Restauratie van Lierse praalwagens kost handenvol geld
22/12/'09
De restauratie en reproductie van de praalwagen 'De Leeuw en de Maagd' uit 1890 kost de stad Lier 51.950 euro. Het schepencollege gaat nu op zoek naar subsidies.
De deelraad Erfgoed en Beeldende Kunsten vroeg in 2007 aan het schepencollege om een voorbereidend onderzoek te laten uitvoeren door een deskundige voor de restauratie van de Lierse reuzentrein en praalwagens. Een jaar later was het rapport klaar.
Gezien de praalwagen 'De Leeuw en de Maagd' zeer waardevol is en in slechte toestand verkeert, schreef de stad hiervoor als eerste een prijsofferte uit. De Leeuw moet gerestaureerd worden en komt daarna in het museum terecht. De praalwagen wordt gereproduceerd mét een nieuwe leeuw.
Omdat geen van de veertien aangeschreven restaurateurs een prijsofferte indiende, deed de stad in april van dit jaar een nieuwe oproep. Hierop volgde één offerte. De restauratie van de leeuw bedraagt 21.574 euro en de reproductie van de praalwagen kost 30.376 euro. Later moet de restauratie van twee andere praalwagens volgen: de Dolfijn (1928) en 't Schip van 's Lands Welvaren (1929).
Omwille van de hoge kostprijs gaat de stad onderzoeken of de restauratie van de volledige reuzentrein gesubsidieerd kan worden door een projectsubsidie van de provincie Antwerpen of de Vlaamse Gemeenschap. De stad neemt daarom contact op met het Regionaal Sociaaleconomisch Overlegcomité. Dat beschikt namelijk over een personeelslid dat zich toelegt op het opsporen van alle mogelijke subsidiekanalen.
De reuzentrein bevat de reus Goliath, de reuzin, de kamenierster, Kinnebaba, de twee Moorse knechten, Miekes zuster en Jannekes broer, Grootemoe en Grooteva en de recentere Pallieter en Cor de Kluts. Als fabeldieren van de reuzen zijn er het Ros Beiaard, de olifant, de kameel en de looppaardjes. Van de praalwagens behoren de Dolfijn, 't Schip van 's Lands Welvaren en de Leeuw en de Maagd tot de huidige collectie.
CHRIS VAN ROMPAEY