Het probleem van de geïnterneerden in de gevangenis

Print

7 OKTOBER 2012 - Het probleem van de geïnterneerden die zonder therapie in de gevangenissen opgesloten zitten is al vijftig jaar bekend. Maar vorige week dinsdag werd het acuut omdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België daarvoor veroordeelde in de zaak Luc B. Hij is niet de enige, een kleine 1.200 geïnterneerden zitten ook in de gevangenis. Tijd voor een stand van zaken over dit probleem.

Misdadigers die op het moment van hun feiten én als ze voor de strafrechter verschijnen duidelijk krankzinnig, zwakzinnig of geestesgestoord zijn, kunnen onverantwoordelijk voor hun daden worden verklaard. Ze zijn wel gevaarlijk voor de maatschappij, maar niet aansprakelijk voor wat ze deden. Men noemt hen geïnterneerden. Ze worden voor onbepaalde tijd opgesloten om te worden behandeld. De internering wordt uitgevoerd door een Commissie ter Bescherming van de Maatschappij (CBM). Die bestaat uit gepensioneerden of vrijwilligers: een rechter, een psychiater en een advocaat. Ze beslist om de zes maanden over het lot van de geïnterneerde, na advies van psychiatrisch deskundigen. Ze kan de geïnterneerde dan vrijlaten als ze wil.

Dit artikel bevat drie grote delen: eerst leggen we uit wie de geïnterneerden zijn en wat het probleem in de gevangenissen precies is; vervolgens bespreken we de rechtspraak van Straatsburg: daarbij komen ook de eerdere arresten aan bod en werpen we een blik in een toekomst waarin miljoenen euro schadeclaims worden gevraagd; tenslotte gaan we in op het beleid: was is al gedaan om geïnterneerden uit de gevangenissen te halen; hoever staat het met de bouw van de twee nieuwe interneringsinstellingen in Antwerpen en Gent en wat zijn hier de problemen; hoever staat het met de nieuwe wet op de intering?

1. WIE ZIJN DE GEINTERNEERDEN?

* België telde op 1 februari 2011 4.093 geïnterneerden. 55% onder hen is vrij op proef, ze worden dus therapeutisch behandeld. Ofwel ambulant, ofwel in een private psychiatrische inrichting. Liefst 1.158 (of 28,3%) zaten in een gevangenis. Dat zijn er 36% meer dan in 2004 en bijna twee keer zoveel als in 1992 (790). Zij vormen 10% nu van de gevangenisbevolking. 669 van hen zit in Vlaamse gevangenissen.

De rest van alle geïnterneerden, die niet in de bajes zat of niet vrij was op proef, was ofwel geseind ofwel zat die in een gesloten instelling van de staat (in Wallonië).

* Geïnterneerden zijn van een heel divers pluimage. Men onderscheidt drie groepen: low-, medium- en high risk-geïnterneerden al naar gelang hun gevaarlijkheid. Men maakt dezelfde opdeling voor het risico op hervallen. Maar dan heb je ook heel verschillende soorten geïnterneerden.

In Vlaanderen heeft één op de vijf geïnterneerden een IQ lager dan 70. Vaak heeft die groep een banaal misdrijf gepleegd: een inbraak in een broodautomaat of in een voetbalkantine. Sommige mentaal gehandicapten zitten jaren in een gevangenis, kunnen lezen noch schrijven, begrijpen niet waarom ze er zitten en worden dagelijks gepest door andere gevangenen.

Andere geïnterneerden zijn psychotisch. Als die hun medicatie niet nemen, dan kunnen ze zware crises krijgen, met hun hoofd tegen de muur slaan, overgaan tot zelfverminking. Daarnaast heb je dan ook nog gevaarlijke, onverbeterlijke psychopaten die je zelfs niet kan behandelen. En zedendelinquenten en pedofielen, die eveneens moeilijk te behandelen zijn. Voor deze verschillende groepen geïnterneerden is een apart behandelingsplan nodig, een eigen "zorgtraject" zoals de sector dat noemt. Een psychoot pak je nu eenmaal anders aan dan een mentaal gehandicapte of een zedendelinquent.

