hoe lang ze duurt en wie ze uitvoert. Als een van deze punten niet is vermeld op de toelating, dan zal de controlecommissie ze sowieso afwijzen.

Een BIM-controlecommissie van drie magistraten, geleid door een onderzoeksrechter doet de controle van de methoden vooraf en terwijl ze nog bezig zijn. Van alle specifieke methoden wordt ze maandelijks ingelicht, voor alle uitzonderlijke moet ze mee toestemming geven.

Het Comité I controleert de methoden achteraf. Dat is één van de grote verschillen met het aanvankelijke ontwerp van voormalig Justitieminister Laurette Onkelinx (PS). Zij had die controle achteraf willen laten uitvoeren door een apart college. Maar dat zag Hugo Vandenberghe niet zitten. Dat college zou nl. niét door het parlement kunnen worden gecontroleerd en het zou het werk van het Comité I beduidend uithollen. Bovendien zou het college onwettig ingewonnen data kunnen vernietigen, zodat het Comité I dit later niet meer zou kunnen onderzoeken.

De Senaatscommissie Justitie discussieert momenteel over deze BIM-wet. Ze organiseerde al een serie hoorzittingen met een aantal betrokkenen. Daarbij zijn vooral de commentaren van de twee belangrijkste tegenspelers terzake, het Controlecomité I en het federaal parket, van groot belang.

Wat zegt het Comité I?

1. Het Comité I wil liever niet dat de inlichtingendiensten ingeschakeld worden voor lopende gerechtelijke opdrachten, zoals het voorstel-Vandenberghe wil.

Waarom niet?

* De inlichtingendiensten en de parketten hebben ieder een eigen doelstelling en die moet worden gerespecteerd.

* Door de inlichtingendiensten in te schakelen voor gerechtelijke opdrachten neem je daar mensen weg die broodnodig zijn voor het inzamelen van informatie zelf.

* In het voorstel kan het gerecht de inlichtingendiensten verzoeken om bepaalde observaties te doen, een private plaats te doorzoeken of telefoonnummers te registreren. Het gerecht zou deze taken door de inlichtingendiensten kunnen laten doen in een gewoon opsporingsonderzoek van het parket, terwijl ze juridisch alleen maar kunnen in een gerechtelijk onderzoek van een onderzoeksrechter. Het gerecht zou door deze mogelijkheid dus de strenge vereisten van de BOM-wet kunnen omzeilen.

* Het is - volgens het Comité I - ook niet duidelijk welke methoden precies mogen gebruikt worden om het gerecht te helpen.

* En tenslotte kunnen de inlichtingendiensten blijkbaar ook administratieve overheden helpen met gewone en specifieke methoden. Ook dit kan niet door de beugel.

Guy Rapaille, voorzitter Comité I


2. Na de BIM-wet zal het niet meer mogelijk zijn om mensen die misdrijven plegen bij de uitoefening van de gewone methoden, straffeloos te maken. De BIM-wet kwam er vooral na de zaak-Erdal. In die zaak moest de staatsveiligheid Erdal laten ontsnappen omdat de volgauto niet door een rood licht kon rijden. Dat zal in de toekomst nog steeds niet kunnen en dat gaat niet.

Aan de andere kant kunnen burgers, die meewerken aan een groep die de SV wil opvolgen, en leden van een buitenlandse inlichtingendienst misdrijven plegen bij het inwinnen van informatie voor de SV. De toelating hiervoor kan zelfs achteraf worden gegeven. Die regeling gaat voor het Comité I te ver en biedt te veel mogelijkheiden tot misbruik.

3. Het gaat niet op dat het gerechtelijk onderzoek altijd absoluut voorrang heeft op het inlichtingenwerk. Beide zaken zijn belangrijk en moeten in ieder concreet geval apart worden afgewogen, hetzij door de commissie die waakt over de toepassing van de BIM-methoden, hetzij door de verantwoordelijke minister.

4. De regeling van de gewone methoden faalt op bepaalde punten. Zo kan een schaduwoperatie in het voorstel-Vandenberghe onbeperkt blijven duren, voor zover dat niet in private plaatsen gebeurt.

