Feels like home... soms!
06/09/'10
Tine Dupré doet vrijwilligerswerk in Panama en geeft dagelijks haar indrukken weer.
Boenk, boenk, boenk...aaah wat doet die heerlijke Europese dance toch aan die goeie oude fuiven in Geel denken.
Tik..tik.tiketiktiktiktik...aaah de verfrissende, dagelijkse zondvloed, die je zo meevoert naar het einde van onze zomer, regelrecht de herfst in. Ik zou me zo terug thuis wanen. Twee kleine verschillen: de dance wordt gedraaid in de bus, net luid genoeg om het begin van een feestje te kunnen inluiden. Veel te luid om bij ons niet door de beugel te kunnen. Maar hier geen haan die er naar kraait. Ik beweer niet dat het naar de zin van elke passagier is. Maar het kan, het wordt getollereerd.
Het tweede verschil: zondvloed of geen zondvloed, het leven gaat hier min of meer door op straat. En de drummers die dag in, dag uit een zekere latinosfeer verzekeren, trotseren zonder een seconde te stoppen, eender welk weer.
Ik ben sinds vrijdagavond in Boquete, volgens velen de regio met de beste koffie ter wereld. Omringd door bergen die worden getooid door een eeuwige wolkenmantel is dit mooie, gezellige plaatsje een thuis voor velen: de inheemse bevolking, die afstamt van de indianen; de lokale bevolking die een mengeling is tussen indianen en Europeanen. Als laatste zijn er de rijke Amerikanen, die hier hun oude dag komen slijten. Zij bewonen een omheind gebied even buiten het centrum. Ze vertikken het Spaans te leren, of nog maar iets met de lokale bevolking te maken te hebben. Behalve als deze laatsten Engels spreken en voor hen kunnen komen werken, uiteraard. Lang leve het post-kolonialisme!
Boquete ligt op een klein uurtje met de bus van David. Deze stad heeft naar mijn mening twee dingen die haar noemenswaardig maken. Ten eerste is ze de tweede grootste stad van het land. Ten tweede is ze het perfecte voorbeeld van een stad in een arm land. Een stad die ergens Westers wil zijn. Op niet altijd even goed onderhouden straten staan tientallen kraampjes. Sommigen verkopen fruit, sap, kokosmelk of vlees op een stokje. Anderen zijn dan weer overladen met toeristisce snuisterijen, die er allemaal prat op gaan echt Panamees te zijn. Moesten ze dat daadwerkelijk zijn, dan zijn alleen de Panamezen naar Europa uitgeweken om onze braderijen nog wat groter te maken.
Wat meer richting centrum kom je langs winkelcentra met door de zon afgebleekte reclames. Vooral schoenwinkels halen er de bovenhand.
Het midden van het centrum is het meest Westers gericht: een groot, mooi plein opgetrokken voor Miguel de Cervantes, de vader van de Spaanse taal.
Ziet u ook enige, naar het Westen gerichtte evolutie in de indeling van de stad?
Ik lijk misschien wat cynisch ten opzichte van David, maar het is nu eenmaal het gevoel dat je er krijgt. Vooral als er ook nog eens reclameposters hangen die de Panamees erop wijzen dat hij vriendelijk moet zijn tegen de toeristen. Want een goed beeld van Panama is de verantwoordelijkheid van iedereen! Wat zei ik nu ook net weer over het post-kolonialisme?
Tine DupréRudi van Houdt