* Internering kan behoorlijk lang duren. Op een congres van de Geestelijke Gezondheidszorg op 15 september 2010 bleek dat slechts 22% van de geïnterneerden minder dan twee jaar geïnterneerd is, 18% meer dan vijftien jaar.

* Er zitten dus nog zo'n kleine 1.200 geïnterneerden in de gevangenissen. Ze horen daar niet thuis omdat er geen therapie is. Toch zitten ze er. Ze verblijven er in 12 "psychiatrische annexen", waar sinds 2007 officieel ietwat meer therapie is dan in de gewone bajes. De gevangenissen met dit soort annexen, hadden in 2011 in totaal 20 (19,79) psychologen in dienst en 27 (27,38) psychiaters. Maar die moesten ook voor de gevangenen zorgen. Ze staken daar volgens het Europese Anti-foltercomité minstens een vijfde van hun tijd in. Er is dus veel te weinig tijd voor de behandeling van de geïnterneerden. Bovendien zitten die annexen overvol, zodat heel wat geïnterneerden tussen de gewone gevangenen zitten. Dat leidde o.a. tot de zelfmoord van Tom De Clippel in de Gentse gevangenis, van wie de ouders met succes naar Straatsburg trokken. Voor het Mensenrechtenhof is de therapeutische begeleiding van geïnterneerden in de bajes onvoldoende.

Meerdere rapporten klagen al sinds 1964 de afwezigheid van therapie voor geinterneerden in de gevangenis aan. In de jaren zeventig en tachtig pionierden het Antwerps Advocaten Kollektief en de Liga voor Mensenrechten. De Initiatiefgroep Gevangeniswezen maakte in 1984 in opdracht van een parlementaire werkgroep een uitvoerig rapport over de problemen van de geïnterneerden. Het rapport verdween in een parlementaire lade, men deed er niets mee. Tijdens de voorbije jaren werd de afwezigheid van therapie bij herhaling aangeklaagd door de Mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, het Antifoltercomité van diezelfde Raad en dat van de VN, de Belgische Centrale Toezichtsraad voor de Gevangenissen zowel in zijn jaarrapport van 2009 als in dat van 2010. In de Kamercommissie Seksueel Misbruik in de Kerk zegde de directeur van Merksplas, Engelbert Brebels, nog vorig jaar dat Merksplas zijn geïnterneerden en - en dan vooral de pedofielen - niet kan begeleiden door gebrek aan personeel ( zie: hier, nvdr). Er waren dus meer dan waarschuwingen genoeg voor het beleid. En dan kwam dinsdag het arrest van Straatsburg.

2. DE ARRESTEN VAN STRAATSBURG

2.1. DE HUIDIGE ZAAK-LUC B.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) veroordeelde België vorige dinsdag voor onwettige vrijheidsberoving in de zaak Luc B.

B. was voor zijn internering al veroordeeld voor diefstallen, verboden wapenbezit en verkrachting van zijn minderjarig dochtertje. In 2004 was hij door de Minister van Justitie geïnterneerd. Volgens Straatsburg was in de zaak-B. artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geschonden. Dat artikel garandeert het recht op vrijheid. Straatsburg vindt dat mensen die zwaar psychisch gestoord zijn alleen maar mogen worden opgesloten in een kliniek of een organisatie die hen kan behandelen. De gevangenissen kunnen dat niet, zo betoogt het Mensenrechtenhof.

Luc B. verbleef immers zeven jaar lang in de psychiatrische afdelingen van de gevangenis van Gent en van Merksplas en volgens Straatsburg heeft "België een structureel probleem met de opsluiting van geïnterneerden in gevangenissettings zonder therapie".

Luc B. had chemische castratie gevraagd, maar dat was geweigerd. Hij had meer dan tien private instellingen gevraagd om hem te begeleiden, maar die wilden dat niet doen en dus bleef hij in de bajes.

