Hoogbejaarde bekent na 57 jaar moord op Lahaut

Print
Hoogbejaarde bekent na 57 jaar moord op Lahaut

Hoogbejaarde bekent na 57 jaar moord op Lahaut

”57 jaar lang had de man gezwegen. De opluchting dat hij zijn grote geheim niet mee in zijn graf moest nemen, stond op zijn gezicht te lezen”, zegt televisiemaker Philippe Gyselbrecht. Tijdens het draaien van een documentaire over de moord op communistenleider Julien Lahaut ging een hoogbejaarde uit Halle onverwacht tot bekentenissen over.
BR>
Is de dader van een van de meest ophefmakende politieke moorden in het land eindelijk ontmaskerd?

Op Canvas vertelt een tachtiger uit het Vlaams-Brabantse Halle binnenkort dat hij Julien Lahaut in 1950 doodschoot. De bekentenis is op 17 december te zien in een documentaire van Philippe Gyselbrecht en Ria Van Alboom. Lahaut, voorman van de Kommunistische Partij (KP), werd neergekogeld omdat hij ervan werd verdacht op 11 augustus 1950 bij de eedaflegging van koning Boudewijn in het parlement “Vive la république” te hebben geroepen. Het onderzoek werd in 1972 afgesloten zonder dader.

De feiten zijn allang verjaard.

Het in 1983 uitgebrachte boek van historici Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen had het over drie commandoleden: de Limburgse verzetsleider en communistenhater François Goossens die de schoten loste met als medeplichtigen een zoon en schoonzoon van de toenmalige Halse burgemeester Devillé (CVP). Alledrie de mannen zijn al overleden. Het was dan ook onverwacht dat de documentairemakers onlangs in Halle op een vierde man stootte die spontaan de moord bekende.

Hoewel hij anoniem wil blijven, verraadt hij zichzelf door de twee medeplichtigen van Goossens als ”mijn broer en mijn schoonbroer” te benoemen. Van alle burgemeesterszonen van Devillé is enkel Eugène Devillé nog in leven. ”Onze getuige wilde enkel spreken als we zijn anonimiteit konden waarborgen. Hij liet dit zelfs contractueel vastleggen, wat bewijst dat hij ondanks zijn hoge leeftijd nog zeer lucide is”, reageert Gyselbrecht.

”Verwacht dus niet dat ik ga bevestigen dat het om Eugène gaat. We kwamen hem toevallig op het spoor. Door gesprekken met tijdgenoten wilden we de sfeer van de koude oorlog in Halle schetsen. Heel zijn leven had hij gezwegen, zelfs tegen zijn familie. Hij leefde in de waan dat hij nog altijd in de gevangenis kon vliegen. Toen wij duidelijk maakten dat dat niet het geval was, ging de stop ineens uit de fles.”

De man beweert dat Goossens hem gevraagd had hem te vergezellen naar het huis van Lahaut in Seraing. Ze zouden het samen doen. Maar toen Lahaut in de deuropening verscheen, gaf Goossens geen kick. ”Ik heb toen geschoten”, aldus de bejaarde nu. Dat Goossens achteraf op café in Halle opschepte dat hij ”dén communist” had geëxecuteerd, was altijd blijven steken.

Theaterstuk
Theatermaker Stijn Devillé, een neef van Eugène, maakte in 2002 een theaterstuk over belangrijke moorden uit de vaderlandse geschiedenis, waaronder die op Lahaut. ”Als het klopt, dan is dit een goed bewaard familiegeheim. Mijn tantes en nonkels zijn naar het stuk komen kijken. Niemand heeft iets gezegd. Nonkel Eugène was er niet bij, omdat hij toen al slecht te been en doof was.”

Stijn Devillé zag zijn nonkel voor het laatst twee jaar geleden. ”Hij was toen zeker nog niet dementerend.”

KMa