En de manier waarop met informanten moet worden gewerkt blijft helemaal geheim. Dat kan niet. Ook de informantenwerking moet openbaar worden geregeld, zoals dat in de BOM-wet het geval is. Het Comité I was in het verleden behoorlijk kritisch over die informantenwerking van de staatsveiligheid.

5. Als een inlichtingendienst informatie moet krijgen van het gerecht, van ambtenaren of van een openbare dienst, dan kunnen die laatsten weigeren om die informatie te geven. Dat kan in het huidige voorstel als een lopend gerechtelijk of opsporingsonderzoek in gevaar komt, als iemands leven bedreigd is, als de inzameling van gegevens over het witwassen van misdaadgeld op de tocht staat, als iemands privéleven ernstig geschaad wordt.

Het Comité I vindt dat die weigering alleen maar mag kunnen als iemands fysieke integriteit in gevaar komt. Bovendien moet de commissie die toeziet op de BIM-methodes zich kunnen uitspreken over betwistingen terzake.

Alain Winants, hoofd staatsveiligheid


6. Het voorstel zegt dat onwettig ingezamelde informatie niet gebruikt mag worden. Ook dat ziet het Comité I niet zitten.

Deze maatregel is niet effectief, omdat de BIM-commissie maar pas na enige tijd wordt ingelicht van de gebruikte (speficieke) methode. De gegevens kunnen dan al doorgestuurd zijn naar OCAD, het centrale terreurorgaan, of al verwerkt zijn in analyses.

Deze maatregel is onduidelijk. Geldt hij alleen voor de nieuwe gegevens of ook voor data die al verwerkt zijn? Geldt hij alleen voor de twee Belgische inlichtingendiensten of niet?

Deze maatregel is vooral onwenselijk. Veronderstel dat de SV een huiszoeking doet op een moment dat ze dit niet meer mag en ze verneemt zo dat er een terreuraanslag op het Brusselse centraal station is gepland. Dan mag zij die gegevens niet gebruiken, niet meedelen aan de bevoegde diensten! Dat kan al helemaal niet, meent het Comité I.

Het Comité I heeft ook een alternatief. Iedere keer als een spion zijn boekje te buiten gaat moet een tucht- of een strafonderzoek worden opgestart. Veel van de BIM-methodes zijn immers strafbaar als de inlichtingendiensten ze niet plegen (valse naamdracht, afluisterverbod, huisvredebreuk, informaticacriminaliteit…).

De straffen op deze misdrijven moeten worden verdubbeld als ze door spionnen worden gepleegd.

7. De toestemming voor uitzonderlijke BIM-methodes, zoals het afluisteren van telefoons, moet volgens het Comité I door de verantwoordelijke minister (meestal Justitie) worden gegeven, niet door het diensthoofd (meestal Winants van de SV), zoals het voorstel-Vandenberghe bepaalt.

8. Als de SV wil weten van wie een postbus is, dan moet ze dat vragen aan De Post. In het huidige voorstel moet ze de motivering voor die vraag meedelen aan de postbediende. Néé, zo meent het Comité I. Dat klopt niet met de belangen van de staat en evenmin met de bescherming van de privacy.

9. De SV mag in de toekomst binnendringen in informaticasystemen van derden zonder dat die dat weten, maar niet in systemen van de overheid. Ook die kunnen echter gebruikt worden om een terreuraanslag voor te bereiden. Bovendien kan de SV niet inbreken in de gebouwen waar die informaticasystemen staan en dat kan soms nodig zijn om het informaticaverkeer te controleren. Beide lacunes moeten worden verholpen, meent het Comité I.

Telefoontap


10. De resultaten van een telefoontap door de SV mogen slechts één jaar 'gebruikt' worden. Het Comité I ziet niet in waarom.

Volgens het Comité I is ook niet duidelijk hoe ver dit gebruiksverbod gaat: mogen de data nog benut worden door het gerecht? Mogen ze nog benut worden in een veiligheidsonderzoek van een bepaalde persoon die bij de Navo wil komen werken?