De regering vond dat hij "de gepaste zorgen kreeg in de gevangenis van Gent, waar hij toegang had tot een psychiater en een psycholoog en aan therapeutische activiteiten kon deelnemen" (sic). Voor de regering mislukte iedere therapie "door de schuld van B. zelf en in die zin was zijn zaak vergelijkbaar met een eerdere zaak-de Schepper (zie hieronder, nvdr)".

B. verwierp die stelling. Hij zegde dat hij in de gevangenis één keer per maand een psychiater kon zien, maar dat er geen enkele psychiatrische consultatie meer was geweest sinds 2010.

Het EHRM verwerpt de visie van de regering en volgde B. "De Commissie voor Sociaal Verweer, die de internering uitvoert, zegt zelf dat een gevangenis niet de geschikte plaats is om B. te begeleiden. Er was in Gent en Merksplas geen therapie. B. is trouwens geen alleenstaand geval, er zijn er veel meer. Dit is een structureel probleem en het wordt al vele jaren aangeklaagd door meerdere instanties."

Het EHRM vindt ook dat deze zaak helemaal niet vergelijkbaar is met de zaak-de Schepper. "Voor B. bestaan buiten de gevangenis wél aangepaste behandelingsstructuren en de toestand van B. was over het algemeen verbeterd en niet verslechterd, zoals bij de Schepper".

Het EHRM kende B. in totaal 24.000 euro schadevergoeding toe: 15.000 euro morele schadevergoeding en 9.000 euro voor kosten. B. had in totaal 155.000 euro schadevergoeding gevraagd. Dat was op zich niet zo gek omdat de dagvergoeding voor onwerkdadige hechtenis (onterechte voorlopige hechtenis) 40 euro bedraagt en hij 2.899 dagen onterecht was opgesloten. Maar het EHRM kende "naar billijkheid" en dus zonder motivering maar een tiende van de gevraagde som toe. Het EHRM wil wel dat B. zo snel mogelijk naar een gepaste instelling moet worden overgebracht.

2.2. HET VERLEDEN

Het arrest in de zaak-Luc B. was niet de eerste veroordeling van België in dit soort zaken. Het was ook niet de eerste keer dat Straatsburg besliste dat zwaar psychisch gestoorde mensen niet in een gevangenis mogen worden opgesloten. Al op 28 mei 1985 besloot Straatsburg daartoe in een zaak-Ashingdane tegen het Verenigd Koninkrijk. Een aantal Belgische zaken zijn sinds dan van belang voor een goed begrip van het arrest Luc B., te meer omdat naar deze arresten wordt verwezen. En ook omdat deze arresten aantonen dat de rechtspraak wél een algemene tendens heeft, maar toch niet eenduidig is.

2.2.1. De zaak-Aerts van 6 december 2011

Michel Aerts was een drugsverslaafde met zeer zware angsten en een sadomasochistische problematiek. Hij werd op 15 januari 1993 geïnterneerd en tijdelijk opgesloten in de psychiatrische annex van Lantin, met de bedoeling om hem in de instelling van Paifve te plaatsen. Dat lukte niet, hij moest zeven maanden lang in Lantin verblijven. In de psychiatrische annex was geen psychiatrische opvolging en het was ook geen therapeutische omgeving. Wederrechtelijke vrijheidsberoving en schending van artikel 5 EVRM, vond Straatsburg. Aerts kreeg een schadevergoeding van 450.000 Belgische franken (11.156 euro).

In deze zaak besloot Straatsburg ook tot een schending van artikel 6 EVRM, dat het recht op een eerlijk proces garandeert. Aerts had zijn zaak niet kunnen voorleggen aan het Hof van Cassatie omdat hij geen gratis rechtsbijstand had gekregen.

Aerts had ook gepleit dat zijn opsluiting in de annex een schending was van artikel 3, dat foltering en mensonterende behandeling verbiedt. Maar dat volgde Straatsburg niet. Het Hof vond toen nog dat er een minimale ernst moest zijn om van "foltering" te spreken. Hoewel de situatie in de psychiatrische annex van Lantin belabberd was, toch was "de grens van de foltering niet bereikt, te meer daar Aerts geen ernstige gevolgen van zijn opsluiting daar kon aanduiden".

