"We kunnen niet zomaar iemand een wapen geven"
14/01/'10
De politie van Willebroek
kampt al geruime tijd met
een ernstig tekort aan
wijkagenten. Op papier zijn
ze met genoeg, maar in de
praktijk is bijna de helft van
de agenten niet beschikbaar.
Volgens een officiële rondbrief
moet elke gemeente één wijkagent
per vierduizend inwoners hebben.
Willebroek heeft zes wijkagenten
voor ongeveer 24.000 inwoners,
dus daar stelt zich geen probleem.
Wél een probleem is dat bijna de
helft van die wijkagenten al geruime
tijd niet of niet volledig beschikbaar
is. “Een van de wijkagenten is
geregeld ziek en werkt nu halftijds,
een tweede is al sinds mei in ziekteverlof
en een derde heeft zopas
enkele maanden loopbaanonderbreking
genomen. Gelukkig is een
vierde agente sinds vorige week teruggekomen
uit zwangerschapsverlof”,
zegt korpschef William De Ley.
“We hebben deze situatie vorig
jaar nog kunnen opvangen, maar
dit is niet voor herhaling vatbaar.
De wijkagenten die wel beschikbaar
waren, hebben een hogere werkdruk
dan normaal en het diensthoofd
is geregeld zelf de baan opgegaan
om bij te springen. Daardoor
bleef een groot stuk van zijn ander
werk liggen”, aldus De Ley.
Veel bedrijven zouden in deze situatie
aankloppen bij een interimbureau,
maar de politie kan dat
niet. “We kunnen niet zomaar een
uitzendkracht aanwerven en die
persoon een wapen in de handen
stoppen”, zegt De Ley. “Vanaf midden
februari zal de federale politie
ons wel een tijdelijke vervanger
toewijzen. Het gaat om iemand die
net is afgestudeerd aan de politieschool.
Alleen weten we nu nog niet
over wie het gaat en of die persoon
over voldoende levenservaring beschikt.
Want dat laatste heb je als
wijkagent nodig. Als het een jongere
is, zullen we hem inzetten op een
andere dienst en iemand van de interventiedienst
tijdelijk inzetten als wijkagent”, besluit De Ley.
“Slecht nieuws melden”
Fredien Van Paemel was een van
de wijkagenten van
Willebroek die
de laatste maanden voltijds beschikbaar
was. “Mijn taken zijn onder meer
het helpen oversteken van kinderen
aan de schoolpoort, bemiddelen in
burenruzies, bevolkingsonderzoeken
doen en contact opnemen met
slachtoffers van inbraken”, zegt Fredien.
“Een van de moeilijkere taken
is het afgeven van deurwaardersexploten. Het gebeurt meermaals dat
ik tien keer moet aanbellen voor er
iemand open doet. Bovenop mijn gewone
uren ben ik als slachtofferbejegenaar
ook een week per maand verantwoordelijk
voor het brengen van slecht nieuws. Als ik iemands dood
moet melden, ga ik altijd in uniform
en bij voorkeur in het gezelschap van
de huisarts van die mensen. Rond de
pot draaien doe ik nooit: eens ik ben
binnengekomen en neerzit, meld ik
het slechte nieuws onmiddellijk.
Achteraf moet je als slachtofferbejegenaar
de eerste opvang bieden.”
Christof WILLOCKX