Het Comité I is tenslotte verbaasd dat dit gebruiksverbod na een jaar alleen geldt voor de resultaten van telefoontaps en niet voor die van andere, zeker even indringende methodes.

11. Spionnen die vermoeden dat een misdaad (bv. een moord) of wanbedrijf (bv. een diefstal) zal worden gepleegd, moeten dat signaleren aan het gerecht. Momenteel is de regeling zo dat iedere ambtenaar die kennis heeft van zo'n misdrijf dat moet melden. De BIM-wet breidt dat voor spionnen uit: ook als ze zo'n misdrijf vermoeden, moeten ze het melden.

Het Comité I is daar tegen. In dit soort gevallen moet men, zoals in Nederland of Duitsland, telkens in ieder concreet geval beslissen. Doodeenvoudig omdat de melding van een nakend misdrijf de lopende operaties van een inlichtingendienst in gevaar kan brengen.

12. Er is geen uitgewerkte regeling voor het doorspelen van gegevens aan buitenlandse inlichtingendiensten, zoals MI5 of de CIA. De wet zou duidelijk moeten bepalen welke vorm de samenwerking van onze SV met deze dingens aanneemt. En dat doet ze nu niet.

MI5-hoofdkwartier in Londen


13. Of de BIM-methodes wel mogen worden toegepast, wordt vooraf gecontroleerd door een Commissie van drie rechters (een onderzoeksrechter-voorzitter, een rechter van de zetel, een parketmagistraat). Het Comité I vindt dat goed, maar heeft hierbij bedenkingen:

* Er zouden minstens vier efectieve leden moeten zijn en ook vier effectieve plaatsvervangers. Iedereen moet immers permanent beschikbaar zijn, want de commissie kan niet vergaderen als alle leden er niet zijn.

* De vereiste kwaliteiten die men aan de commissielden stelt zijn zo hoog dat het zeer moeilijk zal zijn om dergelijke leden te vinden.

* Bovendien moet die commissie een eigen griffier en eigen personeel hebben.

14. De BIM-methodes worden achteraf gecontroleerd door het Comité I zelf. Dat is een van de belangrijkste verbeteringen in vergelijking met het vorige ontwerp van Justitieminister Laurette Onkelinx. Zij richtte voor die controle achteraf een nieuw college op. Daardoor zouden de bevoegdheden van het Comité I grotendeels worden uitgehold.

Maar toch heeft het Comité I terzake nog vragen. Het wil dat de spionnen zich niet kunnen beroepen op het geheim van een lopend onderzoek van het gerecht om niets te zeggen aan de controleurs van het Comité I.

Dat gebeurt nu vaak en daardoor is bijna geen controle op het werk van de spionnen meer mogelijk: vanaf het moment dat het gerecht zich ook met de zaak bezighoudt valt de controle weg.

Wat vinden de parketten?

Namens het college van procureurs-generaal brachten de Gentse procureur-generaal Frank Schins, maar vooral federaal procureur Johan Delmulle, een overzicht van hun verzuchtingen en bedenkingen. Hun visie is op bepaalde punten flagrant in tegenspraak met deze van het Comité I.

Frank Schins


A. Ze wilden dat het parlement erover waakt dat de BIM- en de BOM-wet dezelfde definities van cruciale begrippen ("post", "technisch hulpmiddel", "private plaats"…) hanteren en dezelfde straffen op hetzelfde soort vergrijpen stellen.

Als iemand van De Post niet wil meedelen wie eigenaar is van een postbus aan iemand van de staatsveiligheid, kan hij hiervoor een boete tot 550.000 euro krijgen. Als hij dat niet wil zeggen aan een onderzoeksrechter kan hij bovendien aangehouden worden en 1 jaar cel krijgen. Delmulle vond dat dit moet worden gelijkgeschakeld.

B. Het gaat ook niet op dat de inlichtingendiensten van de BIM-wet meer mogelijkheden krijgen dan de politie van de BOM-wet.

Dat is zo bij de doorzoeking van de woning, waar spionnen ook afgesloten voorwerpen (brieven, kluizen) mogen openen en flikken niet.

