Het hartje is van mijn helm verdwenen
04/07/'06
Tom Boonen
Het kan misschien verrassend klinken, maar misschien is het beter dat ik die groene trui nog niet heb. Wat ik in Esch na de aankomst heb meegemaakt, dat was er gewoon over. Normaal rij ik na de finish altijd direct door naar de bus. Efkes tot rust komen, een klein waske doen en dan een paar woordjes uitleg geven. Op die manier blijft het allemaal overzichtelijk.
Maar nu? Omdat ik dacht dat ik de gele trui zou krijgen, draaide ik na de aankomst onmiddellijk terug, richting podium. Kreeg ik me daar een meute op mijn nek. Allemaal even opdringerig. Ik weet niet meer wat ik heb gezegd, zelfs niet tegen wie: ik stond alleen maar te denken: ik wil lucht! Ik had mezelf volledig choco gereden, in vreselijke hitte, en daar kan ik normaal al niet zo
goed tegen. Ge staat daar te zweten als een paard, en ze blijven maar micro’s
onder mijn neus duwen... Niet te doen.
Ik moet wel zeggen: als je de groene trui hebt, dan is het allemaal een beetje beter georganiseerd. Dan kom je achter het podium in een ruimte die afgeschermd is door hekken. Oké, dan komen er nog journalisten, maar dat is wat overzichtelijker. Maar huldigingen en interviews, dat kost toch gauw één uur per dag. Dat zijn momenten dat mijn collega’s allemaal al op hun bed kunnen liggen.
Want er is al zo weinig rust in deze Tour. Zware ritten, vroeg uit bed, lang fietsen, laat gemasseerd worden, laat aan tafel. Ik weet het, niemand heeft me gedwongen om naar hier te komen. Maar niemand kan me
ook dwingen om nog eens terug naar hier te komen. McEwen heeft daarstraks weer zo’n typische Robbie-move gedaan. Hushovd gehinderd en omdat ik naast Thor spurtte, ik dus ook. Dat hoort erbij, zeker? Ik lig daar in elk geval niet over te melken. Al kan ik wel vertellen dat ik nog nooit de deur heb dichtgedaan voor iemand. Al zeg ik het zelf, ik ben een redelijk propere spurter. Ik ben gesteld op het respect van mijn collega’s, al is dat misschien een beetje ouderwets.
Wil ik nog eens wat vertellen? Het hartje is van mijn helm verdwenen. De fabrikant van onze helmen zag dat niet graag. Die had liever dat de hele ploeg met smetteloze dingen reed. Ik was de eerste om daar iets op te tekenen en de rest begon er een hobby van te maken die dingen ook vol te krabbelen. En het is niet omdat ik Tom Boonen ben dat ik meer ben dan de rest. Maar ik heb ze allemaal toch een beetje liggen, op mijn manier. Ik heb dat hartje met die pijl door aan de binnenkant van mijn helm getekend. Daar kan niemand iets op tegen hebben.