Dit laatste onderdeel is opmerkelijk. Momenteel zou Aerts mogelijk wél gelijk krijgen, want ondertussen heeft het EHRM heel andere opvattingen over foltering. Zo werd de opsluiting van een illegaal in een overvol Turks politiekantoor gedurende twee uur recent als foltering gedefinieerd. Het ging hier om een gezonde man. Als deze rechtspraak wordt toegepast op geïnterneerden, - wat tot nu toe geen enkele advocaat heeft geprobeerd - zal ze mogelijk nog strenger zijn. (Hoever Straatsburg gaat in de herdefiniëring/uitholling van het begrip "foltering", leest U hier, nvdr).

In ieder geval is de situatie in de psychiatrische annexen veranderd omdat ze sinds de circulaire van 7 juni 2007 een beetje meer begeleidend personeel hebben gekregen. Er moet sinds dan naast de directeur niet alleen een psycholoog, een psychiater, een maatschappelijk assistent en een administratief medewerker zijn, maar ook psychiatrische verplegers, ergotherapeuten, kinesitherapeuten en opvoeders. Op papier klinkt dat goed, maar de realiteit is anders. In de zaak Luc B. besloot Straatsburg dat er veel te weinig psychologen en psychiaters werkten in de annexen. De "verbetering van 2007" is dus onvoldoende.

2.2.2. De zaak-de Schepper van 13 oktober 2009

Georges de Schepper werd op 2 januari 2001 tot zes jaar cel veroordeeld voor verkrachting van minderjarigen. De rechter stelde hem ook nog voor tien jaar ter beschikking van de regering. Toen zijn straf afliep op 9 oktober 2006 besloot Justitieminister Laurette Onkelinx (PS) dat hij in de gevangenis moest blijven. Ook hij beriep zich op een schending van artikel 5 EVRM omdat hij werd opgesloten in een gevangenis terwijl daar geen therapeutische begeleiding was voor pedofielen.

Straatsburg gaf hem evenwel ongelijk. Het EHRM betoogde dat de Belgische staat meerdere pogingen ondernam om de Schepper in een psychiatrische instelling te plaatsen, maar dat hij er geen vond. "Betrokkene is erg gevaarlijk, hij minimaliseert zijn vroegere feiten, er bestaat in België geen begeleiding op lange termijn voor pedofielen", zo luidde het. "De internering (via het statuut van Terbeschikkingstelling) is gerechtvaardigd op grond van de gevaarlijkheid van betrokkene. Betrokkene kan bovendien om het jaar om zijn vrijlating vragen".

Dit arrest kan op het eerste zicht verbazen, omdat de afwezigheid van therapie hier net wordt gebruikt om België niét te veroordelen voor onwettige opsluiting in een gevangenis zonder therapie, terwijl ze in andere arresten werd gebruikt om België wél te veroordelen. Het feit dat terbeschikkingstelling juridisch gezien een ander systeem is dan internering neemt die verbazing niet weg. Wel moet worden gezegd dat het hier - in tegenstelling tot bij de andere gevallen - om een erg gevaarlijke persoon ging "voor wie buiten de gevangenis geen enkele langdurige gesloten opvangmogelijkheid bestond". Maar Straatsburg had minstens mogen motiveren waarom er géén onwettige opsluiting in een gevangenis zonder therapeutische begeleiding is in dit geval, te meer omdat deze dader misschien wel meer behoefte had aan therapie dan in andere zaken het geval was. De motivering van deze zaak is niet volledig. Deze zaak toont aan dat zeker niet alle schijnbaar soortgelijke zaken in Straatsburg eenzelfde resultaat opleveren, het EHRM doet aan "casuïstiek" en de arresten kunnen tegenstrijdig overkomen.

Overigens, justitieminister Laurette Onkelinx liet de wet op de terbeschikkingstelling wijzigen (zie: hier, nvdr), maar die nieuwe wet is nog altijd niet van kracht!