De politie kan door de BOM-wet ook niet onder een valse naam een informaticasysteem hacken en de beveiliging ervan opheffen, de SV kan dit wel.

Wie de identiteit van een informant van de SV, van zijn undercoveragent onthult, is strafbaar, maar voor de politie geldt die bescherming niet. Dat laatste moet zeker gebeuren, vond Delmulle.

C. Het voorstel-Vandenberghe beschermt advocaten, artsen en journalisten beter dan magistraten, ministers, provinciegouverneurs, leden van de Raad van State of het Grondwettelijk Hof.

Een specifieke of uitzonderlijke BIM-methode kan tegen vertegenwoordigers van de eerste drie groepen alleen maar gebruikt worden als ze persoonlijk actief meewerk(t)en aan de dreiging (bv. een advocaat of journalist die meehelpt aan een terreuraanslag), maar bij alle andere groepen geldt die bescherming niet.

D. Bij doorzoekingen van de woning van een advocaat, arts of journalist (die zonder medeweten van de betrokkenen gebeurt, nvdr) moet de voorzitter van de Orde (van advocaten, geneesheren of van de journalistenbond) aanwezig zijn.

Bij andere uitzonderlijke BIM-methodes (telefoontap, controle op emailverkeer…) bij advocaten, artsen of journalisten moet de voorzitter van de contolecommissie aanwezig zijn in het voorstel-Vandenberghe. Dat is onhaalbaar, omdat sommige methodes lang duren.

E. Een agent van de SV kan onder een valse naam optreden. Maar moet dit altijd kunnen, ook als hij beroemde personen beschermt of een veiligheidsonderzoek uitvoert? Niet dus, vindt Delmulle.

F. Het kan voor Delmulle ook niet dat de BIM-controlecommissie beslist of en informant of een spion een bepaald misdrijf mag plegen tijdens het uitvoeren van een BIM-methode (bv. een vals document opstellen door een infiltrant in een terreurorganisatie).

De beslissing om een misdrijf niet te vervolgen hoort toe aan het parket, vinden de pg's, niét aan een bestuurlijke commissie. Als die daar toch over gaat, zou de toestemming schriftelijk moeten zijn en moeten de leden van die commissie ook straffeloos blijven. Daar is nu geen regeling voor.

Johan Delmulle


G. De parketten vinden het - in tegenstelling tot het Comité I - heel goed dat de inlichtingendiensten geen onderzoeken mogen voeren die gerechtelijke of opsporingsonderzoeken kunnen schaden.

Maar hoe zullen de inlichtingendiensten weten dat het parket een onderzoek voert? Dat kan alleen door een dagelijkse samenwerking tussen de federale procureur en de hoofden van de inlichtingendiensten.

H. De parketten vinden - in tegenstelling tot het Comité I - dat zij zeker informatie aan de inlichtingendiensten moeten kunnen weigeren als dit een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek in gevaar kan brengen. Dat staat zo in het voorstel van BIM-wet en dat vinden de parketten heel goed.

Maar het voorstel-Vandenberghe kan wel zo geïnterpreteerd worden dat de inlichtingendiensten toegang krijgen tot de ANG (algemene nationale gegevensbank van de politie, nvdr) omdat dit een databank uit de openbare sector is. En dat kan voor de parketten niet.

I. Er is geen duidelijke regeling uitgewerkt om inlichtingen van de SV mee te delen aan het gerecht.

J. De inlichtingendiensten kunnen meewerken aan gerechtelijke onderzoeken, maar gegevens die ze via uitzonderlijke methodes hebben verworven mogen ze niet meedelen aan het gerecht. Maar dat zijn nu net de interessantste zaken, meent Delmulle.

K. De SV moet iemand tegenover wie een specifieke of uitzonderlijke BIM-methode werd gebruikt daarvan inlichten binnen de vijf jaar na het einde van die methode. Dat kan niet, menen de parketten, omdat dit op termijn het werk van de inlichtingendiensten ernstig kan bemoeilijken.

Op de andere hoorzittingen en het parlementaire debat zelf komen we terug in een volgend stuk.