donderdag, 17 april 2014
aanmelden
Licht bewolkt 4° / 17° Licht bewolkt

“De pijl richting lange leegte”

de pijl richting lange leegte

21/06/'08 Voor de sport

Aangename fietsroutes zat in de provincie Antwerpen, maar naar een echte kuitenbijter is het wat zoeken en tasten. De ervaren wielertoerist fronst nu vast de wenkbrauwen. Want elk jaar organiseert WTC De Trappers uit Schoten een Scheldeprijs voor wielertoeristen. Eén dag nadat Tom Boonen op de meet werd geklopt door Mark Cavendish, was onze journalist klaar voor een ellenlange solovlucht.

De Scheldeprijs bezit niet bepaald de heroïek van de Ronde van Vlaanderen, maar is toch goed voor een heerlijke brok jeugdnostalgie. Simpelweg omdat het de enige echte koers was die mijn geboortedorp Beerse doorkruiste. Dus zocht je als naïeve snaak de scherpste bocht van het centrum op om daar Eddy Merckx voor een seconde of twee beter te kunnen zien. Daarom trok ik de startlijn op de grond van mijn wonderjaren. Hoewel, die streep had gewoon d e vorm van een witte pijl, afgebakend met een dikke rode stip waarmee De Trappers hun Scheldeprijs markeren. Onder meer te vinden aan brug 6 langs het kanaal Dessel-Schoten. Enfin, tijd om te vertrekken…

Het traject gaat richting de Lilse Bergen waar de eerste helling van pakweg zestiende categorie op het programma staat. Inderdaad, de Kempen zijn vlakker dan een biljartlaken, aan bruggen over snelwegen gelukkig geen gebrek. De Scheldeprijs ontvouwt meteen een kleine toeristische folder. Via de Poeyelheide van Gierle of een scheervlucht langs de Hoge Rielen in Tielen slalom je door het centrum van Lichtaart waar de Schransstraat warempel een kleine klim in petto heeft. In het mooie, weidse landschap dat volgt, vormt ‘De molen van’t veld’ in Geel-Ten Aard een flashback naar de tijd van Rik Van Steenbergen. Mijmeren is nergens goed, enkele kilometers verder passeer je de hoofdingang van het ietwat schreeuwerige Bobbejaanland. Pijlen volgen!

Gelukkig slingert de tweewieler zich snel daarna over de kleine plattelandswegen van Poederlee of Vorselaar. Deze eenzame fietser kan daar eindelijk inpikken bij een groepje wielertoeristen. Een kleine blunder, zo raak je al eens een witte pijl met een rode bol kwijt. In plaats van rechts af te slaan aan café de Kroon in Viersel richting Zandhoven, ben ik plots op weg naar het Albertkanaal. Dat betekent terugkeren en extra kilometers malen, het is niet anders.

Na een doortocht in Massenhoven, krijgt de passage in Ranst een eervolle vermelding. Had elke gemeente maar zo’n lekker breed bollend fietspad… Ook mooi om zien hoe het landschap intussen is veranderd. De Kempense boerderijtjes hebben plaatsgemaakt voor de villawijken van Schilde. Eerlijk gezegd, een fiets is daar veel beter op zijn plaats dan een terreinwagen, het is niet meer dan een objectieve vaststelling.

Gravenwezel komt is een beetje terecht. Daar krijg je immers een traject voor de kiezen dat zo uit Parijs-Roubaix lijkt te komen. Even dokkeren en daar ligt Schoten al. In het centrum heeft een wegarbeider zijn voorspelbare grap al klaarliggen: “je bent een dag te laat, vriend.” Van een brede finishlijn en kleurrijke spandoeken is dan ook geen sprake meer. Het begin van de Churchillaan is enkel goed voor de intussen gekende pijl die naar een lange leegte leidt. Want wat volgt, is werkelijk een saai parcours. Een te lang fietspad richting Brecht is blijkbaar de enige weg om aansluiting te vinden bij de Kapittelroute in Brasschaat waar elk bochtenwerk opnieuw uitblijft. Bovendien staat de wind bij kilometer 100 nu pal op kop en herbergt het traject langs de HST-lijn in Loenhout verdomd veel vals plat.‘Nie neute’, zegt een echte Flandrien. Een instelling die loont. Kort daarna biedt de landelijke streek tussen Meer en het Nederlandse Zundert een zalig panorama. Een cola en een Mars graag! De pracht van de Noorderkempen gaat aan mij helaas voorbij. Met een bijna lege tank aan De Mosten in Meer twee amateurwielrenners in vorm willen volgen, dat is dom. Puffend sukkel ik door het lieflijke Meersel-Dreef. Ook in de vallei van de Mark die de natuur van Hoogstraten domineert, gaat de blik meestal richting oneindig. Het opdoemen van café In Holland net over de grens in Castelré is gelukkig geen fata morgana. Met een cola en een mars achter de kiezen moeten de slotkilometers beter te doen zijn.

Goed, de wind staat flink in de rug. Laat ik dat even een klein detail noemen. Want kijk, voor het eerst gaan de ogen naar een blauw bord in plaats van witte pijl: ik lees Beerse en noem dat een soort van thuiskomen. Maar mag ik voor die slotspurt even passen?

Reageer als eerste op dit bericht