Storme betwist antidiscriminatiewet bij Grondwettelijk Hof

Print
Storme betwist antidiscriminatiewet bij Grondwettelijk Hof

Storme betwist antidiscriminatiewet bij Grondwettelijk Hof

3 DECEMBER 2007 - Vorige week donderdag diende de Antwerpse professor Matthias Storme namens 160 burgers bij het Grondwettelijk Hof een verzoek in om de antidiscriminatiewetten van 10 mei 2007 te vernietigen.
BR>
Volgens Storme zijn de drie wetten zo slecht dat een rechter momenteel een imam kan veroordelen als hij weigert om een homohuwelijk te sluiten. De rechter kan - volgens Storme - ook een persoon straffen die naar de mis gaat omdat hij meewerkt aan een organisatie die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie verkondigt op basis van ethnische afstamming, want dergelijke teksten vind je in de Bijbel. De rechter kan bovendien al wie oproept om hoofddoeken achter een gemeenteloket te verbieden, veroordelen voor indirecte discriminatie.

Storme ontwikkelt 17 verschillende argumenten tegen de wetten: de basisbegrippen van de wetten zijn te vaag, ze vereisen dat alle burgers hun gedrag rationeel kunnen verantwoorden, ze voeren de burgerlijke dood weer in... Eerder dienden enkele Vlaams Belang-kopstukken een soortgelijk verzoek in.


De antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 bestaat eigenlijk uit drie aparte wetten met min of meer dezelfde bepalingen.

De antiracismewet verbiedt én bestraft iedere discriminatie op grond van "zogenaamd ras", afkomst, etnische of nationale afstamming en huidskleur. De wet spreekt van "zogenaamd ras" omdat rassen volgens de biologische theorie niet meer bestaan.

De genderwet verbiedt iedere discriminatie op grond van geslacht. Ook de transseksuelen vallen onder de genderwet, maar de homo's en de lesbiennes niet. Wél de problemen rond zwangerschappen en bevallingen, maar niet die rond burgerlijke staat.

De algemene antidiscriminatiewet verbiedt iedere discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.

De wetten verbieden ook indirecte discriminatie. Die is er als een ogenschijnlijk neutrale maatregel tot gevolg heeft dat een bepaalde groep wordt achtergesteld. Alleen de antiracismewet maakt de discriminatie strafbaar, de andere twee wetten doen dat niet. Maar de rechter kan wel een forfaitaire schadevergoeding tot 1.300 euro opleggen aan iedereen die discrimineert.

De 160 burgers (onder hen vooral leraars en journalisten, maar ook Jürgen Verstrepen (LDD), die op zijn website had opgeroepen om het verzoek van Storme te ondersteunen) vechten de drie wetten aan, Vlaams Belang alleen de antiracismewet en de antidiscriminatiewet. Omdat de eerste groep meer argumenten aanhaalt, zullen we ons op haar verzoek baseren.

Wat zijn de argumenten van Storme?

* De wetten leggen precies hetzelfde verbod om niet te discrimineren op aan burgers als aan de overheid. Dat kan niet en is op zich discriminatie. Burgers zitten immers in een heel andere situatie dan een overheidsdienst. De overheid vaardigt wetten uit, heft belastingen, heeft een geweldmonopolie, behartigt het algemeen belang en moet behoorlijk besturen. Een burger is geen openbare dienst, hij moet niet rationeel zijn en hij moet alle keuzes die hij dagelijks maakt ook niet rationeel kunnen uitleggen voor de rechtbank. De antidiscriminatiewetten veronderstellen echter wél dat een burger dat allemaal kan. Een burger heeft echter geen geld en personeel om al die juridische verrechtvaardigingen voor zichzelf te bedenken, de overheid wel.

Het opleggen van gelijke plichten aan personen in totaal verschillende situaties (de overheid enerzijds en de burgers anderzijds) is discriminatie.

