Maakt kleurstof kinderen hyperactief?
26/11/'07
Snoep, zoetigheden, fastfood of softdrinks horen
tot het bijna dagelijkse menu van heel wat kinderen. Hoe schadelijk
zijn die dingen nu echt? Volgens Brits onderzoek blijft de
kwalijke invloed mogelijk niet beperkt tot gewichtstoename of
voortijdig tandbederf. De vele additieven (bewaarmiddelen en
kleurstoffen, of de zogeheten E’s) zouden gedragsproblemen
zoals hyperactiviteit en concentratiestoornissen danig in de
hand werken.
In Groot-Brittannië raadt het voedselagentschap
de consumptie ervan door jongeren met hyperactief gedrag
af. De Leuvense toxicoloog Jan Tytgat nuanceert dat. Waar hou
je als ouder rekening mee, zolang de wetenschap er nog niet
helemaal uit is?
Alle ouders dromen ervan dat
hun kroost uitsluitend gezonde
kost achter de kiezen stopt. Maar
tussen theorie en praktijk staan
er vaak heel wat obstakels. In de
realiteit groeit geen kind op zonder
wat snoep, chips of frisdrank. Een
volledig additievenvrij menu is in de
overgrote meerderheid van de gezinnen
een utopie. En net dat lekkers bevat meestal een hoop natuurlijke
of synthetische bewaarmiddelen
en kleurstoffen. Deze additieven
zijn al verscheidene malen gelinkt
aan gedragsproblemen, maar hard
wetenschappelijk bewijs is nog niet
geleverd.
E211
Het debat daarover loopt al ruim
dertig jaar. Nieuw Brits onderzoek
door de universiteit van Southamptom
ging een stap verder en
testte het effect van de combinatie
van het bewaarmiddel natriumbenzoaat
(E211) met bepaalde kleurstoffen
op het gedrag van kinderen.
Het was het grootste onderzoek ooit
over deze materie.
Driehonderd kinderen, opgedeeld
in een groep driejarigen en een
groep acht- en negenjarigen, kregen
een drankje met een mix van het
bewaarmiddel E211 en bepaalde
synthetische kleurstoffen die veel
voorkomen in snoep en frisdrank.
Het ging onder meer om E102
(tartrazine), E104 (chinolinegeel),
E110 (zonnegeel) en E122 (azorubine,
karmozijn). E211 komt in
heel wat softdrinks voor. De overige
E-nummers worden vooral gebruikt
in snoep en cakes.
Een van de meest
opmerkelijke vaststellingen was
dat er verhoogde hyperactiviteit
werd vastgesteld bij kinderen die
voordien nooit zulk gedrag hadden
vertoond.
Dat bevestigt volgens de onderzoekers
dat additieven niet alleen effect
hebben op het gedrag van kinderen
met een ADHD-diagnose of -vermoeden,
maar ook op zogezegd
‘gewone’ kinderen.
Chemische cocktail
Dit zijn de E’s die - volgens het Britse onderzoek - in combinatie met
E211 aanleiding geven tot gedragsveranderingen.
E102 Tartrazine: citroengele kleurstof, onder meer in
frisdrank, cakemix, puddingpoeder.
E122 Azorubine karmozijnrood: rode kleurstof, onder
meer in marsepein, fruityoghurt,
kaas- taartmix.
E211 Natriumbenzoaat: bewaarmiddel voor prikdranken.
Dus vaak te vinden in softdrinks.
E110 Zonnegeel: kleurstof in instantsoep, chips, instantsoep,
chips, snoep.
E124 Cochenillerood A: rode kleurstof, verboden
in de VS, in drinkyoghurt, fruitconserven.
E104 Chinolinegeel: gele kleurstof in snoep, hoestpastilles en ook
cosmetica.