De zaak-De Donder en De Clippel van 6 december 2011

Zij zijn de ouders van Tom De Clippel die op 6 augustus 2001 zelfmoord pleegde in de gevangenis van Gent. Tom had een psychiatrisch verleden en werd als paranoïde schizofreen gediagnosticeerd. Hij werd in maart 1999 gearresteerd voor een autodiefstal en geïnterneerd op 28 mei 1999. Hij was ook toxicomaan. Tom kwam al snel voorwaardelijk vrij in ruil voor een behandeling in De Sleutel in Merelbeke en in het psychiatrisch centrum in Sleidinge. Op 30 juli 2001 werd hij opnieuw opgesloten omdat hij de voorwaarden van zijn vrijlating niet naleefde. Men stopte hem in Gent tussen de gewone gevangenen. Gent heeft wel een psychiatrische annex, maar die had toen maar 17 plaatsen terwijl de gevangenis 100 geïnterneerden telde. Hij pleegde zelfmoord en zijn ouders startten een rechtszaak wegens schuldig verzuim tegen alle betrokkenen, maar die leidde tot niets.

Ook in deze zaak besloot het EHRM dat artikel 5 was geschonden omdat De Clippel was opgesloten in een gewone gevangenis. Hij zat tussen de gewone gedetineerden terwijl hij paranoïde schizofreen was en de procureur zijn plaatsing in een psychiatrische annex had geëist. Beide ouders kregen samen een schadevergoeding van 60.000 euro toegewezen.

In deze zaak is België ook veroordeeld voor een schending van artikel 2 EVRM, dat het recht op leven garandeert. Dat recht houdt in dat België alle noodzakelijke maatregelen moet nemen om zelfmoord in de gevangenis te voorkomen als daar "op het moment zelf een reëel en onmiddellijk risico voor is". Het EHRM merkt op dat de overheden geen weet hadden van eerdere zelfmoordpogingen van Tom en dat geen enkel therapeutisch rapport hiervan gewag maakte. "Maar het gaat hier om een dubbel kwetsbaar persoon: kwetsbaar als opgeslotene en kwetsbaar als psychisch gestoorde. De overheid moest weten dat het aantal zelfmoorden in gevangenissen groter is dan buiten en ook dat zelfmoordneigingen tot de essentiële kenmerken van een paranoïde schizofreen behoren. Ze nam echter geen enkele speciale maatregel: toen Tom de gevangenis werd binnengebracht kon hij niet eens een psychiater zien". Om deze reden is artikel 2 EVRM geschonden, zo meent Straatsburg.

Opmerkelijk is vooral dat deze redenering ver gaat. Het "reële en onmiddellijke risico op zelfmoord" wordt afgeleid uit algemene bevindingen over zelfmoordcijfers en klinische ziektebeelden.

2.3. DE TOEKOMST

Al bij al is de tendens van de Straatsburgse rechtspraak duidelijk. België heeft een structureel probleem omdat steeds meer geïnterneerden worden opgesloten in gevangenissen en daar horen ze niet thuis. Het feit dat geïnterneerden nog altijd in de bajes zitten zou in de toekomst wel eens een kostelijke affaire kunnen worden.

* Meester Walter Van Steenbrugge, die Luc B. verdedigt, kreeg van Straatsburg al 24.000 euro schadevergoeding voor Luc B., maar daarmee is de kous niet af. Van Steenbrugge wacht nu tot 22 oktober om te zien of de CBM Luc B. in een privé-instelling gaat plaatsen. "Als dat niet gebeurt, dan stap ik naar de kortgedingrechter om het af te dwingen en eis ik een dwangsom van 1.000 euro per dag vertraging. De kortgedingrechter moét immers de rechtspraak van Straatsburg volgen".