Het toppunt is - volgens Storme - dat burgers in sommige situaties strenger worden behandeld dan de overheid. Zo kan de burger bij racisme strafrechtelijk worden aangepakt, maar de overheid niet. Ook mogen burgers geen verschil maken op basis van iemands nationaliteit, maar de overheid mag dat wel van de grondwet.

* De criteria op grond waarvan je niet mag discrimineren (ethnische afkomst, geslacht, burgerlijke staat, gezondheid, vermogen, seksuele voorkeur e.d.) zijn op bepaalde punten onduidelijk en overlappen elkaar. Zo valt discriminatie wegens geloof vaak samen met discriminatie wegens ethnische afkomst, zeker bij moslims. Maar discriminatie wegens etnische afkomst is strafbaar, discriminatie wegens geloof niet. Omdat beide grotendeels overlappen is er nogal wat mogelijkheid tot willekeur bij het gerecht.

Storme geeft nog een voorbeeld van overlapping: discriminatie op grond van geslacht en discriminatie op grond van fysieke of genetische eigenschappen. Deze discrimiminaties worden aangepakt door verschillende wetten met verschillende bepalingen (o.a. op het vlak van welk instituut bevoegd is om een rechtszaak op te starten en de praktijk leert dat ieder instituut zijn eigen beleid terzake kan hebben, nvdr). En dat terwijl geslacht gewoon een fysieke en genetische eigenschap is. Deze onderscheiden zijn dus willekeurig.

Het is ook onduidelijk waarom discriminatie op grond van zogenaamd ras, afkomst, huidskleur, ethnische en nationale afstamming strafrechtelijk wordt beteugeld en al de andere discriminaties niet. (In het aanvankelijke ontwerp van minister van Gelijke Kansen, Christian Dupont (PS), was dat niet zo. Hij behandelde alle groepen gelijk. Maar onder druk van de MRAX, een Brusselse groep die de rechten van allochtonen behartigt, werd de discriminatie van allochtonen strafbaar gemaakt en die van andere groepen niet, nvdr.) Dat is op zich discriminatie, meent Storme.

De Antwerpse prof wijst er verder op dat de strafbare discriminatie op grond van iemands "zogenaamd ras" onmogelijk is. Als de overheid beweert dat rassen niet bestaan, dan kan ze ook geen mensen straffen omdat ze discrimineren op basis van ras, want dat bestaat nl. niet.

Tenslotte maakt de overheid zelf vaak wetten die discrimineren. Dat stelt het Grondwettelijk Hof nl. bijna wekelijks vast. Bijna wekelijks worden immers wetten vernietigd omdat ze discrimineren. Als burgers die wetten dan te goedertrouw hebben gevolgd, dan zouden ze misschien strafbaar geweest zijn of minstens de wet hebben overtreden, zonder dat ze dat wisten.

Dit schendt allemaal het legaliteitsbeginsel dat zegt dat er geen straf kan worden opgelegd zonder een klare en duidelijke wet, die iedereen kan kennen en begrijpen.


Minister van integratie Christian Dupont

* Er is een duidelijke ongelijkheid tussen de partijen in de arbeidssector, bij de levering van goederen en diensten en in de gezondheidssector. In de arbeidssituatie mogen de werkgevers niet discrimineren, maar de werknemers wél. In de gezondheidssector mogen artsen geen dames in boerka weigeren, maar de dames in boerka mogen wel mannelijke artsen weigeren (want zij leveren namelijk geen dienst). Dat schendt het recht op gelijke behandeling.

* Heel wat verenigingen worden onmogelijk. Een beroepsvereniging van katholieke artsen zou alleen nog mogen als de geloofsovertuiging een wezenlijke beroepsvereiste is. Maar dat is ze meestal niet, of in ieder geval kan een rechter daarover à la carte oordelen. Dat schendt het recht op vrije vereniging.

