Neanderthalers deden meer dan grommen
21/10/'07
Voor de meesten van ons roept het word 'Neanderthaler' het beeld op van primitieve grotbewoners die grommend door het leven gingen. Fout, zo meldt de Sunday Telegraph, de Neanderthalers beschikten over de mogelijkheid om heel behoorlijk te converseren.
Die ontdekking werd gedaan door professor Svante Paabo, leider van een Neanderthaler-project aan het Duitse Max Planck-instituut voor Evolutionaire Antropologie. Hij stond aan het hoofd van een genoom-project en kon uit Neanderthaler-DNA opmaken dat deze uitgestorven mensensoort wel degelijk beschikte over een 'taalgen' zoals dat verder alleen bij de moderne homo sapiens wordt aangetroffen.
Dat betekent dat de Neanderthalers over de capaciteit beschikten om met elkaar te communiceren in hun eigen taal, een aangezien taal een van de elementen is die mens onderscheidt van dier, zou dat ook kunnen betekenen dat de Neanderthalers konden bogen op een eigen cultuur. Wat dan weer ons traditionele, neerbuigende, beeld van de Neanderthaler op losse schroeven zet.
Of om met professor Paabo te spreken: "het is tot dusver niet bepaald een compliment om "Neanderthaler" te worden genoemd, maar we weten nu dat hun DNA veel meer gelijkenissen vertoont met dat van de hedendaagse mens dan met dat van een chimpansee. Ons onderzoek maakt duidelijk dat er geen reden is waarom de Neanderthalers niet in staat geweest zouden zijn om gesprekken te voeren".
Deze bevinding sluit aan bij ander recent onderzoek waarbij de keel en het strottenhoofd van Neanderthalers werden 'gereconstrueerd'. Het op het Max Planck gevonden taalgen, FOXP2 controleert de spieren die nodig zijn om, met behulp van strottenhoofd, lippen en tong woorden te vormen, wat dus aansluit bij die eerdere studies.