* Tegelijkertijd heeft Meester Peter Verpoorten uit Turnhout acht soortgelijke zaken van geïnterneerden die in de bajes verblijven zonder therapie, in behandeling in Straatsburg. Daarin vraagt hij in totaal 1,5 miljoen euro schadevergoeding. Die zaken waren aanvankelijk gekoppeld aan de zaak van Luc B., maar dat is momenteel niet meer zo. Ze worden later behandeld, er is nog geen uitspraak over. Maar omdat dit allemaal gaat over niet-behandeling van geïnterneerden maakt hij een goede kans. We moeten wel nuanceren:

== de Straatsburgse rechtspraak toont aan dat ieder geval individueel "casuïstisch" wordt onderzocht en dus kunnen de resultaten verschillen. Het valt dus te bezien of Straatsburg in ieder van die acht gevallen een Luc B.-arrest zal vellen, dan wel een de Schepper-arrest. Maar toch is de tendens duidelijk.

== Bovendien: Verpoorten vroeg 1,5 miljoen. Hij berekende zijn morele schadevergoedingen net als Mr. Van Steenbrugge op basis van de 40 euro die iemand krijgt voor een dag onwerkdadige hechtenis. Het arrest-B. toont aan dat het EHRM slechts een tiende van de gevraagde som toekent.

== En tenslotte: als deze rechtszaken nog lang blijven duren, dan zullen de nieuwe gesloten instellingen voor geïnterneerden in Gent en Antwerpen misschien al open zijn en dan zijn sommige van de bewuste geïnterneerden misschien al opgenomen in een behandelende setting. Ook dan is nog een schadevergoeding mogelijk, maar allicht een kleinere.

* Verpoorten heeft daarnaast nog eens een vijftiental zaken ingediend in Straatsburg waarin nog geen schadeclaim is vastgelegd. Dat laatste gebeurt pas tijdens de uitwisselling van conclusies. Beide advocaten, Van Steenbrugge en Verpoorten, zijn niet van plan om met dit soort zaken te stoppen, hoewel ze er weinig of niets aan verdienen. Het is voor hen een principekwestie. Vijftig jaar non-beleid in de sector internering kan de overheid in deze budgettaire crisis dus misschien wel wat gaan kosten.

3. WAT DOET HET BELEID?

Vijftig jaar lang deed het weinig of niets. Pas toen Laurette Onkelinx (PS) minister van justitie werd, kwam er schot in de zaak. Maar het blijft onvoldoende en het gaat erg traag. Een overzicht van de iniatieven van en sinds Onkelinx.

3.1. THERAPEUTISCHE PLANNEN

== Eerst en vooral kwamen er twee plannen om geïnterneerden uit de Belgische gevangenissen te halen en ze te laten behandelen door de geestelijke gezondheidszorg: het plan Onkelinx-Demotte (2007) en het plan Vandeurzen-Onkelinx. De klemtoon lag hierbij op geïnterneerden met een gemiddeld veiligheidsrisico en met een gemiddeld risico op herval. Einde augustus 2012 schatte men het aantal residentiële plaatsen voor geïnterneerden buiten de gevangenissen op minstens 1.217. Minstens, omdat de cijfers niet volledig zijn, doordat over minstens 7 zorgmodules cijfers ontbreken.

== Onkelinx breidde bovendien het therapeutisch personeel van de psychiatrische annexen wat uit, maar onvoldoende vond Straatsburg.

3.2. TWEE GESLOTEN THERAPEUTISCHE CENTRA

Vervolgens besloot Onkelinx tot de bouw van twee therapeutische instellingen ("forensisch psychiatrische centra", FPC) voor gevaarlijke geïnterneerden (high risk) in Gent en Antwerpen. Wallonië heeft reeds dergelijke instellingen in Paifve en Doornik, Vlaanderen heeft er geen enkele.

Hoever staat het met die plannen?

== Gent moet 272 geïnterneerden opvangen, men is bezig met de bouw en alles verloopt volgens plan. Gent moet tegen maart 2014 klaar zijn, zo deelde de staatssecretaris voor de Regie der Gebouwen, Servais Verherstraeten (CD&V) enkele weken terug mee na een werfbezoek.