* Slachtoffers van discriminatie kunnen van de burgerlijke rechter een forfaitaire schadevergoeding tot 1.300 euro krijgen, als ze dat willen. Dat leidt tot discriminatie: wie slechts geringe schade heeft veroorzaakt, moet een buitensporig hoge vergoeding betalen.

Maar bovendien: slachtoffers van geweldsmisdrijven hebben die keuze tussen een forfaitaire vergoeding of een vergoeding die op basis van stukken bij de rechter moet worden afgedwongen niet.


De discriminatiewetten zijn niet duidelijk, zegt Storme

* De definitie van het begrip 'discriminatie" is te vaag. Zeker waar het indirecte discriminatie betreft en zeker in strafzaken. Indirecte discriminatie is volgens de wet iedere ongelijke behandeling, die voortvloeit uit een ogenschijnlijk neutrale maatregel. Daardoor zijn de pleitbezorgers van een verbod van hoofddoeken achter het loket strafbaar, want een schijnbaar neutrale maatregel ("geen religieuze tekenen achter het loket") is in feite bedoeld om moslimvrouwen te verbieden de hoofddoek te dragen. Dus is het op het eerste gezicht indirecte discriminatie, of althans, een rechter zal hierover moeten beslissen en die krijgt daardoor wel veel macht.

* Volgens de wetten zijn contracten met discriminerende bepalingen nietig. Omdat het begrip discriminatie zo vaag is, kan je zo in ieder contract wel iets vinden. Gevolg zal zijn dat bv. schuldeisers niet langer op hun geld kunnen rekenen als de schuldenaar zich kan beroepen op de antidiscriminatiewet om een verplichting niet na te komen. Dat schendt het eigendomsrecht.

* Het strafbaarstellen van aanzetten tot haat tegen een groep kan voor Storme ook niet. Terwijl aanzetten tot geweld wél strafbaar kan zijn, omdat geweld verboden kan worden, is haat een emotie die niet verboden kan worden. En zeker haat tegen een groep mag volgens Storme niet strafbaar zijn, omdat groepen in België geen rechten hebben (alleen individuen hebben rechten) en dus hoeven die "rechten" ook niet beschermd te worden.


Zonder Haat Straat in Zonhoven

* Ook het strafbaarstellen van iedereen die ideeën verspreidt die de superioriteit van een ras verkondigen, kan voor Storme niet. En om vele redenen niet.

Eerst en vooral schendt deze wettelijke bepaling de grondwet omdat daarin uitdrukkelijk staat dat de verspreider van ideeën niet mag vervolgd worden, als men de auteur van die ideeën kent. In de nieuwe antiracismewet wordt het louter verspreiden van ideeën van rassensuperioriteit strafbaar, zelfs als men de auteur kent. En dat schendt dus de grondwet.

Bovendien is deze strafbepaling te vaag. Valt iemand die zegt: "Zwarten hebben meer gevoel voor ritme" of "zwarten kunnen sneller lopen" er al onder? Het zal afhangen van de gemoedstoestand van de rechter die er over oordeelt, zegt Storme.

Deze strafbaarstelling verbiedt talloze wetenschappelijke, religieuze en literaire activiteiten. De werken van Charles Darwin, de plantenclassificaties van Linnaeus, "De koopman van Venetië" van Shakespeare, het mag allemaal niet meer verspreid worden.

* De antiracismewet bepaalt (art. 22) dat al wie lid is van of meewerkt aan een groep die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie verkondigt, op zich strafbaar is. Daardoor is het niet langer vereist dat iemand zélf een misdrijf pleegt, het is voldoende dat hij tot een groep behoort die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie verkondigt. In feite wordt men dan schuldig door associatie, meent Storme.

Deze regel schendt het gelijkheidsbeginsel omdat een willekeurig onderscheid tussen verenigingen wordt gemaakt en de regel schendt het legaliteitsbeginsel omdat het lid (of de medewerker) zelf niet het opzet moet hebben om een misdrijf te plegen om strafbaar te zijn. Tenslotte wordt ok het vermoeden van onschuld geschonden omdat mensen verantwoordelijk gesteld worden voor daden van derden.

