Achiel Olbrechts koestert Oost-Duitse auto’s

Print
Achiel Olbrechts koestert
Oost-Duitse auto’s

Achiel Olbrechts koestert Oost-Duitse auto’s Foto:

Meewarig doen over Oost-Duitse wagens als Barkas, Wartburg en last but not least Trabant is op de ziel trappenvan Katelijnenaar Achiel Olbrechts. De vroegere dealer van deze auto’s heeft sinds 1997 in Katelijne een IFAmuseum.Een ode aan de autoindustrie in de voormalige DDR, het communistische Duitsland.

Als verkoper van tweedehandse vrachtwagens trok Achiel Olbrechts eind jaren vijftig van de vorige eeuw regelmatig naar Duitsland. Op zoek naar interessante koopjes. “Door de contacten kreeg ik begin jaren zestig verscheidene keren de vraag om dealer te worden van de merken Wartburg, Barkas en Trabant. Ik had die vraag steeds afgeketst. Toen de verkoop van de vrachtwagens in 1962 stagneerde, vroeg ik aan een vertegenwoordiger van die merken om me voor de Katelijnse jaarmarkt enkele modellen te bezorgen. Ik verkocht twee auto’s. Ik kon dus niet meer terug”, vertelt de 73-jarige Olbrechts.

Hoewel er toen in België een tachtigtal dealers van Oost- Duitse wagens waren, bouwde Olbrechts een bijzonder goede band op met de fabrieken. “Ik heb zelfs nog een garage gehad in Eisenach, waar de Wartburgs werden gebouwd. Zo kon ik uitgroeien tot een expert van Oost-Duitse auto’s. Toen in 1989 de Muur viel, zijn veel Oost-Duitsers met hun Trabantjes naar de grens met Oostenrijk gereden. Maar honderden strandden onderweg met pech. Op vraag van het Rode Kruis ben ik toen een week naar Oost-Duitsland getrokken om die mensen te helpen. Toen overwoog ik al een museum op te richten. Dus vroeg ik aan de mensen die ik hielp met mij contact op te nemen wanneer ze hun auto van de hand deden.” In 1997, zes jaar nadat de laatste Wartburg en Barkas van de band waren gerold, opende het IFA-museum zijn deuren. Bij elk van de tweeëntwintig tentoongestelde auto’s heeft Achiel Olbrechts een verhaal. De collectie telt ook een authentieke Melkus RS1000, waarvan slechts 101 exemplaren zijn gemaakt.

Het vroegere klooster van de ursulinen in Onze-Lieve- Vrouw-Waver lokt jaarlijks veel toeristen, die vooral de wintertuin in art nouveau-stijl willen bezichtigen. Vooral de koepel van het complex springt in het oog. De wintertuin met exotische planten werd gebouwd in 1900 om de buitenlandse studentes wat meer thuis te laten voelen.

Aan de oever van de Nete bouwden de cisterciënzerinnen in de dertiende eeuw het abdijdomein Roosendael. Na de Franse Revolutie werd de abdij eind achttiende eeuw grotendeels gesloopt. Het monumentale poortgebouw, het pesthuis, het koetshuis, een deel van de ommuring, een deel van het abdissenkwartier, een ijskelder en enkele archeologische vondsten zijn wel bewaard gebleven en maken deel uit van het jeugdverblijfscentrum Roosendael.