== Antwerpen is een ander paar mouwen. Deze FPC zal 180 - voornamelijk verstandelijk gehandicapte - geïnterneerden opvangen op de Antwerpse Linkeroever. Voor Antwerpen werd in mei 2012 een bouwvergunning afgeleverd en de regering hoopt in de eerste helft van 2013 met de bouwwerken te kunnen starten, zodat ook deze instelling tegen einde 2014 klaar zal zijn.

Maar eigenlijk had ze al moeten opengaan in juni 2009 en wel voor 500 geïnterneerden. Dat waren de plannen van minister Onkelinx (PS). Zij wilde slechts één FPC in heel Vlaanderen en wel op de Antwerpse Linkeroever, omdat Antwerpen centraal gelegen is in Vlaanderen. Maar het Antwerpse schepencollege ging niet akkoord met de locatie. Het college wilde de instelling in het Stuivenbergziekenhuis en het wilde de FPC koppelen aan een volledig nieuw te bouwen ziekenhuis. Daardoor liep het project enorme vertraging op en Stuivenberg zou bovendien maar plaats kunnen bieden aan 120 geïnterneerden. Onkelinx ging toen op zoek naar andere kandidaten om een FPC te bouwen en zo kwam Gent in het vizier. Uiteindelijk kreeg Gent een FPC voor 272 geïnterneerden. De Antwerpse FPC werd na veel getouwtrek dan toch gebouwd op de Linkeroever, precies op dezelfde plaats waar het schepencollege ze aanvankelijk niet had gewild. Ze zou daar wel 180 geïnterneerden kunnen opvangen. Het Antwerpse project liep hierdoor een vertraging op van minstens vijf jaar en bovendien zakte het aantal geïnterneerden van 500 naar 180. Gevolg hiervan is dat ook de vaste tewerkstelling zal zakken, want één geïnterneerde tekent in principe voor 1,3 personeelsleden.

De bouw van Gent zit wél op schema, maar is dit voldoende?

Nee, om twee redenen.

* 452 plaatsen volstaan niet. In Vlaanderen alleen al zitten 669 geïnterneerden in de bajes en in België bijna dubbel zoveel. Het is dus onvoldoende. Ook het al sinds 1964 beloofde oriëntatiecentrum dat de geïnterneerden vooraf moet onderzoeken om dan daarna over hun plaatsing te beslissen, is er nog altijd niet. Op papier bestaat sinds 1999 het POKO (Penitentiair Onderzoeks- en Klinisch Observatiecentrum), dat in de gevangenis van Berkendaal zou komen. Maar daar zitten nog altijd vrouwelijke gedetineerden en uiteindelijk gaat die bajes dicht, want alle Brusselse gevangenissen verhuizen in de toekomst naar Haren. Volgens geruchten zou het POKOi in de nieuwe Antwerpse FPC komen, maar daarover is geen duidelijkheid.

* Bovendien zijn er problemen met de uitbating van die twee FPC's, zo zegt de Gentse raadsheer Henri Heimans, voorzitter van de Gentse CBM, die de problematiek al meer dan veertig jaar volgt. "De uitbating is nog niet geregeld. Er is nog geen visie over welke geïnterneerden moeten worden opgenomen en welke niet. Zal de opening gefaseerd gebeuren of zal men Justitie met volle bussen geïnterneerden binnenbrengen om de overbevolking in de gevangenissen te verminderen? Er is nog geen visie over de behandelingsmodellen en er moet een "zorgtraject" voor iedere geïnterneerde kunnen worden uitgetekend dat de hele geestelijke gezondheidszorg betrekt, omdat de opsluiting in het FPC geen eindpunt mag zijn. Er moet nog een geschikt personeelskader worden gevonden".