Storme stelt bovendien dat de antiracismewet op dit vlak indruist tegen het grondwettelijk verbod op de burgerlijke dood (art. 18) en tegen het grondwettelijk recht op culturele ontplooiing (art. 23) omdat mensen van wie wordt beweerd dat ze herhaaldelijk discrimineren volledig geïsoleerd worden. Het verkondigen van discriminatie wordt zwaarder aangepakt dan moord en foltering, meent Storme.

Tenslotte blijft het bizar dat meewerken aan racistische overheden wél is toegestaan.


Naar de kerk gaan, is strafbaar, zegt Storme

Storme zegt verder dat iedereen die naar de mis of de moskee gaat door dit artikel strafbaar wordt omdat de Bijbel en de Koran meerdere passages bevatten die oproepen tot discriminatie op basis van ethnische afstamming en die passages worden ook voorgelezen.

* Als een burgerlijke rechter bij vonnis beslist dat een bepaalde discriminerende praktijk moet worden stopgezet en de veroordeelde voert dat vonnis niet uit, dan kan hij in de gevangenis terecht komen. Bij geschillen over oneerlijke handelspraktijken kan dit niet en daar is geen deugdelijke motivering voor. Daarom wordt het gelijkheidsbeginsel geschonden.

* Voor Storme kan de omkering van de bewijslast in burgerlijke zaken niet door de beugel. Als er een redelijk vermoeden is dat de persoon tegen wie een burgerlijke klacht is ingediend discrimineert, dan moet hij zelf bewijzen dat dat niet zo is. Kan niét, meent Storme. Formeel gaat het om burgerlijke bepalingen, maar in feite legt men voor deze discriminaties gewoon straffen (forfaitaire boetes) op en dan moeten de regels van een eerlijk proces gelden. En dan kan de bewijslast nooit worden omgekeerd.

Dat kan zeker niet op basis van statistieken omdat men zijn vergelijkingspunt altijd zo kan kiezen dat de discriminatie is bewezen.


Misdrijven met racistische grondslag worden strenger bestraft

* De auteur is ook niet te spreken over de strafverzwaring bij gewone misdrijven, als die met een racistisch of discriminerend motief gepleegd zijn. Dat is kwetsend voor slachtoffers van identieke misdrijven (bv. moord of geweld) die niét met een racistisch motief gepleegd zijn. Bovendien is de strafverzwaring ook niet van toepassing op identieke misdrijven die met een identiek discriminerend motief zijn gepleegd, maar die niet beschermd worden door de criteria van de wet (geslacht, huidskleur, leeftijd, handicap....). Tenslotte krijgt de rechter veel te veel ruimte omdat de criteria erg vaag zijn en elkaar overlappen. Alle mannelijke verkrachters koesteren misprijzen voor de vrouw, maar toch zal de ene rechter de strafverzwaring voor het discriminerend motief aanvaarden en de andere niet. Dat schendt het gelijkheidsbeginsel.

* Iedereen heeft recht op gewetensbezwaren. Deze drie wetten schenden volgens Storme die regel en dus de vrijheid van eredienst. Een rabbi of imam kan niet weigeren om een homohuwelijk te voltrekken, want dat is een direct onderscheid op basis van geslacht bij de levering van goederen en diensten. De uitzondering op de wet die aan levensbeschouwelijke organisaties wordt toegestaan geldt immers niet voor individuen, maar alleen voor organisaties.

Het Grondwettelijk Hof moet zich later uitspreken over al deze argumenten. Dat kan allicht nog een zestal maanden duren. Professor Storme stapte eerder al naar het Grondwettelijk Hof om de vroegere antidiscriminatiewet te laten vernietigen en dat gebeurde ook gedeeltelijk. Afwachten of het hem nu weer lukt.