Heimans hekelt het feit dat er nog altijd geen openbare aanbesteding is uitgeschreven om het Gentse FPC uit te baten. Die uitbating kan een grote kost zijn. Zorgnet Vlaanderen rekende uit dat in Gent minstens 408,8 voltijdse gespecialiseerde personeelsleden nodig zijn en dat alleen de uitbouw van het zorgtraject voor de geïnterneerden jaarlijks zeker 22,5 miljoen euro zal kosten. Volgens Heimans is nog altijd niet beslist hoeveel en welk personeel er komt en wie de kosten van de uitbating zal dragen: Justitie of Volksgezondheid. Heimans: "Aanvankelijk wilde Justitie alleen maar de bewaking aan de buitenkant van de instelling te bekostigen, al wat binnenin gebeurt zou onder Volksgezondheid moeten vallen. Nu wordt een verdeelsleutel van 2/3 voor Volksgezondheid en 1/3 voor Justitie voorgesteld. Men is er nog niet uit. Of dit FPC een succes zal worden zal dus afhangen van het geld dat de begrotingscontrole ervoor uittrekt".

Het slechtste scenario zou volgens Heimans zijn dat men het nieuwe FPC onmiddellijk na de bouw volstopt om de gevangenissen te ontlasten, zonder dat daarvoor voldoende personeel is en zonder dat er een duidelijk plan over de verzorging is.

3.3. EEN NIEUWE WET

In 2007 keurde het parlement op initiatief van Onkelinx een nieuwe wet op de internering goed (zie: hier,nvdr). Die wet wordt in principe op 1 januari 2013 van kracht, na herhaalde uitstellen. Maar wellicht wordt ze weer uitgesteld tot september 2013, zo denkt Henri Heimans. Waarom? "Omdat het geen goede wet is. Als ze onveranderd van kracht wordt, dan stort het systeem gewoon in." Wat zijn de belangrijkste kritieken dan? We bundelen zowel de kritieken van Heimans als die van Zorgnet Vlaanderen. Een aantal van die kritieken werden ook al gegeven tijdens de debatten over de wet.

== Het is niet meer mogelijk om geïnterneerden onmiddellijk ambulant te begeleiden, ze moeten eerst een tijdje naar een FPC, of als die er nog niet is, naar een gevangenis. Heimans vreest dat hierdoor nog veel meer geïnterneerden in de gevangenis terecht zullen komen dan er nu al zitten.

== Bovendien: eenmaal opgesloten in een FPC of een gevangenis zal de geïnterneerde veel moeilijker kunnen doorstromen naar andere opvangcentra dan nu. De procedure om dit te regelen is heel log, ze is volledig overgenomen van die voor gedetineerden en dat zal het systeem doen dichtslibben.

== Tenderde is helemaal niet duidelijk of er wel voldoende geld zal zijn voor de oprichting van nieuwe kamers bij alle Belgische strafuitvoeringsrechtbanken. Zij moeten de taak van de vrijwilligers van de CBM op professionele basis overnemen. Maar zal daar geld voor zijn? Er is al veel geld en extra personeel nodig omdat deze strafuitvoeringsrechtbanken ook alle beslissingen over de gedetineerden met een straf onder de drie jaar zullen moeten nemen vanaf 1 september 2013. En al dat geld is er vermoedelijk niet. En komt er vermoedelijk ook niet.

== Zorgnet Vlaanderen betreurt dat de justitiehuizen de geïnterneerden niet meer kunnen opvolgen en de organisatie verzet zich ook tegen een opnameplicht van de private psychiatrische instellingen. Nu al kunnen die tegen hun zin worden verplicht om een geïnterneerde op te nemen, maar dat gebeurt heel zelden.

Zorgnet Vlaanderen wil ook meer kwaliteitsgaranties voor de psychiatrische onderzoeken op grond waartoe tot de internering wordt beslist.


*****************************************


Lees ook:

De wet -Onkelinx over de internering

Onkelinx wijzigt wet op terbeschikkingstelling

De Clerck maakt van internering een prioriteit

De strafuitvoeringsnota van De Clerck voor 2010

Nieuwe interneringswet wordt uitgesteld tot 2013

Merksplas kan geïnterneerden met seksuele problemen niet begeleiden

Het jaarrapport van 2010 van de Toezichtsraad voor de Gevangenissen

Het jaarrapport van 2009 van de Toezichtsraad voor de Gevangenissen


*****************************************


Het dagelijkse nieuws over het justitiebeleid vindt U door in de functie "zoeken" rechtsboven op deze site de letters JDW in te tikken.


*****************************************